Protesten in Hongkong in 2019

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Actuele gebeurtenis In dit artikel wordt een actuele gebeurtenis beschreven.
De informatie op deze pagina kan daardoor snel veranderen of inmiddels verouderd zijn.
Protesten op 9 juni 2019 in Hennessy Road (Wan Chai)

De protesten in Hongkong in 2019 zijn een reeks van demonstraties in de speciale administratieve regio Hongkong, die in eerste instantie gericht was tegen de door de regering van Hong Kong voorgestelde uitleveringswet van 2019. Volgens dit wetsvoorstel kunnen de lokale autoriteiten verdachten uitleveren naar landen waarmee Hongkong geen uitleveringsverdrag heeft, zoals China en Taiwan. Tegenstanders van dit wetsontwerp vrezen dat dit het rechtssysteem van Hongkong zal ondermijnen, dat grotendeels onafhankelijk is van de Volksrepubliek China. Ook zijn Hongkongers bang dat de Chinese regering de wet zou kunnen gebruiken om dissidenten vast te zetten.

Achtergrond[bewerken]

Bij de overdracht van de voormalige Britse kroonkolonie aan China in 1997 is afgesproken dat Hongkong ten minste vijftig jaar lang zijn eigen wetten, rechtspraak en politieke vrijheden zou mogen behouden, volgens het Een land, twee systemen-principe. Tegenstanders van de uitleveringswet zien in de wet een eerste signaal dat China het niet zo nauw neemt met de gemaakte afspraken.

De protesten begonnen in maart 2019 en mondden uit in een aantal massale demonstraties op 9 en 16 juni en op 18 augustus van dat jaar. De bijeenkomsten werden georganiseerd door het Civil Human Rights Front (CHRF, het Burgermensenrechtenfront). Dit is een platform van zo'n 45 politieke belangenorganisaties in Hongkong. Aan de bijeenkomsten namen meer dan een miljoen mensen deel en men haalde wereldwijd de media. In verschillende andere steden vonden ook demonstraties plaats door in het buitenland wonenden Hongkongers en lokale sympathisanten. Het werden de omvangrijkste protesten in China sinds het Tiananmenprotest in Beijing op 4 juni 1989.[1] De Chinese regering omschrijft de protesten als 'de grootste crisis in Hong Kong sinds de machtsoverdracht in 1997'.[2]

Eisen[bewerken]

Demonstranten eisten in eerste instantie enkel de terugtrekking van de uitleveringswet. Na escalatie van politieoptreden op 12 juni en het uitstellen van de wet op 15 juni formuleerden de demonstranten de volgende vijf doelstellingen:

  • Volledige terugtrekking van de uitleveringswet uit het wetgevende proces
  • Ophouden met het beschrijven van de demonstraties als "rellen"
  • Vrijlating en eerherstel van de gearresteerde demonstranten
  • Oprichting van een onafhankelijke commissie om onderzoek te doen naar het gebruikte geweld van de politie
  • Ontslag van Carrie Lam en de invoering van het algemeen kiesrecht voor de Wetgevende Raad en de Chief Executive

Na maandenlange demonstraties werd op 4 september de eerste eis ingewilligd; het wetsvoorstel werd ingetrokken. Hiermee kwam er echter geen eind aan de demonstraties.

Verloop[bewerken]

Maart en april[bewerken]

Op 31 maart 2019 organiseerde het Burgermensenrechtenfront een eerste demonstratie tegen de uitleveringswet. De protestmars ging vanaf de Southern Playground (in Wan Chai) naar het gebouw van de centrale overheid in Admiralty. Claudia Mo, de voorzitter van het pro-democratiekamp en Lam Wing-Kee, een uitgever die in 2015 door Chinese agenten ontvoerd was, leidden de bijeenkomst. Hooggeplaatste democratische activisten, zoals kardinaal Joseph Zen, advocaten Martin Leen en Margaret Ng, en Apple Daily-eigenaar Jimmy Lai waren ook bij de demonstratie aanwezig. Volgens de organisatoren waren er 12.000 demonstranten, terwijl de politie sprak van 5.200.

Op 28 april was er een tweede demonstratie tegen de uitleveringswet die begon op East Point Road in Causeway Bay en ging naar het gebouw van de Wetgevende Raad (Legislative Council, het Hongkongse parlement) in Admiralty. De demonstratie duurde vier uur. Terwijl de politie het aantal deelnemers op 22.800 schatte, zeiden de organisatoren dat er 130.000 mensen op de been waren.

De volgende dag volhardde de hoogste bestuurder van Hongkong, Chief Executive Carrie Lam in haar standpunt dat de wet aangenomen zou worden en zei dat de leden van de Wetgevende Raad de wet voor hun zomervakantie moesten aannemen. De urgentie van de wet werd door Lam beargumenteerd met het feit dat een zekere Chan Tong-Kai, die van moord verdacht wordt in een zaak die veel media aandacht trok, in oktober vrijgelaten zou worden. Hoewel Tong-Kai op 29 april veroordeeld werd tot een gevangenisstraf, verwachtte de Secretaris van Veiligheid dat Tong-Kai Hongkong vervroegd zou kunnen verlaten wegens goed gedrag.

Juni[bewerken]

Demonstratie op 16 Juni 2019 met twee miljoen deelnemers (volgens de organisatoren)

Ondanks massale demonstraties bleef de regering achter het wetsontwerp staan en beweerde dat urgentie geboden was om de juridische maas in de wet te dichten. De tweede behandeling van de wet was voor de 12 juni 2019 gepland, maar ging niet door vanwege de protesten. Ook een geplande vergadering op 13 juni 2019 werd uitgesteld.

Op 15 juni stelde de regeringsleider Lam de behandeling van het wetsontwerp voor onbepaalde tijd uit. Ze gaf echter duidelijk aan dat het om uitstel ging en dat het wetsvoorstel niet zou worden ingetrokken. Daarop kwam het op 16 juni vanuit het Victoria Park tot een nieuwe protestmars door het stadscentrum. De regering werd daarbij opgeroepen om het wetsontwerp helemaal in te trekken. Andere eisen die de demonstranten stelden waren onder meer het aftreden van Lam, de vrijlating van gearresteerde demonstranten en de aanstelling van een onafhankelijke onderzoekscommissie om de wettigheid van de acties van de politie in Hongkong te onderzoeken. Vertegenwoordigers van het CHRF spraken over meer dan twee miljoen deelnemers, andere schattingen zijn gebaseerd op enkele honderdduizenden mensen. Omdat in deze demonstraties een christelijk lied werd gezongen, werden ze beschouwd als religieuze bijeenkomsten waarbij de politie geen wettelijke grond heeft om in te grijpen.[3]

Juli[bewerken]

Kleurrijk parapluprotest bij het stadhuis van Sha Tin tijdens de algemene staking op 5 augustus 2019.

Op 1 juli, de dag van de teruggave van Hongkong aan China, vindt traditioneel een protestmars plaats. Deze keer demonstreerden honderdduizenden mensen vreedzaam in het centrum van Hongkong eiland. Tegelijkertijd escaleerden de protesten bij de Wetgevende Raad, het parlement van Hongkong. Nadat honderden demonstranten het parlement bestormden en vernielingen aanrichtten, ontruimden politieagenten met schilden, wapenstokken en geweren met rubber kogels het gebied en doorzochten het parlementsgebouw.[4] In het weekend van 13 en 1 juli gingen tienduizenden inwoners van Hongkong gingen in juli 2019 de straat op voor protesten in de buurt van het financiële district. In de grenssteden Sheung Shui en Sha Tin demonstreerden ze onder andere tegen impopulaire dagjesmensen en handelaren van het Chinese vasteland. Dit resulteerde in botsingen met de politie.

