Lijst van dierengeluiden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Voor geluiden van dieren bestaan er veel verschillende werkwoorden, die vaak heel in het bijzonder bij één diersoort horen. Hetzelfde geldt voor de klanknabootsingen. Opmerkelijk van een aantal van deze werkwoorden is dat ze geen verband lijken te hebben met het geluid dat ze weergeven, zoals het "balken" van de ezel en het "blaten" van het schaap. Anderzijds zijn er dieren die genoemd zijn naar de nabootsing van hun roep, bijvoorbeeld tjiftjaf (niet te verwarren met de Aziatische huisgekko of tjitjak, een Aziatische onomatopee), oehoe en grutto. De geluiden in onderstaande tabel zijn de geluiden die men volgens het Nederlands tracht na te bootsen. De interpretatie van deze geluiden verschilt vaak van taal tot taal; soms is het verschil zelfs zeer verrassend, een kikker zegt in het Engels niet "quack" maar "ribbit".

Geluidsbron[bewerken]

De meeste geluiden bij gewervelden worden met de bek en/of de keel voortgebracht, waarbij vogelzang wordt geproduceerd door de syrinx en zoogdiergeluid door strottenhoofd en stembanden. Maar krekels maken hun getsjirp door de vleugels langs elkaar te strijken, gorilla's trommelen zich op de borst, spechten hakken met hun snavels in bomen en olifanten trompetteren niet alleen met hun slurf (neus), maar produceren bovendien met hun voetzolen infrageluid waarmee ze communiceren.

Doel en betekenis[bewerken]

Veel geluiden behoren tot een systeem van diercommunicatie. Verscheidene soorten hebben een repertoire aan geluiden met verschillende functies. Onder andere bij ganzen is dit ook voor de mens goed te horen. Er zijn alarmgeluiden (luid gakken), dreiggeluiden (sissen) en vele andere. Onderzoekers van dierengedrag beschouwen dan elk type als een ander ethologisch signaal. De meeste dierengeluiden zijn gericht op soortgenoten en ook dreiggeluiden die voor indringers bedoeld zijn, kunnen tegelijk informatie bevatten voor soortgenoten.

Er zijn echter ook geluiden die in de eerste plaats een praktisch doel hebben of een bijverschijnsel zijn, zoals de ultrasone geluiden voor echolocatie bij vleermuizen en niezen en hoesten. Ook is van veel geluiden niet bekend of ze een doel hebben, bijvoorbeeld het brommen of zoemen van bromvliegen en het klapwieken van vogels. Dit laatste is, evenals andere vlieggeluiden, een bijproduct van de vlucht, maar het is wel mogelijk dat soortgenoten, en of andere soorten in het ecosysteem er informatie aan ontlenen.

Overzicht[bewerken]

Dit overzicht toont per dier het werkwoord dat bij zijn geluid hoort.

Dier Werkwoord
aap krijsen, schreeuwen, brullen
beer grommen
bij zoemen
tuten (als ze uit de raat komt)
duif koeren, roekoeën
eend snateren, kwaken
ekster klappen, kwekken
everzwijn briesen
ezel balken, iaën, giegagen
fazant kokkeren
gans gaggelen, gakken, gakkeren, snateren, kwekken
sissen
geit mekkeren
giraf neuriën
haan kraaien
hert burlen, briesen
hond blaffen, bassen, keffen
huilen, janken
jachtvogel krijten
jakhals lachen
kalkoen klokken, snateren
kat mauwen, miauwen
spinnen
kikker kwaken, kwakken, rikkekikken, kwekken, brullen, rikken
kip kakelen, tokken, klokken
koekoek roepen
korhoen balderen
kraai krassen
krekel sjirpen, tjirpen
kwartel slaan, kwakken
leeuw brullen
meeuw krijsen, kolderen
muis piepen
mus sjilpen, piepen
neushoorn beren
olifant trompetteren, trompetten, trompen, beren
ooievaar kleppen, klepperen
paard hinniken
papegaai praten, klappen, snateren, krauwen, krijsen
pauw schreeuwen
raaf krassen, klappen, krauwen
ratelslang ratelen
ree briesen, fiepen
rund loeien, bulken
schaap blaten, blèren, mekkeren
slang sissen
tijger brullen
tortelduif kirren
uil huilen, roepen, krassen, oehoeën, schreeuwen
valk kiekeren, krijsen
varken knorren, gillen, gieren
vink tjokken, tjokkelen
walvis zingen
wolf huilen, janken
zangvogel fluiten, zingen, piepen, slaan, gillen, gieren, tjilpen, tjotteren, striduleren
zeehond blaffen, huilen
zwaluw kwetteren

Zie ook[bewerken]