Search and rescue

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een SAR-vaartuig.
Reddingsoperatie op 2 september 2005 net na orkaan Katrina.

Search and rescue (SAR) (Nederlands: opsporing en redding) is een door de Verenigde Naties gestandaardiseerde term. Het betreft een "effectief wereldwijd systeem, zodat waar mensen ook varen of vliegen, er een SAR-service beschikbaar zal zijn voor als dit nodig is". Het systeem staat beschreven in het door de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) en internationale luchtvaart organisatie ICAO uitgegeven SAR-handboek. Landen die lid zijn van deze organisaties zijn gehouden om naar deze maatstaven SAR-diensten te organiseren.

Tijdens SAR-reddingsoperaties heeft een Redding Operatie Centrum (afgekort "RCC", van Rescue Coordination Centre) de operationele leiding over de inzet. Er wordt gebruikgemaakt van SAR-eenheden, bemand door speciaal opgeleid personeel. Deze eenheden kunnen lucht-, water- of landgebonden zijn.

RCC[bewerken]

RCC, het Rescue Co-ordination Centre oftewel Redding Operatie Centrum, is het centrum verantwoordelijk voor een efficiënte organisatie van Search And Rescue taken en voor de coördinatie van de uitvoering tijdens de SAR inzetten. Ieder RCC is verantwoordelijk over een eigen gebied, aangeduid als Search And Rescue Region (SRR).
RCC's zijn er in drie gedaantes:

een MRCC, (houdt zich alleen met maritieme Search And Rescue bezig),
een ARCC, waarbij de A staat voor aeronautisch, richt zich uitsluitend op ongevallen met vliegtuigen
een JRCC, waarbij de J staat voor joint (gezamenlijk). Een JRCC zal zich dus met zowel noodgevallen in de zeevaart als luchtvaart bezighouden.

SAR in Nederland[bewerken]

De Nederlandse SAR-dienst is ondergebracht bij de Nederlande kustwacht. In Nederland zijn als SAR-eenheden aangemerkt de varende eenheden van onder andere Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (KNRM), Reddingsbrigades,de vaartuigen van de Koninklijke Marine, vaartuigen van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat en van de KLPD en van Bergings- en sleepdienst Theunisse. Als luchtgebonden eenheden primair de vliegende eenheden van de Kustwacht (Dornier), en de AB-412 SAR helikopter van het 303 sqn van de Koninklijke Luchtmacht gestationeerd op vliegbasis Leeuwarden, en NHV die buiten UDP dit doen opererend vanaf de Maasvlakte of Koksijde en de NOGEPA offshore-helikopter). Daarnaast kan het Nederlandse RCC, dat zich in Den Helder bevindt, gebruikmaken van een ruim aantal ondersteunende eenheden.

SAR in België[bewerken]

De Belgische SAR-dienst is ondergebracht bij het 40e Smaldeel Heli in Vliegbasis Koksijde en de Marine in het Operationeel Commando, te Zeebrugge. In België bestaat de SAR uit reddingschepen (vooral de A-schepen) en het sqdn Heli te Koksijde. Deze zijn uitgerust met Sea King helikopters. De basis is vooral bekend van het programma 'Windkracht 10'. De Sea King is in 2011 buiten dienst gesteld en is vervangen door de NH-90.

SAR-operaties[bewerken]

Algemeen[bewerken]

Vooraleer men in de scheepvaart een SAR operatie begint, is het noodzakelijk om zo nauwkeurig mogelijk de meest waarschijnlijke positie van het bekende of vermoedelijke noodgeval te schatten. Men moet hierbij rekening houden met de positie van de overlevenden en ervoor zorgen dat het zoekgebied groot genoeg is om rekening te houden met onverwachte mogelijkheden. Indien de positie op het moment van het noodgeval is doorgegeven, zijn zoekacties niet nodig en kan men onmiddellijk de reddingsoperatie organiseren. Alleen als de positie niet gekend is, zal de organisatie van een zoekactie nodig zijn. Op de plaats van de ramp wordt een on-scene coördinator (OSC) aangeduid door de MRCC. Dit is normaal gezien het eerste schip dat zich in het zoekgebied bevindt. De taak van de OSC kan altijd naar een ander schip gaan, eens er meerdere schepen de plaats van de ramp bereiken.

