Defensie van België

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Mee bezig Mee bezig
Aan dit artikel of deze sectie wordt de komende uren of dagen nog druk gewerkt.
Toelichting: aanvulling geschiedenis vanuit het Engelstalige en Franstalige artikel, integratie tegen eind april afgerond
Klik op geschiedenis voor de laatste ontwikkelingen.

Het Belgische leger is het leger van België. Het is de facto een beroepsleger, want de dienstplicht is op 5 februari 1995 opgeschort. Het bestaat uit volgende componenten:

Het Belgisch leger werd opgericht nadat België onafhankelijk werd in oktober 1830. Sindsdien hebben heeft het leger gevochten in de Eerste Wereldoorlog, de Tweede Wereldoorlog en de Koude Oorlog (Koreaanse Oorlog en bezetting van de Federale Republiek Duitsland). Het Belgisch leger is ingepast in de NAVO en heeft deelgenomen aan operaties in Bosnië, Somalië, Kosovo, Libanon, Libië en Afghanistan. De elite-eenheid zijn de paracommando's, die een aantal keren actief waren in Centraal-Afrika. Tijdens hun inzet als blauwhelm in Rwanda werden 10 Belgische paracommando's ontwapend en vermoord in 1994.

Geschiedenis[bewerken]

Oprichting[bewerken]

Wanneer België zich afsplitste van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in 1830-31 werd er verwacht dat België een rol kon opnemen als neutrale bufferstaat tussen de grootmachten Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Ierland en Pruisen. Hierdoor zou de nood aan een duur permanent leger vermeden kunnen worden, zodat voornamelijk gesteund kon worden op een kleinere deeltijdse militie als de bestaande 'Burgerwacht' (fr: Garde Civique). Al snel werd echter duidelijk dat België nood zou hebben aan een regulier leger. De basis voor rekrutering was 'selectieve dienstplicht', waarbij vrijstellingen gekocht konden worden. Dit betekende in praktijk dat slechts een kwart van de jonge mannen effectief dienstplicht deed, waarvan het grootste deel bestond uit de armere lagen van de bevolking.

Vroege geschiedenis[bewerken]

Als deel van het nationale beleid inzake neutraliteit, werd het Belgisch leger in de 19e eeuw ontplooid als een in essentie defensieve macht met forten aan de Nederlandse, Duitse en Franse grenzen. Door problemen met de rekrutering bleef het leger onder zijn bedoelde sterkte van 20 000 manschappen. In 1868 werd een strengere wetgeving goedgekeurd met betrekking tot de dienstplicht. Tijdens de Frans-Duitse Oorlog in 1870 werd een algemene mobilisatie afgekondigd voor bijna een geheel jaar, waardoor grote problemen met training en structurele zwakheden opdoken. De aanwezigheid van Belgische eenheden langs de landsgrenzen konden er echter voor zorgen dat het strijdgewoel nooit tot op het Belgisch territorium werd voorgezet.[1]

Tot het einde van de jaren 1890 bleef het Belgisch leger afhankelijk van een systeem van selectieve dienstplicht, in een tijd waarbij de meeste Europese landen een universele dienstplicht hadden ingevoerd naar Pruisisch model. In België werden rekruten geselecteerd door een loterijsysteem. Diegene die geselecteerd werden konden echter ontsnappen aan de dienstplicht door een vervanger te betalen.[2] Dit systeem bevoordeelde de gegoeden en werd in het buitenland afgedaan als inefficiënt en onpatriottisch. Voor de geselecteerden duurde de dienstplicht acht jaar, gevolgd door vijf jaar als reservist.[3]

Het Pauselijke Leger, dat gebaseerd was in Rome, bestond vanaf 1860 uit een eenheid van bataljon-grootte gekend als de Tirailleurs Franco-Belges (Franco-Belgische scherpschutters). De soldaten van deze eenheid werden gerekruteerd onder vrijwilligers van beide landen. In 1861 werd de eenheid omgevormd tot de Zoeaven van de Paus. In 1871 vocht deze eenheid aan Franse zijde mee in de Frans-Duitse Oorlog.[4]

In 1864 werd het Corps Expeditionnaire Belge (gekend als het Belgisch Legioen) opgericht voor operatie in Mexico. De bedoeling van deze 1500-man sterke eenheid was te dienen als lijfwacht van de Belgische keizerin Charlotte. Het bestond voornamelijk uit vrijwilligers uit het Belgisch leger. In Mexico maakte het Belgisch Legioen deel uit van de Keizerlijke krijgsmacht, voor ze in maart 1867 terugkeerde naar België en ontbonden werd.[5]

In 1885 werd de Force Publique (Openbare Weermacht) opgericht om te dienen als militair garnizoen en politiemacht in Belgisch Congo, toen direct in handen van koning Leopold II. Bij de start bestond deze eenheid uit diverse Europese huurlingen. Wanneer Congo in 1908 onder het bestuur van de Belgische staat kwam als kolonie werd de koloniale Force van Belgische officieren voorzien.

