Oranjehotel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Oranjehotel
Cellenbarakken Strafgevangenis Scheveningen, gezien van buiten de gevangenismuur
Cellenbarakken Strafgevangenis Scheveningen, gezien van buiten de gevangenismuur
Locatie Van Alkemadelaan 1256, Scheveningen
Coördinaten 52° 7′ NB, 4° 18′ OL
Oorspr. functie Cellenbarak strafgevangenis
Huidig gebruik Oorlogsmonument
Bouw gereed 1919
Verbouwing Sinds 2017
Monumentstatus Gemeentelijk monument
Nummer WN180/0518
Eigenaar Staat der Nederlanden
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde

Het Oranjehotel was de bijnaam van de Deutsches Untersuchungs- und Strafgefängnis en Polizeigefängnis in het huis van bewaring in Scheveningen gedurende de Tweede Wereldoorlog.

Meer dan 25.000 personen hebben tussen 1940 en 1945 op verdenking van verzetsactiviteiten gevangengezeten in deze gevangenis. Vele verzetsmensen zijn in de gevangenis gemarteld; soms tot de dood erop volgde. Van 734 verzetsmensen staat vast dat zij via het Oranjehotel aan hun einde zijn gekomen. Van 215 van deze gevangenen is bekend dat zij ter dood veroordeeld werden en geëxecuteerd op de Waalsdorpervlakte. Een aanzienlijk groter aantal gevangenen werd op transport gesteld naar concentratiekampen. De naam Oranjehotel dateert uit het begin van de bezettingsjaren en wordt sindsdien gebruikt als eerbetoon aan de vele daar opgesloten verzetsmensen en ter onderscheiding van 'gewone' criminelen.

Inwijding van Doodencel 601 als plek van herdenking, in 1946

Voorgeschiedenis[bewerken]

Van 1919 tot 1940 dienden de cellenbarakken van de Scheveningse gevangenis als huis van bewaring voor kleine criminelen. Na de Duitse inval van 10 mei 1940 werden er Duitse krijgsgevangenen opgesloten. Na de capitulatie van Nederland namen de Duitsers de gevangenis over.

Oorsprong naam Oranjehotel[bewerken]

De schertsende naam 'Oranjehotel' heeft een onbekende oorsprong, maar werd al in 1940 voor het eerst gebruikt.[1] Mogelijk verwees de naam naar het Hotel d'Orange (ofwel: Oranje Hotel), dat destijds aan de Boulevard van Scheveningen lag. Ook een verband met de Nederlandse koninklijke familie is niet onwaarschijnlijk. En aangezien het woord 'hôtel' historisch ook werd gebruikt voor een verbijf van bijzondere gasten, zou ook mede daarin de oorsprong kunnen liggen. De verzetsmensen waren immers bijzondere gasten in de gevangenis, in de ogen van veel Nederlanders.

1940-1945[bewerken]

Na de capitulatie van Nederland werd het Scheveningse huis van bewaring door de Duitsers in gebruik genomen als “Deutsches Untersuchungs- und Strafgefängnis” en “Kriegswehrmachtgefangnis”. Vanwege de Duitse angst dat op de kust van Scheveningen een geallieerde inval kon plaatsvinden, werden deze twee eind juni 1942 verplaatst naar Utrecht. Sinds die tijd werd het Oranjehotel uitsluitend gebruikt als “Polizeigefängnis Scheveningen”, wat wil zeggen dat de gevangenen er zaten opgesloten in opdracht van de Sicherheitsdienst (SD) en de Sicherheitspolizei (Sipo). In het Oranjehotel werden politieke gevangenen geconcentreerd waarvoor een bijzondere belangstelling was van de staf van de Befehlshaber der Sicherheitspolizei, die het hoofdkwartier had in Den Haag.[2]

Doodencel 601 in het Oranjehotel

Commandanten[bewerken]

Johann Schweiger, bijgenaamd “das Plurschwein”, één van de Duitse commandanten van het Oranjehotel

