Warmte-isolatie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Thermische isolatie)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Isolatie

Beluister

(info)

Warmte-isolatie of thermische isolatie is een eigenschap van materialen en constructies om de overdracht van thermische energie (warmte) tussen twee zijden van het materiaal of de constructie tot een minimum te reduceren.

Isoleren van leefruimtes[bewerken]

Dieren zetten hun haren of veren rechtop om de isolatiewaarde te verhogen.

Op de meeste plaatsen in de wereld is de warmte van de zon en de inwendige warmteproductie (van elektrische apparaten) onvoldoende om het hele jaar door in de leefruimtes een aangename binnentemperatuur te bereiken: er is verwarming nodig. Indien de binnentemperatuur hoger is dan de buitentemperatuur ontstaat volgens de wetten van Fourier energietransport door de schil van een gebouw (muur, dak, vloer). Om de temperatuur constant te houden, moet de verloren gegane energie weer toegevoegd worden. In een nederlandse (ongeïsoleerde) doorsnee woning gaat 75% van het totale energieverbruik rechtstreeks naar verwarmen.

De meestvoorkomende beweegreden om te isoleren is energiebesparing en comfortverhoging. Het binnenoppervlak van een geïsoleerde woning voelt warmer aan dan dat van een ongeïsoleerde woning. Als waterdamp op een geisoleerd vlak condenseert, blijft dat langer warm en remt zo verdere condensering.

Door isolatie wordt veelal ook de damp-huishouding in de wand veranderd: de damp wordt minder snel naar buiten afgegeven en kan in de wand condenseren en vochtproblemen veroorzaken. De oplossing bestaat uit het veranderen van de wandopbouw, zodat minder waterdamp aan de warme kant in de wand komt dan dat aan de koude kant kan worden afgegeven. Hiertoe kunnen dampdichte of dampremmende folies aan de warme kant worden aangebracht, of men kiest de bouwmaterialen zorgvuldig op basis van hun dampweerstand. Voor dat laatste moet rekening gehouden worden met de verwachte relatieve luchtvochtigheid, binnen en buiten.

Normen[bewerken]

In vele landen dienen nieuwbouwwoningen volgens bepaalde normen geïsoleerd te zijn, in Vlaanderen onder andere:

Fysische principes[bewerken]

In bouwwerken treden meerdere types warmtetransport op[1]:

Daarnaast kan warmtetransport ontstaan door verdamping en condensatie. Hierbij wordt plaatselijk warmte onttrokken door verdamping, op een andere plaats kan die warmte bij het condenseren weer vrijkomen. Tevens is bij gebouwen ventilatie een factor.

In vaste stoffen zoals in muren en isolatiematerialen vindt uitsluitend warmtetransport plaats ten gevolge van geleiding. Bij convectie vindt het warmtetransport plaats door middel van een stromend medium (bijvoorbeeld opstijgende warme lucht boven een radiator). Warmtetransport door straling kan zonder transportmedium plaatsvinden en gebeurt door elektromagnetische golven, een voorbeeld hiervan is de energie van de Zon die de Aarde bereikt.

Factoren[bewerken]

Structuurisolatie[bewerken]

Veel isolatiematerialen bestaan voor het grootste gedeelte uit lucht. Lucht is een goede isolator (warmtegeleiding erdoor gaat moeilijk) zolang die niet kan bewegen. Poreuze materialen zoals vezelmatten of polyurethaanschuim bevatten een groot volume aan stilstaande lucht bevat. Vacuüm getrokken isolatie (VIP) isoleert nog veel beter, de enige warmtegeleiding kan nog plaatsvinden door het steunmaterial in het luchtledige. Bouwtechnisch is het material moeilijker te verwerken, doordat het kleinste lek het isolatieteeffect teniet doet. Deze isolatiematerialen hebben een lambda waarde die 10 keer lager is dan bijvoorbeeld PUR, waardoor voor dezelfde isolatie waarde 10 keer minder dikte nodig is. Dit soort isolatie is uiteraard volledig dampdicht.

In spouwmuren en in ramen kunnen stralingsreflecterende lagen aangebracht worden, deze reduceren het warmtetransport door straling.

Traditioneel werden vensters dubbel uitgevoerd. Tussen de twee glaslagen komt de lucht nauwelijks in beweging als die zich niet meer dan een centimeter of vijf uit elkaar bevinden. Sinds het einde van de twintigste eeuw wordt doorgaans een hogere isolatiewaarde gewenst dan dat zo kan worden bereikt.

Types[bewerken]

Isolerende steen

Bijvoorbeeld: Cellenbeton, isolerende baksteen en schuimglas isolatiesteen;

Natuurlijke isolatiematerialen

Zoals:

Om de eigenschappen bij het verwerken of de levensduur te verbeteren, worden natuurlijke materialen soms verder behandeld of met syntetische materialen vermengd. Natuurlijke materialen mogen niet permanent vochtig zijn. Een zorgvuldige keus van bouwmateriaal met oog voor het waterdamptransport is nodig. Met onder meer borax kunnen materialen schimmelresistenter worden gemaakt. Isolatiematerialen op basis van natuurvezels zijn toepasbaar bij de renovatie van houten vloeren in oude huizen. Bij gebruik irriteren ze minder dan minerale vezels. Ook materialen van dierlijke oorsprong zoals wol kunnen worden gebruikt in binnenisolatie. Wol brandt en rot niet; tegen mot moet ze wel zijn behandeld. kruipruimtes kunnen ook met een laag schelpen worden geisoleerd.

Synthetische isolatiematerialen
  • aerogel
  • schuimbeton
  • glasgranulaat (eventueel verdicht onder funderingen)
  • glaswol
  • steenwol (in Vlaanderen rotswol genoemd)
  • cellulair glas (foamglas)
  • Perliet
  • XPS, (geëxtrudeerd polystyreen)
  • EPS, (geëxpandeerd polystyreen)
  • PUR (polyurethaan)
  • PIR (polyisocyanuraat)
  • resolhardschuim (PF)
  • dubbelglas
  • reflecterende (spectraal selectieve)glasfolie.
  • Folie meerlagig en met luchtspouw
  • UF-schuim (ureum formaldehyde schuim)

Spouwisolatie[bewerken]

In Nederland en Belgie was een tijd lang het opvullen van spouwmuren met isolatiemateriaal gangbaar. De spouw is echter belangrijk om de natte (buiten)muur door luchtcirculatie in de spouw te laten drogen. De isolatie kan dan tot vochtproblemen leiden. Daarnaast is de spouw veelal te smal om voldoende isolering te bereiken.

Zie ook[bewerken]