Naar inhoud springen

Midas Wolf

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Midas Wolf
Tekenfilm- en strippersonage
(afbeelding op de Engelstalige Wikipedia)
Introductie 17 mei 1933, in Three Little Pigs
Antropomorf dier wolf
Kenmerken Vraatzuchtig, slecht, tamelijk dom
Familie Wolfje (zoon), drie andere zoontjes zonder naam
Lijst van Disneypersonages
Portaal  Portaalicoon   Strip
Film

Midas Wolf (Engels: Zeke (Midas) Wolf of Br'er Wolf) is een fictieve wolf uit de tekenfilms en strips van The Walt Disney Company. Hij komt oorspronkelijk uit de Silly Symphonies, maar is later vooral bekend geworden als stripfiguur. In de verhalen wordt hij ook vaak de Grote Boze Wolf (Engels: Big Bad Wolf) genoemd.

Het personage gaat terug op de [Grote] Boze Wolf die voorkomt in klassieke sprookjes, zoals die vooral vanaf de 19e eeuw veelvuldig zijn opgetekend. Een daarvan is De wolf en de drie biggetjes, in de versie van Joseph Jacobs. In 1933 maakte Disney op basis van het voornoemde sprookje een eerste filmpje met een rol voor Midas in de reeks Silly Symphonies: Three Little Pigs. De Big Bad Wolf in dit filmpje bleek al meteen zo populair dat hij al in de eerste jaren hierna in nog eens drie Silly Symphonies-filmpjes een belangrijke rol kreeg.

Sindsdien is de Big Bad Wolf een bekende antagonist in vooral veel stripverhalen van Disney. Hij kreeg meerdere eigen namen; in het Engels is hij vooral bekend geworden als Zeke Wolf, in het Nederlands werd dit eerst Wouter en later Midas Wolf.

Krantenstrips

[bewerken | brontekst bewerken]
Een oorlogsprent met Midas, zoals getekend door Al Taliaferro

In 1936 verscheen er een eerste krantenstrip met de Grote Boze Wolf en de drie biggetjes in de hoofdrollen. Dit verhaal bestond uit 32 kleurenpagina's. Het was geschreven door Ted Osborne en getekend door Al Taliaferro. De tekstballonnen waren op rijm geschreven, wat in deze tijd vaker werd gedaan in kinderstrips.[1]

In 1939 werd er voor het eerst ook in Nederland een krantenstrip met deze personages gepubliceerd, in De Telegraaf. Hierin heette Midas nog Wouter de Wolf. Knir, Knar en Knor heetten Lodewijk, Sjambon en Jakob Big. Later zou Wouter de Wolf in het Nederlands de nieuwe naam Midas krijgen (een verwijzing naar de legendarische koning Midas) en kregen ook de drie biggetjes hun huidige namen.

In oktober 1952 verschenen Midas en Wolfje (destijds in zwart-wit) reeds in het allereerste nummer van het weekblad Donald Duck in Nederland (samen met een Nederlandstalige versie van het verhaal Fireman Donald van Barks). Op dat moment was Wolfje nog de eigenlijke hoofdrolspeler, maar Midas' rol was toen al feitelijk zeker even belangrijk.

In de jaren zestig verscheen er tweewekelijks een strip van de Kleine Boze Wolf van Jan Steeman en Patty Klein. In 1985 stond er elke week een eenpaginastrip met Midas in de hoofdrol op de achterkant van Donald Duck, gemaakt door Dick Matena en Ruud Straatman.[2] In de jaren tachtig en negentig verschenen er vooral veel nieuwe Midas-verhalen van de hand van Matena.

Midas heeft een zwarte vacht. In de oudste verhalen was zijn pak vaak rood en had hij een zwarte cilinderhoed. In latere verhalen (bijvoorbeeld in Donald Duck) draagt hij normaal gesproken een wat versleten blauw pak en een eveneens blauwe hoge hoed.

Verhaallijnen

[bewerken | brontekst bewerken]
Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud of de afloop van het verhaal.
Midas Wolf (rechts) en Knir, Knar en Knor in Duplo.

Midas Wolf is in de Donald Duck verschenen verhalen een van de vaste bewoners van het Duckstadse bos. De meeste van deze verhalen spelen zich af in dit bos, een enkele keer is er een andere locatie (bijvoorbeeld aan het strand).

