Promiscuïteit

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een promiscue seksleven (van het Latijn promiscuus = dooreengemengd, gemeenschappelijk) houdt in dat men verschillende, wisselende, seksuele contacten met meerdere personen heeft.

In de meeste maatschappijen rust een cultureel bepaald taboe op dergelijk gedrag.

Verschillende 19e-eeuwse antropologen (zoals Bachofen en Morgan) waren van mening dat promiscuïteit, vóór het ontstaan van het huwelijk, de basis vormde van primitieve samenlevingen, waarin de identiteit van de vader onachterhaalbaar was en afstamming en vererving daarom in vrouwelijke lijn plaatsvonden (matrilineariteit). Daarna zou dit gebruik afgenomen zijn en evolueerde de maatschappij naar een patriarchaat[1]. Empirisch sociaal-antropologisch onderzoek heeft de waarde van deze theorie gerelativeerd en deze gedachte is verlaten. Vooral het universele voorkomen van de door Bachofen beschreven stadia is in twijfel getrokken.

Sinds de seksuele revolutie (jaren 1960) en naarmate de seksuele moraal in de westerse maatschappij minder streng werd is de promiscuïteit in de westerse maatschappij toegenomen.[2][3] De verspreiding van de ziekte aids sinds het begin van de jaren 1980, heeft deze ontwikkeling weer enigszins afgeremd.[3]

Promiscuïteit is een risico-indicator bij de verspreiding van geslachtsziekten zoals chlamydia.[4] De prevalentie van gonorroe wordt vaak beschouwd als een graadmeter voor de promiscuïteit in de samenleving.[5]

Dieren[bewerken]

Veel verschillende diersoorten zijn promiscue, waaronder de meeste zoogdieren. Ook de chimpansees en bonobo's zijn sterk promiscue.

Zie ook[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • G. P. Murdock, Social structure (1949)
  • D. Morris, The naked ape (1967)