Undercover gaan

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Undercover gaan is het verhullen van de eigen identiteit of het aannemen van een andere identiteit, met als doel het vertrouwen te winnen van een persoon of organisatie om daarmee geheime informatie te verkrijgen of bewijzen te verzamelen van strafbare feiten of misstanden.

Toepassing[bewerken]

Undercover wordt gebruikt door

Justitiële opsporingsmethode[bewerken]

Politie en justitie gebruiken undercover als opsporingsmethode. Het in burger gaan is de eenvoudigste vorm. Dit houdt in dat een politieagent niet gekleed gaat in het bij de functie behorende uniform, maar in ‘gewone kleding’. Hoewel dan uiterlijk niet te zien is dat de politieagent in functie is, kan de agent zich altijd legitimeren met zijn politielegitimatiebewijs. Een agent in burger draagt zijn uitrusting zoals handboeien of pistool onzichtbaar. De recherche maakt veelvuldig gebruik van het in burger gaan.

Een verdergaande vorm van undercover is het zich voordoen als crimineel, ook wel aangeduid als infiltratie. Om als geloofwaardig crimineel over te komen kan het noodzakelijk zijn strafbare feiten te plegen. Dit soort undercoverwerk is aan voorwaarden gebonden. De overheid geeft met (wettelijke) regelingen aan hoe ver politie en justitie mogen gaan. Deze regelingen verschillen per land.

Staatsveiligheid[bewerken]

Geheime diensten gebruiken undercoveragenten om ogen en oren te hebben bij organisaties en personen die als staatsgevaarlijk worden beschouwd, zoals terroristische organisaties. Militaire en andere inlichtingendiensten gebruiken undercoveragenten om (militaire) informatie te vergaren in en over andere landen die een (potentieel) gevaar vormen voor de eigen soevereiniteit.

Journalistiek en media[bewerken]

Documentairemakers en ook onderzoeksjournalisten voor gedrukte media gebruiken soms infiltratie om door te dringen tot moeilijk of ontoegankelijke milieus om maatschappelijke ontwikkelingen te onderzoeken en hierover iets in hun nieuwsverslag of via verborgen camera’s vast te leggen. Zij maken zich dan niet als journalist bekend, vermommen hun uiterlijk of doen zich (bijvoorbeeld op internetfora) voor onder een schuilnaam. Voorbeelden van undercoverjournalisten zijn Gunther Wallraff, Peter R. de Vries, Alberto Stegeman, Stella Braam, Donal MacIntyre, Erick Overveen, Serge Simonart en Luk Alloo. De Belgische Raad voor de Journalistiek stelt strikte voorwaarden aan de professionele aanvaardbaarheid van undercover gaan[1]. Het omgekeerde komt ook voor, bijvoorbeeld wanneer een lobbyist zich voordoet als journalist om informatie te vergaren.

Nederland[bewerken]

Een undercoveroperatie als opsporingsmethode is in Nederland slechts onder zeer strikte voorwaarden toegestaan. Een uitputtende omschrijving van de bijzondere opsporingsbevoegdheden van de politie is opgenomen in het Wetboek van Strafvordering. In Nederland worden infiltratieactiviteiten uitgevoerd door een speciale eenheid van het Korps Landelijke Politie Diensten, de unit Werken Onder Dekmantel (WOD) van de Dienst Specialistische Recherche Toepassingen (DSRT). De unit WOD voert infiltratieactiviteiten uit, verzamelt informatie, doet pseudoaankopen en zorgt voor adequate ondersteuning van de infiltrant.

Infiltratie door politiefunctionarissen en infiltratie door niet-criminele burgers is wettelijk toegestaan. Voor de opsporing van terroristische misdrijven is het ook mogelijk om gebruik te maken van de criminele burgerinfiltrant. Aanhangig is het ook mogelijk maken gebruik te maken van de criminele burgerinfiltrant voor de opsporing van andere dan terroristische misdrijvenr.[2]

Een voorbeeld van Nederlandse journalistieke undercoveractiviteiten is het programma Undercover in Nederland.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties