Resolutie 2137 Veiligheidsraad Verenigde Naties

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Vlag van Verenigde Naties
Resolutie 2137
Van de VN-Veiligheidsraad
Datum 13 februari 2014
Nr. vergadering 7110
Code S/RES/2137
Stemming
voor
15
onth.
0
tegen
0
Onderwerp Burundese burgeroorlog
Beslissing Verlenging van het BNUB tot eind 2014.
Samenstelling VN-Veiligheidsraad in 2014
Permanente leden
Vlag van China China · Vlag van Frankrijk Frankrijk · Vlag van Rusland Rusland · Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk · Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten
Niet-permanente leden
Vlag van Argentinië Argentinië · Vlag van Australië Australië · Vlag van Tsjaad Tsjaad · Vlag van Chili Chili · Vlag van Jordanië Jordanië · Vlag van Zuid-Korea Zuid-Korea · Vlag van Litouwen Litouwen · Vlag van Luxemburg Luxemburg · Vlag van Nigeria Nigeria · Vlag van Rwanda Rwanda
Monument voor de honderd Tutsi-leerlingen en leerkrachten die op 21 oktober 1993 door Hutu's levend werden verbrand in een benzinestation; maart 2007.
Monument voor de honderd Tutsi-leerlingen en leerkrachten die op 21 oktober 1993 door Hutu's levend werden verbrand in een benzinestation; maart 2007.

Resolutie 2137 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties werd op 13 februari 2014 unaniem aangenomen door de VN-Veiligheidsraad en verlengde het VN-kantoor in Burundi tot eind 2014, waarna het kantoor zou worden vervangen door een VN-landenteam.[1]

Achtergrond[bewerken]

Na Burundi's onafhankelijkheid van België in 1962 werd het land een monarchie. In 1966 werd de koning na een staatsgreep vervangen door een president. Toen de voormalige koning in 1972 vermoord werd brak een burgeroorlog uit tussen Tutsi's en Hutu's in het land. Daarna losten de dictators elkaar met opeenvolgende staatsgrepen af. Begin 1994 kwam de president samen met zijn Rwandese collega om het leven toen hun vliegtuig werd neergeschoten. Daarop brak in beide landen een burgeroorlog uit tussen Hutu's en Tutsi's waarbij honderdduizenden omkwamen. In 2000 werd een overgangsregering opgezet en pas in 2003 kwam die een staakt-het-vuren overeen met de rebellen. In juni 2004 kwam een VN-vredesmacht die tot 2006 bleef. Hierna volgden echter wederom vijandelijkheden tot in augustus 2008 opnieuw een staakt-het-vuren werd getekend.

Inhoud[bewerken]

Waarnemingen[bewerken]

Men verwelkomde de vooruitgang die Burundi had geboekt, maar bleef bezorgd over de persvrijheid, de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van vereniging en vrijheid van vergadering voor oppositiepartijen in de aanloop naar de verkiezingen in 2015. Ook respect voor de mensenrechten bleef ondanks inspanningen van de overheid een heikel punt.

Burundi had zelf gevraagd om het VN-kantoor in het land te vervangen door een landenteam en ook om waarnemers te sturen voor de komende verkiezingen.

Handelingen[bewerken]

Het mandaat van het BNUB-kantoor werd verlengd tot 31 december 2014. De secretaris-generaal werd gevraagd het landenteam dat BNUB daarna zou opvolgen voor te bereiden. Ook werd hem gevraagd een waarnemingsmissie voor te bereiden die na het einde van BNUB zou worden uitgestuurd.

De Burundese overheid werd opgeroepen verdere stappen te ondernemen om de mensenrechtenschendingen te stoppen en samen te werken aan onder meer een waarheids- en verzoeningscommissie.

Verwante resoluties[bewerken]