De Duitsers stelden in 1940 Harry Harder, een beambte van de Kriminalpolizei, aan als commandant. Toen de verzetsacties tegen de bezetters toenamen, verving de Sipo in begin februari 1941 Harder en stelde in zijn plaats aan als commandant de SS-Hauptscharführer Johann Schweiger. Twee maanden daarna werd SS-Untersturmführer Hans Joch aangesteld boven Schweiger, die daarna aanbleef als ondercommandant. In juni 1942 werd Hans Joch opgevolgd door SS-Hauptsturmführer Wilhelm Boy, die aanbleef tot februari 1944, waarna Johann Schweiger tot in de maand mei 1945 de touwtjes in handen had. Hij had een bijzonder slechte reputatie. Schweiger zou van februari 1941 tot in mei 1945 het grootste stempel drukken op het gevangenisregime in het Oranjehotel. Onder de gevangenen had hij de bijnaam “das Plurschwein”. Historicus Lou de Jong omschreef hem als: „... een brood-Nazi en bovendien corrupt, een felle antisemiet en een bruut.” Onder Schweiger kregen gevangenen niet meer dan het absoluut minimum aan eerste levensbehoeften. De gevangenen werden onder zijn leiding onderworpen aan vernedering, mishandeling en marteling.[2][3]

Gevangenen[bewerken]

Engelandvaarders zijn naar alle waarschijnlijkheid een van de eerste gevangen geweest, maar al snel werd het Oranjehotel vooral gebruikt om verzetsmensen op te sluiten en te verhoren. De eerste groep verzetsmensen die er eind 1940 werd opgesloten, waren leden van de Geuzengroep. Daarna kwam er op 2 april 1941 een groot aantal leden van de Stijkelgroep en vanaf begin juni 1941 een nog groter aantal communisten en vele andere politieke gevangenen. De bijnaam Oranjehotel wordt op 8 maart 1941 genoemd in de illegale krant Vrij Nederland. Uit deze beginperiode dateert ook het bekende anonieme gedichtje, dat op de gevangenismuur werd gekalkt:[2]

"In deze bajes / zit geen gajes / maar Hollands glorie / potverdorie!"

Veel gevangenen werden tijdens de verhoren gemarteld door de Sicherheitsdienst en leden van de Haagse gemeentepolitie, omdat ze zo moeilijk tot spreken te krijgen waren. Er zijn verschillende mensen doodgemarteld of vermoord in het Oranjehotel, zoals Pieter Philippus van den Berg (communist) op 29 augustus 1940, Sjaak Boezeman (De Geuzen) op 9 januari 1941 en Herman Holstege (communist) op 2 september 1941. Karel de Munter slaagde erin op 12 juli 1942 uit het Oranjehotel te ontsnappen[4].

In het Oranjehotel werden veel van verzetsactiviteiten verdachte Nederlanders opgesloten in afwachting van hun proces voor de Duitse nazi-rechtbanken. Ook werden er wel Joodse Hagenaars vastgezet die op transport naar Duitsland werden gesteld.

In totaal hebben tijdens de bezetting zo'n 25-30.000 mensen vastgezeten in het Oranjehotel.[5] Zij werden gearresteerd door de Duitsers vanwege uiteenlopende daden van verzet of Deutschfeindlichkeit, van het luisteren naar Radio Oranje tot het plegen van aanslagen tegen Duitsers. Na behandeling van hun zaak door de nazi’s werden sommigen vrijgelaten, maar vele duizenden werden veroordeeld tot langdurige verblijven in de Duitse kampen of tuchthuizen. 215 terdoodveroordeelden zijn vanuit het Oranjehotel ter fusillering met een vrachtwagen naar de Waalsdorpervlakte gebracht.

