Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Reddingboot Koos van Messel van station IJmuiden
De 'Arie Visser'
150-jarig bestaan KNZHRM
Oud KNRM-gebouwtje in Hindeloopen
de Graaf van Bylandt,
vernoemd naar Carel Jan Emilius van Bylandt
Medaille van de Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen 1838 zoals na 1898

De Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (KNRM) (Royal Netherlands Sea Rescue Institution) is een particuliere stichting voor het verlenen van hulp aan in nood verkerende schepen langs de Nederlandse kust. De KNRM is opgericht in 1824 en vormt onderdeel van het Nederlandse reddingwezen. Aanleiding was een scheepsramp voor de kust van Huisduinen in oktober van dat jaar waarbij drie schipbreukelingen en zes redders het leven lieten.

De KNRM steunt volledig op giften van donateurs, nalatenschappen, sponsoring en de inzet van een groot aantal vrijwillige bemanningen en medewerkers. Zij ontvangt geen subsidie van de staat. Zij is de klok rond paraat voor het uitvoeren van search-and-rescue- en andere hulpverleningstaken op het water in opdracht van de Kustwacht: 24 uur per dag, alle dagen van het jaar.

Ontstaan uit fusie[bewerken]

De KNRM is in 1991 ontstaan uit een fusie tussen de Koninklijke Noord- en Zuid-Hollandsche Redding-Maatschappij (KNZHRM) - eerder NZHRM geheten[1] - en de Koninklijke Zuid-Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreu­kelingen (KZHMRS) (opgericht door Willem van Houten). Laatstgenoemde organisatie nam het gebied ten zuiden van Scheveningen voor zijn rekening; eerstgenoemde het noordelijke deel van de Noordzeekust benevens het IJsselmeer.

Aanvankelijk lag de nadruk van het werk op reddingsactiviteiten ten behoeve van de beroepsvaart, doch in de loop der tijd wordt steeds meer hulp verleend aan watersporters. Schepen van de KNRM komen ongeveer 1500 keer per jaar in actie. 2010 was een jaar met meer reddingen; de KNRM rukte 1880 keer uit, waarbij 3356 mensen gered werden.

Sinds 2 juli 2010, heeft de KNRM ook strandbewaking op Terschelling, genaamd KNRM Lifeguards. Hiervoor zijn circa 30 zogenoemde KNRM lifeguards opgeleid volgens de strenge internationale RNLI eisen. De strandbewaking is hierdoor professioneler en efficiënter geworden. In 2010 werden door strandwachten 364 hulpverleningen verricht. Ook het materiaal dat deze lifeguards gebruiken is professioneler. Zij maken gebruik van 130 pk sterke waterscooters, maar ook kunnen zij reddingen uitvoeren met een zogeheten paddleboard (een soort van surfplank) of tubes (een schuimrubberen band). Vanaf 2012 worden diverse stranden op Vlieland, Terschelling en Ameland in de zomer bewaakt door de Lifeguards. Door gebruik van geel-rode vlaggen wordt er een zwemmersgebied gecreëerd. Badgasten dienen altijd tussen deze vlaggen te zwemmen, omdat het daar het veiligst is om te baden.

Technische ontwikkeling[bewerken]

De reddingboten hebben in de loop der tijd een sterke technische ontwikkeling doorgemaakt. Aanvankelijk werd gebruikgemaakt van Groenlandse sloepen, die in zware zeegang snel omsloegen. Speciaal gebouwde reddingssloepen (afgeleid van het Engelse Beeching-Peake-type, voorzien van luchtkasten aan de bovenzijde van de voor- en achtersteven) vormden (vanaf de jaren zestig van de negentiende eeuw) een duidelijke verbetering. Doordat deze boten geroeid werden, duurder het vaak lang voordat een reddingboot een in nood verkerend schip bereikt had. Met de komst van (relatief) snelle motorreddingboten in de jaren 10 van de twintigste eeuw kon deze tijd aanmerkelijk bekort worden.

