Nederrijns-Westfaalse Kreits

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De Nederrijns-Westfaalse Kreits binnen het Heilige Roomse Rijk rond 1555.
De Westfaalse en Bourgondische Kreits in 1560.

De Nederrijnse en Westfaalse Kreits, of kortweg de Westfaalse Kreits, was een van de tien kreitsen binnen het Heilige Roomse Rijk.

In het begin hoorden ook het sticht Utrecht, de abdij van Echternach en het hertogdom Gelre bij deze kreits, tot deze in 1548 overgeheveld werden naar de Bourgondische Kreits.

Het bestuur van de kreits werd aanvankelijk gevoerd door de hertog van Gulik, later werd deze gedeeld door de bisschop van Münster, de hertog van Kleef en de hertog van Gulik. Het archief van de kreits bevond zich in Düsseldorf.

Samenstelling in banken (1532)[bewerken | brontekst bewerken]

Logo Wikisource
Bronnen over dit onderwerp zijn te vinden op de pagina Hernach volgend die zehen Krayß van de Duitstalige Wikisource

Bank van de geestelijke vorsten[bewerken | brontekst bewerken]

  1. Het sticht (prinsbisdom) Kamerijk (tot 1678: geannexeerd door Frankrijk)
  2. Het sticht (prinsbisdom) Luik
  3. Het sticht (prinsbisdom) Minden (vorstendom Minden vanaf 1648)
  4. Het sticht (prinsbisdom) Münster
  5. Het sticht (prinsbisdom) Osnabrück
  6. Het sticht (prinsbisdom) Paderborn
  7. Het sticht (prinsbisdom) Utrecht (heerlijkheid Utrecht vanaf 1528; tot 1548: Transactie van Augsburg)
  8. Het sticht (prinsbisdom) Verden (hertogdom Verden vanaf 1648)

Bank van de wereldlijke vorsten[bewerken | brontekst bewerken]

  1. Het hertogdom Kleef met het graafschap Mark en het graafschap Ravensberg
  2. Het hertogdom Gulik en het hertogdom Berg

Bank van de prelaten[bewerken | brontekst bewerken]

  1. De vorstelijke Abdij van Corvey
  2. De vorstelijke abdijen Stavelot en Malmedy,
  3. De Abdij van Werden
  4. De Abdij van Kornelimünster
  5. Het vrouwensticht Essen
  6. Het vrouwensticht Thorn
  7. Het vrouwensticht Herford

Bank van de graven en heren[bewerken | brontekst bewerken]

  1. Landen van de vorst van Nassau-Dietz (is Oranje-Nassau)
  2. Het vorstendom Oost-Friesland
  3. Het vorstendom Meurs (Moers)
  4. Het graafschap Wied
  5. Het graafschap Sayn
  6. Het graafschap Schaumburg (verdeeld onder Hessen-Kassel en Lippe)
  7. De graafschappen Oldenburg en Delmenhorst
  8. Het graafschap Lippe
  9. Het graafschap Bentheim
  10. Het graafschap Steinfurt
  11. Het graafschap Tecklenburg en het graafschap Lingen
  12. Het graafschap Hoya
  13. Het graafschap Virneburg
  14. Het graafschap Diepholz
  15. Het graafschap Spiegelberg
  16. Het graafschap Rietberg
  17. Het graafschap Pyrmont
  18. Het graafschap Gronsveld,
  19. Het graafschap Reckheim
  20. De heerlijkheid Anholt in bezit van de graven van Salm
  21. De heerlijkheden Winneburg en Beilstein
  22. Het graafschap Holzappel
  23. De heerlijkheid Wittem
  24. De graafschappen Blankenheim en Gerolstein
  25. De heerlijkheid Gemen
  26. De heerlijkheid Gimborn en Neustadt
  27. De heerlijkheid Wickrath
  28. De heerlijkheid Myllendonk
  29. De heerlijkheid Reichenstein
  30. Het graafschap Kerpen en Lommersum
  31. Het graafschap Schleiden
  32. Het graafschap Hallermund

Bank van de steden[bewerken | brontekst bewerken]

  1. De rijksstad Keulen.
  2. De rijksstad Aken
  3. De rijksstad Dortmund

Verloren gegaan[bewerken | brontekst bewerken]

Verloren gegaan waren onder andere de volgende gebieden:

Al de Duitse gebieden van deze kreits liggen nu in de bondsstaten Noordrijn-Westfalen en Nedersaksen.

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

G. Köbler, Historisches Lexicon der deutschen Länder (1988)