Richard Hildebrandt

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Richard Hildebrandt
Richard Hildebrandt na de Tweede Wereldoorlog
Richard Hildebrandt na de Tweede Wereldoorlog
Geboren 13 maart 1897
Worms, Duitse Keizerrijk
Overleden 10 maart 1951
Bydgoszcz, Polen
Begraven Evangelisch[1] later Gottgläubig[2][3]
Land/partij Flag of the German Empire.svg Duitse Keizerrijk
Flag of the German Reich (1935–1945).svg nazi-Duitsland
Onderdeel War Ensign of Germany (1903-1918).svg Deutsches Heer
Flag of the Schutzstaffel.svg Waffen-SS
Dienstjaren 1915 - 1918
1931 - 1945
Rang HH-SS-Obergruppenfuhrer-Collar.pngSS Obergruppenführer.jpg
SS-Obergruppenführer en generaal bij de Waffen-SS en de politie
Eenheid Feldartl.-Regt. 22.[1]
Leiding over SS-Rasse und Siedlungshauptamt
(20 april 1943 - 8 mei 1945)
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog

Tweede Wereldoorlog

Onderscheidingen zie onderscheidingen
Ander werk Koopmann[3]
Portaal  Portaalicoon   Tweede Wereldoorlog

Richard Hermann Hildebrandt, (Worms, 13 maart 1897 - Bydgoszcz, 10 maart 1951) was een Duitse SS-Obergruppenführer. Hij was generaal bij de Waffen-SS. In de tijd van het nationaalsocialisme was hij Rijksdagafgevaardigde voor NSDAP. En is na de oorlog als oorlogsmisdadiger tot de dood veroordeeld.

Leven[bewerken]

Richard Hildebrandt was de zoon van de keramiekfabrikant Albert Hildebrandt (burgemeester van Windsheim 1930-1933)[4] en had vijf broers. Hij ging naar het humanistisch gymnasium in Worms, Frankfurt am Main alsmede in Dorsten. Nadat hij zijn eindexamen had afgelegd in mei 1915, nam hij tot november 1918 aan de Eerste Wereldoorlog deel. Met als eindrang Leutnant. Daarop volgde een tijd als vrijwillige verkoper bij zijn vader in zijn fabriek. Hildebrandt studeerde vanaf 1919 tot 1921 algemene economie, taal, geschiedenis en kunstgeschiedenis in Keulen en München. Zonder de studie's af te ronden.

NSDAP[bewerken]

In augustus 1922 (maar de Karteikarte Hildebrandt geeft aan 1 juni 1928) werd hij lid van de NSDAP. Vanaf juni 1923 was hij lid van de SA. In september 1923 nam hij deel aan de Duitse Dag (Deutschen Tag) en de Bierkellerputsch. Na het NSDAP-verbod, was Hildebrandt lid van het Vrijkorps Oberland. Waar hij als als districtsleider fungeerde.

In het voorjaar van 1928 maakte hij in de Verenigde Staten een trektocht. Hij verdiende in zijn levensonderhoud als akkerbouwer en als werklui, bij een exporteur van boeken in New York. In juli 1928 trad hij opnieuw tot de NSDAP Ortsgruppe New York toe. In mei 1930 keerde hij naar Duitsland terug. Hij nam functionaristaken in de NSDAP op zich. Eerst was Hildebrandt als Ortsgruppenleiter in Bad Windsheim en kort daarop als districtsleider Bad Windsheim in de Gouw Midden-Franken actief.

Schutzstaffel[bewerken]

In februari 1931 wisselde hij van de SA naar de SS. Er volgde een functies als Stabsführer en adjudant van Sepp Dietrich. Op 24 juni 1931 werd hij als Sturmführer in de staf van de SS-Abschnitts I (München) geplaatst. Dan vanaf 17 augustus 1931 tot 1 oktober 1932 als SS-Adjudant in de Abschnitts I (met terugwerkende kracht vanaf 18 augustus 1931). Vanaf 14 augustus 1931 tot 1 juli 1932 was hij tegelijk Stabsführer en Adjudant van de SS-Brigade Süd (München). In deze hoedanigheid was hij lid van de Oberste SA-Führung (OSAF).

Nationaalsocialisme[bewerken]

Op 30 januari 1933 werd Hildebrandt overgeplaatst naar SS-Gruppe West na een conflict met Julius Streicher. Vlak na zijn bevordering tot SS-Brigadeführer op 9 november 1933, nam Hildebrandt de leiding van SS-Abschnitte XXI in Görlitz over, die hij vanaf 12 januari 1934 tot 15 april 1935 voerde.

Tijdens de Nacht van de Lange Messen liet Hildebrandt vier burger van Hirschberg im Riesengebirge, waaronder een Joodse arts Alexander Zweig met zijn Arische vrouw alsmede twee Joodse naar men zegt communistische arbeiders in Landeshut liet vermoorden.

Vanaf midden april 1935 was hij hoofdzakelijk leider van de SS-Abschnitte XI in Wiesbaden en aanvang januari 1937 van de SS-Oberabschnitte Rijn. Aanvang april 1935 volgde aansluitend zijn benoeming tot HSSPF Rijn, deze post bekleedde hij tot oktober 1939.

In 1933 werd hij tot Pruisische raadslid benoemd. Vanaf november 1933 tot het einde van het Derde Rijk zat hij als parlementslid in de Rijksdag. Eerst voor Kieskring 7 (Breslau) en vanaf 1936 voor Kieskring 19 (Hessen-Nassau).

Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Vanaf oktober 1939 tot april 1943 was Hildebrandt HSSPF Danzig-West-Pruisen. En leider van de SS-Oberabschnitts Weichsel en ook gelastigde voor Reichskommissariat für die Festigung des deutschen Volkstums in Danzig-West-Pruisen. Hildebrandt werd als HSSPF uit zijn ambt gezet na een competentiegeschil met Gouwleider Albert Forster. In die functie speelde hij een belangrijke rol in het deporteren en vermoorden van Joden uit het Balticum. Door zijn toedoen werd concentratiekamp Stutthof opgericht.

Van april 1940 tot juli 1942 was hij ook lid van het Volksgerichtshof. Op 30 januari 1942 werd Hildebrandt tot SS-Obergruppenführer en en General der Polizei bevorderd. Hij was vanaf 20 april 1943 tot het einde van de Tweede Wereldoorlog hoofd van het SS-Rasse und Siedlungshauptamt. Vanaf december 1943 was Hildebrandt waarnemend HSSPF Zwarte Zee met zijn kantoor in Breslau. Vanaf eind februari 1945 was hij ook HSSPF Südost, waar hij als verbindingsofficier fungeerde tussen de RFSS en Heeresgruppe Mitte. In december 1944 werd hij tot General der Waffen-SS bevorderd. In april 1945 tijdens de eindfase van de Tweede Wereldoorlog werd Hildebrandt nog tot Höherer SS- und Polizeiführer Bohemen en Moravië benoemd met zijn kantoor in Praag.

Na de oorlog[bewerken]

Op 24 december 1945 werd Hildebrandt in Wiesbaden gevangengenomen. Op 10 maart 1948 werd hem in het Proces Rasse- und Siedlungshauptamt der SS wegens oorlogsmisdaden, lidmaatschap van een criminele organisatie en misdaden tegen de menselijkheid veroordeeld tot 25 werkkamp.

Misdaden tegen de menselijkheid[bewerken]

De 14 RuSHA-verdachten lees de aanklachten tegen hen (de eerste van rechts Hildebrandt).

Internationaal Tribunaal voor Oorlogsmisdaden: ik vond hem schuldig, zonder gerede twijfel, van de volgende misdaden tegen de menselijkheid:[5]

  • ontvoering van buitenlandse kinderen;
  • gedwongen abortus van oostelijke arbeiders;
  • zuigelingen wegnemen van oostelijke arbeiders;
  • illegaal en onjuist bestraffen van buitenlandse onderdanen voor geslachtsgemeenschap met Duitsers;
  • belemmeren van de voortplanting van vijandelijke onderdanen;
  • gedwongen evacuatie en volksverhuizingen van bevolkingen;
  • gedwongen Germanisering van vijandelijke onderdanen; en
  • benutten van vijandelijke onderdanen als slavenarbeid.

Aansluitend werd hij uitgeleverd aan Polen, waar hij samen met Max Henze in een proces op 4 november 1949 wegens zijn aandeel in Danzig-West-Pruisen tot de dood veroordeeld werd. Op 25 november 1949 werd het oordeel door de Hooggerechtshof in Warschau bekrachtigd. Bij zijn vergeefse gratieverzoek beweerde hij: "Ik kan u verzekeren op mijn erewoord, dat mijn geweten zuiver is". Op 10 maart 1952 werd Hildebrandt terechtgesteld.

Familie[bewerken]

Hildebrandt was getrouwd (1928) met Johanna (Hansi) Fischer (26 juni 1903, Bamberg), zij hadden drie kinderen: twee zonen (een heette Wolfgang) (14 maart 1932 en 6 juli 1936, Danzig) een dochter (7 september 1934, Danzig)[3][4]. Hij had ook vijf broers, namelijk Wilhelm Hildebrandt (1898), over hem is niets bekend. En Otto Hildebrandt (Windsheim, 1899-1967)[4]. Friedrich (Fritz) Hildebrandt, Karl Hildebrandt (1894) en Ernst Hildebrandt (1895)[6].

Militaire loopbaan[bewerken]

Lidmaatschapsnummers[bewerken]

  • NSDAP-nr.: 89 221[7](augustus 1922 maar de karteikarte Hildebrandt geeft aan 1 juni 1928)[3]
  • SS-nr.: 7088[7] (februari 1931)[3]

Onderscheidingen[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Johnpeter H. Grill: Richard Hildebrandt – „Rassenplaner“ der SS. in: Ronald Smelser, Enrico Syring (Hrsg.): Die SS: Elite unter dem Totenkopf. Schöningh, Paderborn 2000, ISBN 3-506-78562-1.
  • Ruth Bettina Birn: Die Höheren SS- und Polizeiführer. Himmlers Vertreter im Reich und in den besetzten Gebieten. Droste Verlag, Düsseldorf, 1986. ISBN 3-7700-0710-7.
  • Isabel Heinemann: “Rasse, Siedlung, deutsches Blut”: Das Rasse- und Siedlungshauptamt der SS und die rassenpolitische Neuordnung Europas. Wallstein, Göttingen 2003 ISBN 3-89244-623-7.
  • Ernst Klee: Das Personenlexikon zum Dritten Reich. Wer war was vor und nach 1945. 2. Auflage. Fischer-Taschenbuch-Verlag, Frankfurt am Main 2007, ISBN 978-3-596-16048-8.
  • Joachim Lilla, Martin Döring, Andreas Schulz: Statisten in Uniform: Die Mitglieder des Reichstags 1933–1945. Ein biographisches Handbuch. Unter Einbeziehung der völkischen und nationalsozialistischen Reichstagsabgeordneten ab Mai 1924. Droste, Düsseldorf 2004, ISBN 3-7700-5254-4.
  • Peter Sander: Verwaltung des Krankenmordes – Der Bezirksverband Nassau im Nationalsozialismus, Psychosozial-Verlag, Gießen 2003, ISBN 978-3-89806-320-3 (PDF; 1,06 MB)

Externe links[bewerken]