Een grote innovatie werd gevormd door de zelfrichtende reddingboot: hierbij zorgde een stelsel van kleppen ervoor dat asymmetrische tanks in het schip bij het omslaan volliepen, waardoor het schip "doordraaide" en zich daarna weer oprichtte. Het eerste schip van dit type, de Insulinde, bevindt zich thans in de collectie van het Nationaal Reddingsmuseum Dorus Rijkers te Den Helder. Dit principe is sedert de jaren '30 steeds toegepast, ook bij de in de jaren zestig en '70 gebouwde schepen.

Vanaf de jaren '80 werd het bouwprogramma gericht op kleinere doch snelle motorboten van het type "rigid inflatable" of "RIB": een planerende romp, rondom voorzien van een luchtgevulde rubberen tube. Deze boten worden veelal voortgestuwd met waterjets. Hierbij zijn er geen schroeven die buiten de romp uitsteken. Schroefschade bij opereren in ondiep water behoort daarmee tot het verleden (hoewel de schroeven van reddingboten in een soort tunnel waren geplaatst, en daarmee minder kwetsbaar waren, was het risico van beschadiging niet geheel afwezig). Een nadeel is het betrekkelijk lage rendement. Dit wordt ondervangen door, voor schepen van deze afmetingen, zeer sterke motoren: bij het grootste scheepstype, met een lengte van bijna 19 meter, bedraagt het motorvermogen 2 x 735 kilowatt. Hiermee worden op vlak water topsnelheden bereikt tot 34 knopen (circa 65 km/h). Voor de dienst op kleinere stations zijn diverse kleinere typen gebouwd, die bij stations zonder haven in een botenhuis zijn gestationeerd, op een bootkar. Ze kunnen met behulp van een tractor vanaf het strand worden gelanceerd.

De KNRM heeft ruim 40 stations in een groot aantal plaatsen aan de Nederlandse kust, de Zeeuwse Delta, aan het IJsselmeer, de Randmeren rond Flevoland. De 10 grootste reddingboten Arie Visser Klasse hebben beroepsschippers, doch het overige personeel bestaat uit vrijwilligers (circa 1100 personen).

De KNRM werkt bij zijn activiteiten nauw samen met organisaties als de Kustwacht, de Reddingsbrigade, de Koninklijke Marine, de Koninklijke Luchtmacht en het Korps landelijke politiediensten.

De onderscheidingen van de reddingsmaatschappijen[bewerken]

De Medaille van den Noord- en Zuid-Hollandsche Redding Maatschappij, later[2] de "Koninklijke Noord- en Zuid-Hollandsche Redding Maatschappij" werd in 1840 door het bestuur van deze vereniging die zich richtte op het redden van schipbreukelingen ingesteld. De overheid en de burgerij wilden een mentaliteitsverandering bewerkstellingen. In eerdere eeuwen bekommerden de bewoners van vissersdorpen zich uitsluitend om het jutten en het leegroven van wrakken. Men liet de in moeilijkheden gekomen opvarenden van schepen verdrinken en stak geen hand naar ze uit.[3] De Medaille van de Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen werd in 1838 door de toen nog niet "Koninklijke" Zuid-Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen ingesteld. Voorbeelden waren de medailles, het waren legpenningen, van de Maatschappij tot Redding van Drenkelingen die sinds 1767 een legpenning gaf aan redders van mensen die in een gracht of sloot dreigden te verdrinken en de in Engeland door particulieren ingestelde medaille van de Royal National Lifeboat Institution die sinds 1824 werd uitgereikt.

Later volgden onder meer de Medaille voor trouwe dienst van de Koninklijke Zuid-Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen en de Herinneringsmedaille 1940-1945 van de Koninklijke Zuid-Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen. In 1991 werd de Medaille van de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij in drie graden ingesteld.

Dochteronderneming[bewerken]

De KNRM heeft een dochteronderneming samen met de STC-Group. Deze opende op 27 juni 2013 een drijvend oefenbasin in de Heysehaven in Heijplaat (Rotterdam). In het basin kunnen storm met windkracht 8 en slagregens worden gesimuleerd, terwijl een golfmachine golven van anderhalve meter opwekt. [4]

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. In 1949 werd het predicaat Koninklijk verleend.
  2. In 1949.
  3. Zie het artikel over Wolraad Woltemade.
  4. De Binnenvaartkrant van 2 juli 2013, pag. 7