Begin 20e eeuw werd het Belgisch leger een eerste maal op grote schaal hervormd. In 1909 werd het loteling-systeem afgeschaft en in 1913 werd een verplichte en universele dienstplicht ingesteld in België. Hierdoor groeide de krijgsmacht tot 33000 militairen (in vredestijd), waarbij via een algemene mobilisatie kon opgetrokken worden tot 120500 man. In 1834 werd de Koninklijke Militaire Academie opgericht, gevolgd door de oprichting van een Ecole d'Application en een Ecole de Guerre voor de training van de militaire staf. Eén van de innovaties waarin het Belgisch leger pionierde was de training van een korps van gespecialiseerde officieren die de financiële zaken, de personeelszaken en de algemene administratie verzorgde. Wanneer het leger sterk uitbreidde in 1913 ontstond er echter al snel een tekort aan getrainde stafofficieren.[6]

Eerste Wereldoorlog[bewerken]

Staat van het Belgische leger in 1914[bewerken]

Een Belgische eenheid met machinegeweer in 1914

Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog bestond het Belgische Leger uit 19 infanterieregimenten (linie, jagers-te-voet en regiment carabiniers-grenadiers), 10 cavalerieregimenten (gidsen, lanciers en jagers-te-paard) en 8 artillerie-eenheden (bereden, veld- en vestingsartillerie). Ondersteunde troepen bestonden uit ingenieurs, gendarmerie, vestingstroepen, treinwachters en burgerwachten. De zeven divisies van het veldleger moesten een mobiele krijgsmacht vormen terwijl de 65 000 vestingstroepen een garnizoen vormden voor de belangrijke forten rond Antwerpen, Luik en Namen. Deze vestingen werden vanaf 1859 in verschillende fasen gebouwd. In 1914 waren echter niet alle forten afgewerkt. Ondanks dat deze forten goed ontworpen waren naar negentiende-eeuwse standaarden, bleken deze echter voorbijgestreefd door ontwikkeling van zware houwitsers.[7]

Belgische troepen tijdens de Slag der Grenzen in 1914
Belgische artillerie in 1914
Belgische troepen in september 1914 bij gevechten in Tienen
De schans Dorpveld, deel van de Stelling van Antwerpen, bij Sint-Katelijne-Waver werd voltooid in 1912

Het Belgisch leger in de Eerste Wereldoorlog[bewerken]

Belgische karabiniers tijdens de verdediging van Luik in augustus 1914
1rightarrow blue.svg Zie België in de Eerste Wereldoorlog voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Wanneer de Eerste Wereldoorlog losbrak in augustus 1914, zat het Belgisch leger temidden van een herstructurering. Hierdoor, en door de snelle bezetting van België werd slechts twintig procent van de mannen gemobiliseerd en geïncorporeerd in de krijgsmacht. Uiteindelijk ging het om 350 000 man, al nam een derde van dit aantal niet direct deel aan de gevechten.

België werd bij verrassing binnengevallen door het Keizerlijke Duitse Leger dat ongeveer 600 000 man sterk was. Het kleine, slecht uitgeruste Belgische leger bestaande uit 117 000 man kon de Duitse aanval echter voor tien dagen voor Luik vasthouden. Het Belgische leger vocht tussen de forten in en met ondersteuning van deze forten. Deze strategie steunde op het Napoleonistische concept van een voorhoede die een deel van de vijandige troepen afsnijdt het van gros van de vijandige korps.[8] De Franse autoriteiten en het Franse publiek waren verheugd bij deze Belgische weerstand, die de Duitsers niet verwacht hadden. De Belgen konden de Duitsers effectief vertragen zodat de Franse legers de Duitse aanvallen bij de Eerste Slag om de Marne konden weerstaan.

Na de Slag der Zilveren Helmen, waar de Duitse cavalerie en ondersteunende infanterie verslagen werd, door enkele Belgische divisies, houdt het Belgische leger de Duitse troepen vast bij de Stelling van Antwerpen. Na twee maand van gevechten trekt het Belgische leger zich terug achter de IJzer. De beslissende Slag om de IJzer werd uiteindelijk gewonnen met hulp van de Fransen en de Engelsen, hierbij steunend op inundaties door de Belgische genie.

Vier jaar lang bewaakte het Belgische leger, onder leiding van Koning Albert I, de linkervleugel van het geallieerde front tussen Nieuwpoort en Ieper. De Belgen krijgen hulp van de Triple Entente, maar zullen niet deelnemen aan de grote geallieerde offensieven, die volgens de koning te duur waren (financieel en qua mankracht). In 1916 werd een aantal Belgische gepantserde wagens verplaatst van het front aan het IJzer naar Rusland om het Russische Keizerrijk bij te staan.[9]

In Afrika hielp een Belgische koloniale compagnie bij de bezetting van de Duitse kolonie Togoland. De Congolese Force Publique speelde een grote rol in de Oost-Afrikaanse veldtocht tegen de Duitse troepen in Duits Oost-Afrika, waarbij meer dan 12 000 askari's vochten onder leiding van Belgische officiers bij het geallieerde offensief in februari 1916.[10] De grootste bijdrage in Afrika was de verovering van Tabora in september 1916, door troepen onder leiding van generaal Charles Tombeur.