Verantwoordelijkheden van de OSC[bewerken]

De OSC moet gedurende de zoekactie aan alle deelnemende schepen duidelijke instructies en voldoende gegevens doorgeven. Indien hij dit niet doet, zal de zoekactie vlug een chaotische indruk geven en kan de situatie alleen maar gevaarlijker worden. Deelnemende schepen zijn dan ook verplicht de instructies van de OSC te volgen.

Vóór het begin van de zoekactie zal de OSC duidelijk de volgende elementen moeten bepalen:

  • het zoekactiegebied (meestal al door de MRCC bepaald, standaard een referentiepunt met een straal van 10 zeemijl er rond);
  • het zoekpatroon, de koersen, de snelheid en de afstanden tussen de schepen;
  • het beginpunt van het zoekpatroon (CSP= commence search point).

Veel van deze gegevens worden continu aangepast, omdat er normaalgezien steeds meer schepen naar het zoekgebied komen, omdat de inlichtingen over wat men juist zoekt, steeds nauwkeuriger worden en omdat de weersomstandigheden, de zichtbaarheid en het daglicht ook continu veranderen. Omwille van de drift door stroming of wind op zee moet het referentiepunt en dus ook het zoekactiegebied na enige tijd niet alleen vergroot worden, maar ook opgeschoven worden om dit effect te corrigeren.

Zoekactiestrategie[bewerken]

Om een gecoördineerd zoekpatroon met meerdere schepen uit te voeren, zouden alle betreffende schepen samen moeten varen met een door de OSC bepaalde snelheid. Gewoonlijk is dit de maximale snelheid van het traagste schip. In geval van beperkte zichtbaarheid duidt de OSC een aangepaste snelheid aan. Ook is het in die omstandigheden wenselijk om de afstand tussen de schepen te verkleinen zonder de veiligheid in gevaar te brengen.

Zoekpatronen[bewerken]

De beschikbare zoekpatronen zijn de volgende:

Vierkante spiraalvormige zoekactie (expanding square search – SS)[bewerken]

Vierkant spiraalvormig zoekpatroon

Enkel door één schip uit te voeren. Dit zoekpatroon is vooral doeltreffend, wanneer de positie van het gezochte voorwerp bekend is binnen een klein zoekgebied. Het beginpunt (CSP) van de zoekactie is altijd het referentiepunt. Om de navigatiefouten zo veel mogelijk te verminderen is meestal de eerste koers rechtstreeks in de wind gericht.

Sectoriële zoekactie (sector search – VS)[bewerken]

Sectorieel zoekpatroon

Enkel door één schip uit te voeren, meestal een fast rescue boat (voor speciale gevallen: bv. man overboord). Deze methode is meestal doeltreffend, wanneer de positie van het voorwerp nauwkeurig is in een niet te groot zoekgebied. Een vliegtuig of helikopter en een schip mogen gelijktijdig gebruikt worden om onafhankelijke sectoriële zoekpatronen van hetzelfde gebied uit te voeren. Een geschikt baken (bv. rookboei of radiobaken) mag op het referentiepunt gedropt worden om dit punt aan te duiden en dit als herkenningsteken te gebruiken. Voor schepen heeft dit zoekpatroon meestal een actieradius tussen 2 en 5 zeemijl en wordt elke bocht meestal 120° aan stuurboord uitgevoerd.

Parallel-pad zoekactie (parallel track search - PS)[bewerken]

Een zoekactie die door twee of meer schepen kan uitgevoerd worden.

Gecoördineerde zoekactie schepen/vliegtuigen (creeping line search, coordinated - CSC)[bewerken]

Door schepen en vliegtuigen uit te voeren. Deze gecoördineerde zoekactie wordt alleen uitgevoerd in aanwezigheid van een OSC die instructies aan de deelnemers geeft en die de communicatie met hen verzekert.

Bij de aankomst van een ter hulp gekomen SAR vliegtuig gedurende de uitvoering van één van de boven vermelde zoekpatronen, is het algemeen gewenst dat de zoekende schepen hun zoekactie verder zetten en beëindigen. Het vliegtuig zal dan ondertussen alleen zoekacties moeten uitvoeren en mag, als het dit wenst, de zoekende schepen als navigatiereferentiepunt gebruiken.

Referenties[bewerken]