Promiscuïteit

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een promiscue seksleven (van het Latijn promiscuus = dooreengemengd, gemeenschappelijk) houdt in dat men verschillende, wisselende, seksuele contacten met meerdere personen heeft.

Traditioneel bestaat in de meeste maatschappijen op dergelijk gedrag een taboe, zeker daar waar het vrouwen betreft. Volgens de Zwitserse antropoloog Johann Jakob Bachofen (1815 – 1887) vormde promiscuïteit de basis van primitieve samenlevingen, waarin de identiteit van de vader onachterhaalbaar was en afstamming en vererving daarom in vrouwelijke lijn plaatsvonden (matrilineariteit). Daarna zou dit gebruik afgenomen zijn en evolueerde de maatschappij naar een patriarchaat[1]. Empirisch sociaal-antropologisch onderzoek heeft de waarde van deze theorie gerelativeerd. Vooral het universele voorkomen van de door Bachofen beschreven stadia is in twijfel getrokken.

Sinds de seksuele revolutie (jaren '60) en naarmate de seksuele moraal in de westerse maatschappij minder streng werd is de promiscuïteit in de westerse maatschappij toegenomen[2][3]. De verspreiding van de ziekte aids sinds het begin van de jaren '80, heeft deze ontwikkeling weer enigszins afgeremd.

Door wisselende contacten is er een grotere kans op een seksueel overdraagbare aandoening (soa), waartoe sinds de jaren '80 ook besmetting met HIV behoort. Door veilig vrijen, zoals het gebruik van een condoom en andere bescherming kan dit risico sterk verminderd worden.

Dieren[bewerken]

Veel verschillende diersoorten zijn promiscue, waaronder de meeste zoogdieren. Ook de chimpansees en bonobo's zijn sterk promiscue.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Das Mutterrecht; eine Untersuchung über die Cynaikokratie der alten Welt nach ihrer religiösen und rechtlichen Natur (1861, 21897)
  2. Winkler Prins Encyclopedie, 7e druk, 1972
  3. Microsoft Encarta, 1993-2002