Sint-Katharinakerk (Hoogstraten)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Sint-Katharinakerk
Sint-Katharinakerk in Hoogstraten
Sint-Katharinakerk in Hoogstraten
Plaats Hoogstraten
Restauratie(s) heropgebouwd na WO II
Portaal  Portaalicoon   Christendom
Noordgevel met stadhuis rechts op de voorgrond

De Sint-Katharinakerk in Hoogstraten werd gebouwd tussen 1525 en 1550 in opdracht van Antoon van Lalaing en Elisabeth van Culemborg, graaf en gravin van het graafschap Hoogstraten.

De kerk is in laatgotische stijl opgetrokken in Kempense baksteen naar plannen van architect Rombout II Keldermans (overleden in 1531). De toren is 105 meter hoog en vierkant aan de basis. De klokkentoren is achthoekig. Het geheel is gekroond met een ui bedekt met leien. Witte speklagen uit zandsteen maken de kerk tot een flamboyant geheel.

De kerk is het derde hoogste kerkgebouw in België en een van de hoogste gebouwen in baksteen ter wereld. De hoogste bakstenen toren is die van de Martinskirche in Landshut, Duitsland: 130,6 meter. De tweede hoogste bakstenen toren – en tevens de hoogste van België – is die van de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Brugge, met 115 meter.

De kerk had niet te lijden onder de godsdienstrellen in de 16e eeuw, maar op 23 oktober 1944 werd de toren net voor de bevrijding door de terugtrekkende Duitse troepen gedynamiteerd. De wederopbouw volgde in de jaren 50 onder impuls van deken Lauwerys.

Sinds 1936 is de kerk een beschermd monument.

Bouwgeschiedenis[bewerken]

De Sint-Katharninakerk kwam op dezelfde plaats waar voorheen een kleine romaanse kerk stond. Deze kerk werd in de 13e en 14e eeuw en na een brand in 1442 heropgebouwd in gotische stijl. Uiteindelijk werd ze volledig gesloopt voordat men aan de bouw begon van de huidige kerk. Op 18 november 1525 werden de bouwwerken gestart. Het waren Antoon van Lalaing en Elisabeth van Culemborg, graaf en gravin van het graafschap Hoogstraten die opdracht gaven tot de bouw van de kerk. Ze werd gebouwd naar een ontwerp van Rombout II Keldermans. zijn neef Anthonis III Keldermans kreeg de verantwoordelijkheid over het metselwerk van de toren. De werfleider was Hendrik Lambrechts. De aanvankelijke plannen waren om een vijfbeukige kerk te bouwen met in de buitenste beuken doorlopende zijkapellen, naar het voorbeeld van de kerk in Bourg-en-Bresse. Deze plannen werden echter herzien en herleid tot een goedkopere driebeukige kerk.[1] De werken lagen waarschijnlijk om budgettaire redenen stil tussen 1534 en 1535. Niettegenstaande de keuze voor een plaatselijke baksteen[N 1] als bouwmateriaal zorgde de moeizame levering van witte stenen herhaaldelijk voor bouwvertraging. De kerk werd op 5 oktober 1544 ingewijd. De toren werd echter pas in 1546 volledig afgewerkt. In die tijd werden door dezelfde opdrachtgevers het stadhuis, het Gelmelslot[N 2] en het clarissenklooster[N 3] gebouwd.

Vernieling en heropbouw[bewerken]

Op het einde van de Tweede Wereldoorlog (23 oktober 1944) werd de toren opgeblazen door het Duitse leger. De Duitsers vreesden dat de toren dienst kon doen als uitkijkpost voor de geallieerden. De toren vernielde in zijn val de middenbeuk en het stadhuis naast de kerk. Alleen de koorpartij, een gedeelte van de kruisbeuk, de zuilen en de bogen van de middenbeuk bleven toen overeind. Alle aanwezige glaswerken werden vernield. De meeste glas-in-loodramen waren echter sinds 1941 opgeborgen in de grafkelder van rijksvorst Nikolaas-Leopold van Salm-Salm en in 1952 herplaatst. Op 29 maart 1945 werd de kerk een tweede maal getroffen door een V1-bom, waardoor het hoogkoor werd beschadigd.

De toren en de kerk werden naar origineel plan heropgebouwd onder de leiding van de architecten Jozef-Louis Stynen en Pol Berger.[2] Er werd echter voor een betonnen dakgebinte gekozen. Op 1 juni 1958 was de laatste fase van de werken voltooid.

Scheefzakken van de toren[bewerken]

Eind juni 2009 ontdekte men dat de toren stilaan begon scheef te zakken, weg van de middenbeuk. Dit is zowel binnen als buiten goed te zien door scheuren in de muur. Er vallen ook regelmatig stukken zandsteen naar beneden, zodat men gedwongen was een net te spannen. Volgens sommigen is het scheefzakken te wijten aan de mindere kwaliteit van het materiaal dat na de Tweede Wereldoorlog gebruikt werd om de kerk herop te bouwen. Er werd ook betonrot vastgesteld en de leien op de "ui" zijn aan vervanging toe.

Interieur[bewerken]

Detail van het koorgestoelte in de Sint-Katharinakerk
Het gulden schrijn

De kerk bevat glas-in-loodramen uit 1528-1535 en 1571, praalgraven van de stichters van de kerk, wandtapijten (ca. 1540) en een Heilig Bloedschrijn. Ook het koorgestoelte is uit de 16e eeuw (1532-1548). Een paneel van een anonieme schilder toont taferelen uit het leven van de heilige Jozef [3].