In mei 1945 kwam het huis van bewaring weer in Nederlandse handen en werd E.P. Weber de nieuwe commandant van de gevangenis. Veel NSB'ers, waaronder Anton Mussert en andere Nederlanders die werden verdacht van oorlogmisdaden, werden in 1945 opgesloten in Scheveningen. Ook kwam Ernst Knorr hier terug, nu niet als verhoorder maar als gevangene.

Doodencel 601[bewerken]

Een aantal cellen in de middelste gang van het Oranjehotel, de D-gang, werd gebruikt als dodencellen. Hier wachtten terdoodveroordeelden op het bevel om door het Poortje naar de vrachtwagen te lopen die hen naar de Waalsdorpervlakte zou brengen. In hun laatste uren mochten de gevangenen contact hebben met elkaar, praten, bidden, huilen, zingen. In sommige gevallen mochten ze nog een brief schrijven.

Een van de dodencellen, Doodencel 601, is in oorspronkelijke staat behouden. Een portret van koningin Wilhelmina hangt nu boven de deur. De muren tonen de authentieke inscripties van de gevangenen, waarmee hoop, angst en verlangen naar huis werden geuit. Er is een slaapplaats en een kleine ton die diende als gemak. Op een eetblad ligt een bijbel en er staat een kristallen vaas met daarop de tekst “VRIHEYT EN IS OM GHEEN GELT TE KOOP”.[6]

Doodencel 601 vormt de kern van het Monument Oranjehotel. Tijdens de jaarlijkse herdenking leggen honderden mensen bloemen bij Doodencel 601.

Gedenksteen “Zij waren eensgezind” in de buitenmuur van het Monument Oranjehotel (beeldhouwer: Albert Termote)

Het Poortje[bewerken]

Poortje en plaquette aan de Van Alkemadelaan. De tekst op de plaquette

Aan de Van Alkemadelaan bevindt zich, naast een grote poort, een kleine poort in de buitenmuur. Door deze kleine poort werden de terdoodveroordeelden naar buiten gevoerd, om op de Waalsdorpervlakte te worden geëxecuteerd.

Naast de deur is in 1949 een plaquette geplaatst ter nagedachtenis aan allen die hier weggevoerd werden naar de Waalsdorpervlakte. De tekst op de plaquette is van oud-gevangene, hoogleraar en auteur Nico Donkersloot (verzetsnaam: Antonie Donker) en luidt:

1940 - 1945
GEDENK HUN LAATSTE GANG
DOOR DEZE LAGE POORT,
HUN LEVEN
VOOR VRIJHEID EN VOOR RECHT GEGEVEN.
ZET HUN STRIJD VOORT.

Een van de vier “Doodenboeken” die in het Nationaal Archief worden bewaard

Doodenboeken en Namenlijst[bewerken]

De Doodenboeken zijn vier banden met foto’s en levensbeschrijvingen van 734 verzetsmensen die tijdens of na hun verblijf in het Oranjehotel zijn omgekomen. De Doodenboeken zijn kort na de oorlog samengesteld op basis van informatie over oud-gevangenen van het Oranjehotel die toen verzameld kon worden. De gegevens zijn verre van compleet, maar de boeken vormen een indrukwekkend monument voor de gevallenen. Ze zijn in bewaring gegeven bij het Nationaal Archief en digitaal te raadplegen.[7] Tijdens de jaarlijkse herdenking worden de boeken in Doodencel 601 gelegd.

Naast de Doodenboeken is in 1946-1947 het Gedenkboek van het Oranjehotel samengesteld door majoor E.P. Weber. Hierin wordt het leven en de persoonlijke geschiedenis - of in vele gevallen alleen de naam - van gevangenen beschreven.

Gedetailleerde lijsten van gevangenen van het Oranjehotel zijn niet beschikbaar. Kort voor het einde van de oorlog zijn de archieven van de gevangenis grotendeels door de Duitsers vernietigd.