Na vier oorlogsjaren in België, bestond het Belgische leger in 26 mei 1918 uit 166 000 mannen, van wie 141 974 actief in gevechten. Het leger bestond uit twaalf infanteriedivisies en één cavaleriedivisie. Het leger beschikte over 129 vliegtuigen. Vanaf september nam het Belgische leger deel aan het geallieerde offensief, tot de overwinning op 11 november 1918.

Interbellum[bewerken]

Fort Eben-Emael was deel van de Versterkte Positie Luik ('PFL') en werd afgewerkt in 1935

Na de wapenstilstand met Duitsland in 1918, wilde de Belgische regering de defensieve strategie uit 1914 voortzetten. Er werd weinig ingezet op het verwerven van tanks en vliegtuigen voor het leger, maar er werd wel fors geïnvesteerd in de verdediging van de forten van Luik en Antwerpen. Dit gebeurde ondanks het feit dat tijdens de Eerste Wereldoorlog de forten weinig effectief waren gebleken hoewel ze sterk ondersteund werden door artillerie en infanterie. Tanks werden aldus toegevoegd aan infanterie-eenheden om zo een homogeen lineair defensief front te vormen. In de Duitse legers van de jaren 30 werden echter specifieke tank-eenheden opgericht. Tijdens het interbellum gebruikt het Belgisch leger het vliegveld van Haren, dat tijdens de Eerste Wereldoorlog door de Duitse bezetter was gebouwd.

De grootte van het Belgisch leger werd na de Eerste Wereldoorlog beperkt van twaalf divisies in 1923 tot slechts vier divisies in 1926. Het leger bestond bijna uitsluitend uit dienstplichtigen die slechts dertien maanden dienden vooraleer naar de reserves te gaan.[11]

Tot 1936 bleef België geallieerd met de Derde Franse Republiek en het Verenigd Koninkrijk, daarna werd België opnieuw neutraal. Dit ondanks het feit dat Adolf Hitler drie jaar eerder de macht greep in Duitsland en de herbezetting van het Rijnland door Duitsland op zaterdag 7 maart 1936 (in strijd met het Verdrag van Locarno).

Het Belgisch leger krijgt pas een idee van de sterkte van het nieuwe Duitse leger, de Wehrmacht, bij de invasie van Polen op 1 september 1939. Koning Leopold III kondigde de algemene mobilisatie af waarbij 650000 Belgen werden gemobiliseerd.

Basisgegevens[bewerken]

De volgende tabel bevat basisgegevens:

Militaire arbeidskrachten - militaire leeftijd: 18 jaar oud (2010)
Militaire arbeidskrachten - beschikbaarheid: mannen 18-49: 2.436.736 (2010/2005)
vrouwen 18-49: 2.369.463 (2010/2005)
Militaire arbeidskrachten - klaar voor legerdienst: mannen 18-49: 1.998.003 (2010/2005)
vrouwen 18-49: 1.940.918 (2010/2005)
Militaire arbeidskrachten die jaarlijks militaire leeftijd bereiken: mannen: 64.263 (2005)
vrouwen 61.402 (2005)
Militaire uitgaven: € 3,4 miljard (2008)
Militaire uitgaven - percentage van het bbp: 1,4% (FY01/02)

Opleiding en studie[bewerken]

Externe link[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. Barbara W. Tuchman, page 126 "The Guns of August", Constable and Co Ltd 1962
  2. Fedor von Koppen, page 71 "The Armies of Europe", ISBN 978-1-78331-175-0
  3. British War Office, pages 2-3 "Handbook of the Belgian Army", ISBN 978-1-78331-094-4
  4. Guy Derie, page 130 "Les Soldats de Leopold Ier et Leopold II",D 1986/0197/03 Bruxelles
  5. Guy Derie, page 124 "Les Soldats de Leopold Ier et Leopold II", D 1986/0197/03 Bruxelles
  6. R. Pawly & P. Lierneux, page 4 "The Belgian Army in World War I, ISBN 978 1 84603 448 0
  7. Courcelle, R. Pawly & P. Lierneux ; illustrated by P., The Belgian Army in World War I, Osprey, Oxford, 2009, p. 4–6. ISBN 9781846038938.
  8. Carl Pepin. the invasion of Belgium. First World War (1902–1932) Geraadpleegd op 26 April 2014
  9. Belgian Armored Cars in Russia Geraadpleegd op 17 February 2011
  10. Peter Abbott, pages 19-21 "Armies in East Africa 1914-18", ISBN 1 84176 489 2
  11. John Keegan, page 56 "World Armies", ISBN 0 333 17236 1