Midas' belangrijkste doel is het vangen en opeten van de drie biggetjes Knir, Knar en Knor. Zijn altijd brave zoontje Wolfje probeert hem hier steevast van te weerhouden. Het vangen van de drie biggetjes lukt Midas niettemin af en toe. Hij probeert dit op alle mogelijke manieren, bijvoorbeeld door zich handig te vermommen (ook Wolfje herkent hem dan vaak niet) of door allerlei merkwaardige vallen op te zetten, al dan niet met hulp van anderen. In het opeten van de biggetjes faalt Midas echter altijd. Vaak steekt Wolfje er een stokje voor of de biggetjes weten zelf op tijd met een tegenlist te komen, waar Midas op zijn beurt meestal heel eenvoudig in tuint.

Bij gebrek aan iets anders eet Midas meestal grutjes of bonen, waar hij een grote hekel aan heeft. Midas schaamt zich verder voor zijn zoon omdat die tegen iedereen zo aardig is, terwijl wolven volgens hem juist slecht horen te zijn.

Midas is – in Nederlandse verhalen – een van de vaste leden van de Booswichtenclub, al komt er van de plannen die hij samen met de rest van die club maakt vrijwel nooit iets terecht.

Midas komt daarnaast voor in sommige Nederlandse verhalen met Broer Konijn die hij dan vaak ook probeert te vangen, en Meneer Beer met wie hij het meestal aan de stok heeft.[noten 1] Ook Broer Konijn is Midas altijd te vlug af. Midas heeft het tevens voorzien op de kippen van Meneer Beer. Meneer Beer is de enige vaste bosbewoner die de middelen heeft om hard tegen Midas op te treden (zoals een jachtgeweer).

Heel af en toe verschijnen er nog andere bekende Disney-personages in een verhaal samen met Midas Wolf; zo is hij sporadisch te zien met Madam Mikmak, die soms ook in het Duckstadse bos lijkt te wonen. Over het algemeen zijn Midas' verhaallijnen volkomen gescheiden van die van de familie Duck, maar een enkele keer komt hij toch voor in een verhaal met Oma Duck en Gijs Gans (hij probeert dan bijvoorbeeld de schapen op Oma's boerderij te pakken).

Overige familie

[bewerken | brontekst bewerken]

Behalve Wolfje verschijnen er af en toe ook andere familieleden van Midas in beeld. Het vaakst zijn dit zijn moeder die hem nog steeds als een klein kind behandelt en zijn eveneens kwaadaardige broer Stef en diens zoontje Pollo. Verder heeft of had Midas nog allerlei ooms en (achter-)neven, die meestal in niet meer dan één verhaal voorkomen.

In de filmpjes Three Little Wolves (1936) en The Practical Pig (1939) blijkt Midas nog drie andere zoontjes (tevens een drieling) te hebben, die wél net zo kwaadaardig zijn als hij.[3] Deze drie wolfjes komen ook voor in enkele stripverhalen, maar hun relatie tot Wolfje blijft onbekend.

  • De grote Boze Wolf, ep, De medaille van de burgemeester / De drie biggetjes zijn niet te vangen, De Geïllustreerde Pers N.V. Amsterdam, 1963, DD-632 (grammofoonplaatje van flexibel dun materiaal; 331/3 toeren).

Behalve in Three Little Pigs, verscheen Midas Wolf nog in drie andere filmpjes uit de Silly Symphonies-serie:

Daarnaast verscheen hij in Mickey's Polo Team als een van de polospelers en had hij een cameo in Who Framed Roger Rabbit. Hij had een kleine bijrol als kerstman in Mickey's Christmas Carol (1983). Ook maakte hij nog zijn opwachting in Disney's House of Mouse en Mickey's House of Villains.

In andere talen

[bewerken | brontekst bewerken]
  • Deens: Store Stygge Ulv
  • Duits: Der große böse Wolf, Ede Wolf
  • Engels: The Big Bad Wolf, Zeke Wolf
  • Fins: Iso Paha Susi, Sepe Susi
  • Frans: Grand Loup, Zeke
  • IJslands: Ljóti Grimmi Úlfur, Stóri grimmi Úlfur
  • Italiaans: Ezechiele Lupo
  • Lets: Lielais ļaunais vilks
  • Pools: Wilk Bardzozły
  • Spaans: Lobo Feroz
  • Tsjechisch: Zlý Vlk
  • Zweeds: Stora Stygga Vargen, Zeke Varg
[bewerken | brontekst bewerken]