Uit later eeuwen dateren het hoogaltaar (1854-1856), een kansel uit 1735 en een marmeren en een houten communiebank (beide uit 1767).

Koorgestoelte[bewerken]

De kerk bevat een klein gestoelte uit de 15e eeuw en een groot laatgotisch gestoelte, vervaardigd door Albrecht Gelmers in de periode 1532-1548. In de koorbanken vindt men de afbeeldingen van de apostelen en van heiligen terug. Daarnaast beeldde Gelmers ook heidense taferelen uit en moraliserende volksspreuken. Het is een van de laatste gestoeltes waarin de figuratieve verbeelding zich mocht uitleven, dit werd in 1563 door het Concilie van Trente verboden.

Glasramen[bewerken]

De kerk telt een zeer ruime verzameling glasramen. Boven het altaar bevinden zich zeven hoge ramen die de zeven sacramenten uitbeelden. Ze zijn van de hand van de 17e-eeuwse glasschilder Anton Evertsz (van Culemborg). In de noordelijke zijbeuk bevindt zich een glasraam dat wordt toegeschreven aan Pieter Coecke van Aelst (1535). Boven het koorgedeelte bevinden zich zes ramen van Claes Matthijs. Het meest recente glasraam werd in 2005 in de zuiderkruisbeuk geplaatst en is van Raph Huet.

Wandtapijten[bewerken]

De kerk herbergt vijf wandtapijten uit de jaren 1540. Ze stellen de patroonheiligen voor van de graaf en de gravin die de kerk lieten bouwen.

Klokken en beiaard[bewerken]

Het oudste document dat betrekking heeft op de aanschaf van klokken voor de toenmalige Sint-Catharinakerk dateert van 12 juli 1430. Hierin is sprake van een lening om "die clocken mede op te helpen in den Torre". We spreken hier nog van de oude romaanse kerktoren. Wegens de grote rekening vermoedt men dat het om verscheidene klokken moest gaan van een vrij groot gewicht. In die tijd hing er ook een reeks van drie voorslagklokjes in de kerktoren. Aan het einde van de 15e eeuw klom hun aantal op tot 7 of 8 klokken, zodanig dat er een muzikaal voorspel uitgevoerd kon worden.[4] Toen de kerk herbouwd werd werden de klokken in de nieuwe toren opgehangen. Ook het originele uurwerk werd teruggehangen op de nieuwe toren.

Begin 16e eeuw werden diverse klokken gegoten voor de kerk van Hoogstraten. Volgens bronnen werd in 1521 een beiaard-meester benoemd wat laat vermoeden dat er toen reeds een beiaard aanwezig was. De beiaard telde in de 18e eeuw 40 klokken. De twee bekendste beiaardiers die deze beiaard bespeelden, waren vader Johannes en zoon Amandus de Gruytters. Deze laatste was de beiaardier tijdens de Franse revolutie. Zijn muziekspel werd ongetwijfeld beïnvloed door richtlijnen van de toenmalige Franse overheersers. Aangenomen wordt dat er op bevel Franse patriottische liederen werden gespeeld.

De historische klokken werden vernield in de Tweede Wereldoorlog.

De huidige klokken dateren van uit de periode van de heropbouw van de toren. In 1957 kwamen 24 Hemonyklokken (1654-1655) van de onbruik geraakte kapittelbeiaard van de Antwerpse kathedraal naar Hoogstraten. Om tot een beiaard met 50 klokken te komen dienden er 26 klokken aangekocht te worden. De firma Michiels in Doornik stond in voor deze levering en voor het herstemmen en opkuisen van de 24 16de-eeuwse klokken. De vernieuwde beiaard werd feestelijk ingespeeld op zondag 1 mei 1960.

Momenteel is de beiaard uitgerust met een automatisch speelwerk. De klokken werd in de periode 2005-2010 grondig gerestaureerd.

Graftombe[bewerken]

Het marmeren grafmonument van de graaf en de gravin dateert van 1527-1529 en is van de hand van Jehan Mone.

Referenties[bewerken]

  1. Esther, Jan, Gotische architectuur in België. lannoo, Tielt (1997), 240 blz. ISBN 90 209 3162 8. Geraadpleegd op 18/03/2015.
  2. De Sadeleer, Sibylle & Plomteux, Greet, website onroerend erfgoed (2002). Geraadpleegd op 14 maart 2015.
  3. Vlaamse meesters in situ
  4. website Vlaamse beiaardvereniging. Geraadpleegd op 13 maart 2015.

Voetnoten[bewerken]

  1. De keuze voor de rode baksteen werd waarschijnlijk ingegeven door het feit dat er geen natuursteen voorhanden was. De aanvoer van natuursteen was ongetwijfeld niet betaalbaar omdat er geen bevaarbare waterwegen zijn in Hoogstraten.
  2. Het gelmelslot is sinds 1931 een penitentiaire instelling met open karakter. Voorheen (1880-1931) was ze een landbouwkolonie. De landbouwkolonie was er voor bedelaars en landlopers. De doelstelling was deze mensen door landbouwarbeid terug op het goede pad te helpen. De gebouwen zijn gelegen langs de Gelmelstraat.
  3. Op de plaats waar het clarissenklooster stond staat heden het klein seminarie van Hoogstraten.