Wetenschap in vroege culturen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een stier uit de Grot der Stieren, Lascaux, 15.000 - 10.000 v.Chr.

Wetenschap in vroege culturen refereert aan de protowetenschap voorafgaand aan de wetenschap in de Klassieke Oudheid. Van de prehistorische culturen tot de eerste beschavingen zijn vele verschillende sporen overgeleverd van de menselijke belangstelling in de observatie van de natuur en de manier waarop kennis werd overgeleverd. Zij leveren dan ook een heel gevarieerd beeld van de wetenschap in deze vroege culturen.

Algemeen[bewerken]

In de prehistorische tijd werd kennis van generatie op generatie overgedragen via mondelinge overlevering. De ontwikkeling van het schrift stelde de mens in staat om gegevens te registreren, op te slaan en aan volgende generaties over te leveren. Vermoedelijk ontstond het protoschrift zo'n 5.000 tot 6.000 jaar geleden in Soemerië en later in zeer uiteenlopende gebieden van de wereld, zoals Egypte, de Indusvallei en China en (tussen 1.200 en 400 v. Chr.) ook in Meso-Amerika. Waarschijnlijk is het schrift verspreid van Soemerië naar de Indusvallei en naar Egypte. Aangenomen wordt dat het Chinese schrift onafhankelijk daarvan is uitgevonden.

De geschiedenis van de wiskunde daarentegen valt niet zomaar te vatten: ze is zo groots, uitgestrekt, rijk en onoverzichtelijk, dat het overzicht behouden vaak zeer moeilijk is. Er zit echter een grote rode draad in deze geschiedenis: het tellen. Mensen zijn altijd al gefascineerd geweest door het tellen, zij het nu octaal, decimaal of hexadecimaal. Wanneer de wiskunde precies ontstond is niet duidelijk. Er zijn sporen van kerfstokken uit de prehistorie teruggevonden, die erop kunnen wijzen dat men toen al telde. Wel bekend is dat de Babyloniërs het eerste echte volk waren, dat zich met de 'serieuze' wiskunde bezighield door praktische problemen op te lossen. Zij kenden reeds de stelling van Pythagoras (uiteraard onder een andere naam) en konden al vierkantsvergelijkingen oplossen.

Astronomie is waarschijnlijk de eerste wetenschap die door de mensheid beoefend werd. Vrijwel alle oude volkeren hebben zich beziggehouden met het beschrijven van de bewegingen van de sterren, omdat dat heel belangrijk was voor navigatie en landbouw enerzijds, en voor het bepalen van het lot van de heerser en zijn rijk anderzijds ("astrologie"). Om de sterren te herkennen werd de hemel vaak opgedeeld in sterrenbeelden.

Wetenschap in de eerste beschavingen[bewerken]

Mesopotamië[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Mesopotamië: Wetenschap en technologie over dit onderwerp
Kleitablet met Sumerisch spijkerschrift.

Mesopotamië is het "Tweestromenland" tussen de rivieren de Eufraat en de Tigris, een gebied in het huidige Irak, met een prehistorie tot 3500 v.Chr. en een historische ontwikkeling tot ca. 1800 v.Chr. Hierna gaat deze cultuur over in de Babylonische beschaving. Vanaf ongeveer 3500 v.Chr. leefden in het zuiden de Sumeriërs, en in het noorden de Akkadiërs.

In 3300 v.Chr. werd in Sumerië de oudste vorm van het schrift uitgevonden: het pictografische schrift, waaruit zo'n eeuw later het spijkerschrift wordt ontwikkeld. De uitvinding van het schrift kwam in eerste instantie tegemoet aan een economische noodzaak. Men moest een middel vinden om lijsten van koopwaren en voorraden bij te houden, en ook moesten contracten kunnen worden vastgelegd. De oudste kleitabletten zijn dan ook opsommingen van producten met getallen, en ze zijn in pictogramvorm. Het spijkerschrift bleef in gebruik tot na de tijd van Alexander de Grote (4e eeuw v. Chr) en werd daarna geleidelijk verdrongen door het veel gemakkelijker te leren Aramese alfabetische schrift. Een laatste overgeleverd tablet in spijkerschrift uit Mesopotamië is gedateerd op 74 na Christus, en gaat over astronomie. Het Akkadisch, een al eeuwen dode lingua franca die dan nog sporadisch als wetenschappelijke taal gebruikt werd, raakte nu in de vergetelheid.