Op 21 juli werden in een metrostation in het District Yuen Long demonstranten aangevallen door knokploegen, waarbij 45 mensen ernstig gewond raakten. Volgens critici kwam de politie, "ondanks schrijnend hulpgeroep" pas na meer dan een uur tussenbeide.

Augustus[bewerken]

De aankomsthal van het vliegveld van Hongkong in augustus 2019.
Demonstratie op 18 augustus 2019 met 1,7 miljoen deelnemers (volgens de organisatoren).

Na de aanvallen van 21 juli in het metrostation werden de protesten grimmiger en richtten zich mede tegen het politiegeweld. In het algemeen werd de toenemende invloed van de Volksrepubliek China bekritiseerd. Hongkong-bestuurder Carrie Lam werd ervan beschuldigd samen te spannen met de regering in Beijing. Op 5 augustus was er een algemene staking waarbij duizenden demonstranten het verkeer en het trein- en busvervoer lamlegden en waarbij veel vluchten werden geannuleerd.[5]

Vanwege de voortdurende en zich uitbreidende protesten in Hongkong dreigde Chinese communistische regering op 7 augustus 2019 voor een militair ingrijpen.[6]

Op 12 en 13 augustus moesten de vluchten op Hongkong International Airport worden opgeschort omdat de aankomst- en vertrekhallen werden bezet door demonstranten die een zitstaking hielden. Veel demonstranten droegen blinddoeken als reactie op een incident op de 11 augustus, waarbij in het district Tsim Sha Tsui een demonstrant (die naar verluidt als medisch vrijwilliger werkte) door een rubberen kogel van de politie ernstig gewond werd aan het rechter oog. Bovendien melde de Chinese Global Times dat de bewapende Volkspolitie van China zich verzamelde voor een grote oefening in Shenzhen, een stad nabij de grens met Hongkong. Amerikaanse inlichtingendiensten hebben naar verluidt ook president Donald Trump laten weten dat soldaten van het Volksbevrijdingsleger naar de grens met Hongkong werden gebracht.[7] China weigerde twee Amerikaanse oorlogsschepen de haven van Hongkong binnen te laten: het amfibisch transportschip USS Green Bay zou eigenlijk de haven op de 17 augustus aandoen en de kruiser USS Lake Erie in september. Liu Xiaoming, de Chinese ambassadeur in het Verenigd Koninkrijk, dreigde in te grijpen "om de rellen snel te onderdrukken."[8]

Op 18 augustus organiseerde het CHRF weer een grote demonstratie. DPA-verslaggevers schatten het aantal deelnemers op aanzienlijk meer dan een miljoen mensen.[9]

De volgende dag kondigde regeringsleider Lam een dialoog aan met Hongkongers uit alle lagen de bevolking. Ze weigerde echter op de eis van de demonstranten in te gaan voor een onafhankelijke onderzoekscommissie, die de politieoperaties van de afgelopen weken moet gaan onderzoeken.

Op 23 augustus vormden naar schatting 210.000 demonstranten een 60 kilometer lange menselijke keten in de stad om hun eisen te kracht bij te zetten. Deze zogenaamde Hongkongse weg werd georaniseerd naar voorbeeld van de Baltische Weg, die dag 30 jaar geleden. Dat was een demonstratie waarbij twee miljoen mensen een menselijke keten vormden van Tallinn via Riga naar Vilnius, om onafhankelijkheid te eisen van de Sovjet-Unie.

Op 25 augustus werd door de Chinese politie voor het eerst een schot afgevuurd om het oproer weer onder controle te krijgen. De demonstranten spraken over "witte terreur", doelend op de waterkanonnen en het traangas dat werd ingezet om de menigte uiteen te drijven. Ondanks een verbod demonstreerden op 31 augustus opnieuw duizenden personen overwegend gekleed in zwarte T-shirts tegen de Chinese overheid. De politie gebruikte daarbij traangas en waterkanonnen tegen demonstranten bij het parlementsgebouw.

September[bewerken]

Als gevolg van de maandenlange protesten, kondigde regeringsleider Lam op 4 september aan dat ze het wetsontwerp betreffende leveringen aan China had ingetrokken.[10] Met de formele intrekking van de wet heeft het regeringshoofd aan een belangrijke eis van de protestbeweging voldaan. Na de concessie van het regeringshoofd gingen het volgende weekend de demonstraties op kleinere schaal door, met nog steeds enkele tienduizenden deelnemers.

Net als bij de protesten vijf jaar eerder, die evenwel eindigden zonder concrete politieke successen, riepen de demonstranten in Hongkong ook op tot algemeen stemrecht en herhalen zij de overige eisen van voorgaande maanden.

De bevolking van Hongkong vreest nog steeds voor n de Chinese semi-autonome regio waar zij wonen. Door de felle tegenstand van de Chinese staat tegen de protesten, zien de demonstranten zich bevestigd in hun idee dat China, respectievelijk de politieke leiding in China op termijn aan de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vergadering gaat tornen.

Studentenactivist Joshua Wong, die net als in 2014 een vooraanstaande rol speelde bij de protesten, vroeg bondskanselier Angela Merkel in een open brief om op te komen voor de eisen van de demonstranten tijdens haar staatsbezoek aan China in september. Hij werd vervolgens een dag in hechtenis genomen voordat hij naar Duitsland reisde voor een evenement in het restaurant van het Rijksdaggebouw. Daarbij kreeg niet de gelegenheid om Merkel te ontmoeten.[11]

Reacties[bewerken]

Nederland[bewerken]

Minister Stef Blok van Buitenlandse zaken heeft in augustus 2019 namens de Nederlandse regering zijn bezorgdheid uitgesproken, waarbij hij vooral opriep om via overleg tot een oplossing te komen. De regering wijst beweringen dat het Westen schuld heeft aan de onlusten van de hand.[12]

VN en NGO's[bewerken]

VN-commissaris voor mensenrechten Michelle Bachelet stelde vast dat leger en politie het leven van demonstranten in gevaar hebben gebracht. Bachelet drong er bij de Hongkongse autoriteiten op aan te zorgen voor naleving van internationale regels over het gebruik van geweld bij oproer. De protesten hebben ertoe geleid dat sommige landen (zoals het Verenigd Koninkrijk, Ierland, Canada) reiswaarschuwingen of gedragsverklaringen (Zuid-Korea) naar Hongkong hebben uitgegeven.

Bovendien riepen 74 niet-gouvernementele organisaties (waaronder Reporters Without Borders, Amnesty International en Human Rights Watch) premier Carrie Lam van Hongkong in een open brief op om de wet in te trekken.

Duitsland[bewerken]

Margarete Bause (Bündnis 90/Die Grünen), vice-voorzitter van de Duits-Chinese groep parlementariers, eiste dat Duitsland en de EU zich duidelijk aan de zou scharen van de vreedzame democratiebeweging. Ook Christian Lindner, federale voorzitter van de FDP eiste meer aandacht voor en solidariteit met de oppositie in Hongkong.

De Duitse minister van Buitenlandse Zaken Heiko Maas (SPD) ontmoette activist Joshua Wong op een informele bijeenkomst in september 2019. Het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken sprak vervolgens van een "gebrek aan respect" voor de soevereiniteit van de Volksrepubliek en inmenging in binnenlandse aangelegenheden. Het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken wees het bezwaar van de hand, met als argument dat ontmoetingen met vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld gebruikelijk zijn omdat de federale regering immers streeft naar vrijheid van meningsuiting.

China[bewerken]

Staatsmedia in China waarschuwden de demonstranten, die eerder als "criminelen" bestempeld werden, te stoppen met demonstreren aangezien Hongkong "een onafscheidelijk deel van de Chinese Volksrepubliek" is; elke splitsingspoging zal worden "verpletterd". De demonstraties op de 8 september duiden er volgens Beijng op dat buitenlandse troepen achter de protesten zitten.[13][14]

Zie ook[bewerken]