De Lijst van de Stichting Oranjehotel vormt een digitaal eerbetoon aan oud-gevangenen, die vermeld worden met een korte levensbeschrijving en, indien beschikbaar, foto’s of documenten.[8] De informatie is veelal door particulieren aan de Stichting verstrekt en niet gecontroleerd op historische juistheid. Daarnaast bevat de Lijst aanvullende informatie over gevangenen die in het Gedenkboek of in de Doodenboeken zijn vermeld.

Jaarlijkse herdenking[bewerken]

In de voormalige kerkruimte, tegenwoordig in gebruik als sportzaal, vond tot 2016 jaarlijks de Herdenking Oranjehotel plaats

Sinds 1946 wordt op de laatste zaterdag van september of de eerste zaterdag van oktober de jaarlijkse herdenking gehouden. Tijdens de herdenking wordt een herdenkingsrede uitgesproken door een prominente Nederlander en wordt eer betoond aan de gevangenen van het Oranjehotel tijdens een stille gang langs Doodencel 601. De herdenking wordt ieder jaar door zo’n 400 mensen bijgewoond, waaronder vertegenwoordigers van de Staten-Generaal, de regering, de stad Den Haag, de provincie Zuid-Holland en vele organisaties van oud-gevangenen.

Stichting Oranjehotel[bewerken]

Een aantal ex-gevangenen, het Nederlandse Rode Kruis en het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie richtten op 24 juni 1946 het Comité Oranjehotel op. Zij besloten in het Oranjehotel „een blijvende herinnering aan te brengen (...) in de vorm van een monument of gedenkplaats en enkele doodencellen te bewaren als een soort bedevaartplaats“. Het door hen gerealiseerde “Monument Oranjehotel” bestaat uit “Doodencel 601”, “het Poortje”, de gedenkplaat “Zij waren eensgezind” en de “Doodenboeken”. Om het Monument Oranjehotel te beheren richtten zij op 6 mei 1947 de Stichting Oranjehotel op, die na oplevering van het monument en de Doodencel 601 tevens jaarlijks een herdenking is gaan organiseren.[9]

Herinneringscentrum Oranjehotel[bewerken]

De Doodencel 601 is bijna 70 jaar besloten geweest in de Scheveningse gevangenis, maar nu de cellenbarakken niet meer in gebruik zijn werkt de stichting sinds 2012 aan de vernieuwing en openstelling van het monument als herinneringscentrum. Sinds eind 2013 wordt eens per maand gelegenheid gegeven aan het publiek om Doodencel 601 te bezoeken. In samenwerking met de Rijksgebouwendienst en het Ministerie van Veiligheid en Justitie werd een ontwerp gemaakt voor een herinneringscentrum, waarvan de uitvoering in 2016 ondertekend is.[10] Op 15 januari 2018 werd museologe Anke van der Laan aangesteld als eerste directeur van het Herinneringscentrum Oranjehotel. Voordien was zij 15 jaar hoofd tentoonstellingen en collecties van het Frans Hals Museum en De Hallen Haarlem.[11] Op 6 februari 2018 werd bij de ondertekening van het bouwcontract bekend gemaakt dat het herinneringscentrum eind 2018 gerealiseerd zal zijn.[12] De voorzitter van de Stichting Oranjehotel, Dineke Mulock Houwer, maakte op op 6 oktober 2018 tijdens de jaarlijkse herdenking bekend dat die dag de laatste herdenking was voordat het herinneringscentrum in gebruik zal worden genomen. Vanaf 2019 vindt de herdenking plaats in het herinneringscentrum. Daarnaast deelde zij mede dat het NIOD een verzoek had ingewilligd om een wetenschappelijke studie uit te laten voeren naar de geschiedenis van het Oranjehotel gedurende de oorlogsjaren. Het onderzoek wordt uitgevoerd door NIOD-onderzoeker dr. Bas von Benda-Beckmann, die eerder onder meer de Velser Affaire heeft onderzocht. De studie zal een wetenschappelijke basis bieden voor de informatie- en educatiefunctie die het herinneringscentrum zal krijgen.[13][14]