Resolutie 2068 Veiligheidsraad Verenigde Naties

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Vlag van Verenigde Naties
Resolutie 2068
Van de VN-Veiligheidsraad
Datum 19 september 2012
Nr. vergadering 6838
Code S/RES/2068
Stemming
voor
11
onth.
4
tegen
0
Onderwerp Kinderen in gewapende conflicten.
Beslissing Bereidheid tot maatregelen tegen gewapende groepen die kinderrechten bleven schenden.
Samenstelling VN-Veiligheidsraad in 2012
Permanente leden
Vlag van China China · Vlag van Frankrijk Frankrijk · Vlag van Rusland Rusland · Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk · Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten
Niet-permanente leden
Vlag van Azerbeidzjan Azerbeidzjan · Vlag van Colombia Colombia · Vlag van Duitsland Duitsland · Vlag van Guatemala Guatemala · Vlag van India India · Vlag van Marokko Marokko · Vlag van Pakistan Pakistan · Vlag van Portugal Portugal · Vlag van Zuid-Afrika Zuid-Afrika · Vlag van Togo Togo
Een kindsoldaat tijdens de Irak-Iranoorlog aan het Iraanse front.
Een kindsoldaat tijdens de Irak-Iranoorlog aan het Iraanse front.

Resolutie 2068 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties is op 19 september 2012 aangenomen door de VN-Veiligheidsraad. Dat gebeurde met elf stemmen voor en vier onthoudingen.

Met deze resolutie verklaarde de Veiligheidsraad haar bereidheid om sancties op te leggen tegen gewapende groeperingen die de rechten van kinderen pertinent bleven schenden. Volgens een rapport van de secretaris-generaal waren er in 2012 32 van die groeperingen die al meer dan vijf jaar de kinderrechten met de voeten traden.

De leden die zich onthielden waren Azerbeidzjan, dat de tekst te selectief vond (het rapport van de secretaris-generaal ging over misdaden tegen kinderen in 2011 in 23 onderzochte landen[1]), China, dat vond dat er te weinig inspraak was geweest, Pakistan, dat vond dat geen rekening was gehouden met diens voorstellen, en Rusland.[2]

Inhoud[bewerken]

Waarnemingen[bewerken]

De landen zelf waren verantwoordelijk voor de bescherming en hulpverlening aan kinderen bij gewapende conflicten. Aan deze bescherming werd veel belang gehecht.

Intussen was de uitvoering van de voorgaande resoluties over deze kwestie, 1612, 1882 en 1998, vooruit gegaan; vooral de demobilisatie van duizenden kinderen en het ondertekenen van actieplannen.

Doch bleven de partijen van een aantal conflicten het internationaal recht ten aanzien van kinderen die door het conflict werden getroffen flagrant schenden zonder daarvoor gestraft te worden. Landen waren zelf verantwoordelijk voor het straffen van genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden gepleegd tegen kinderen.

Handelingen[bewerken]

De Veiligheidsraad verwelkomde de aanstelling van de nieuwe speciale vertegenwoordiger van de secretaris-generaal voor kinderen en gewapend conflict - op 13 juli 2012 was de Algerijnse Leila Zerrougui aangesteld voor deze functie[3] - en benadrukte het belang van diens mandaat.

Schendingen van de kinderrechten werden streng veroordeeld. Daaronder het inzetten als kindsoldaat, vermoorden, verminken, verkrachten, ander seksueel geweld, ontvoering, aanvallen op scholen en ziekenhuizen en het ontzeggen van toegang tot hulpverlening. Er werd tevens geëist dat alle relevante partijen deze praktijken onmiddellijk stopzetten en maatregelen namen om kinderen te beschermen.

Men was bezorgd over een aantal ervan de kinderrechten pertinent bleven schenden en de VN-resoluties ter zake met de voeten traden. Landen moesten de verantwoordelijken hiervoor berechten. De Veiligheidsraad verklaarde bereid te zijn gerichte maatregelen tegen hen te nemen.

Verwante resoluties[bewerken]