Voor het rekenen gebruikten de Mesopotamiërs een 60-tallig getalstelsel. Dit is de bron van de huidige 60 minuten in een uur, en 24 uur in een dag, zowel als de 360 graden in een cirkel. De Sumerische kalender deelt de week ook in zeven dagen in. Deze kennis werd ook gebruikt in de vervaardiging van kaarten.

De Babylonische astronomen waren zeer geïnteresseerd in de studie van de sterren en de lucht, en konden reeds voorspellingen doen van eclipsen en zonsverduistering. Mensen dachten dat alles z'n doel had in de astronomie. Veel was hierbij gerelateerd aan religie en omens. In de Enuma Anu Enlil, een reeks van 68 of 70 kleitabletten die betrekking hebben op de Babylonische astrologie, daterend uit het 7e millennium v.Chr. wordt het lot van de koning in verband gebracht met de staat, en worden bijvoorbeeld voorspellingen gedaan over steden die door maansverduisteringen getroffen zullen worden. Mesopotamische astronomen werkten ook een kalender uit van 12 maanden gebaseerd op de cycli van de maan. Ze deelden het jaar in twee seizoenen: zomer en winter.

Indusbeschaving[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Indusbeschaving: Wetenschappelijke kennis over dit onderwerp

De bevolking van de Indusbeschaving kende vanaf 3300 v.Chr. gedurende de 'Ravi-fase' een eerste vorm van schrift[1] en bereikte grote meetnauwkeurigheid op gebied van lengte, massa en tijd. Ze waren zowat de eersten die een uniform gewichtenstelsel ontwikkelden met uiterst precieze metingen. De kleinste onderverdeling, die op een ivoren schaal uit Lothal gegraveerd staat, was ca. 1,704 millimeter, en is daarmee de kleinste decimale indeling die ooit op een schaal uit het Bronstijdperk is aangetroffen.

Harappaingenieurs volgden het decimale stelsel voor alle praktische aangelegenheden, zelfs het meten van massa, zoals aan het licht kwam door hun hexaëdervormige gewichten. De afmetingen van de bakstenen hadden de perfecte verhouding 4:2:1 en ook daarvoor werd het decimaal stelsel gebruikt.

Ondanks talrijke pogingen zijn de vorsers tot nu toe niet in staat om het indusschrift te ontcijferen, temeer men geen idee heeft om welke taal het zich handeld.

De wetenschappelijke kennis werd door de ingenieurs van deze beschaving ook toegepast in de planmatige stadsarchitectuur, met riolering en watertoevoer, en in de bouw van havens en zeewaardige schepen, waarmee tot in de Perzische golf werd gevaren. Verder bleek uit onderzoek van prof. Andrea Cucina op skeletten dat er reeds een gevorderde kennis van de geneeskunde en tandheelkunde[2] aanwezig was.

Egypte[bewerken]

Een gedeelte van de Rhind-papyrus
1rightarrow blue.svg Zie Oud-Egyptische wetenschap voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De wetenschap in het Oude Egypte kende een vrij hoog niveau, maar was toch nog verschillend met de onze. Zo kenden de Egyptenaren geen woord voor wetenschap en bestond de abstracte wetenschap niet. De wetenschap van de Egyptenaren stond steeds in dienst van reële problemen en er werd nooit een poging gedaan om abstracte eenduidige formuleringen te maken. Toch kenden ze op bepaalde vlakken een opmerkelijke vernuftigheid.

De Egyptenaren deden ook astronomische waarnemingen, maar hun astronomie was niet zo ver gevorderd als in Mesopotamië. Ze slaagden er aan de hand van astronomie in een vrij goede kalender te maken en aan de hand van astronomische waarnemingen konden ze hun piramides preciezer bouwen.

Ook in de wiskunde haalden de Egyptenaren een vrij hoog niveau, dat zich echter beperkte tot de praktijk.

Proto-Sinaïtisch schrift werd in de Nijldelta en in de Sinaï ontdekt, daterend uit respectievelijk 1900 en 1700 v.Chr..

China[bewerken]

Joseph Needham's Science and Civilisation in China somt een aantal vroege ontdekkingen op, onder meer in de astronomie en geneeskunde. De vier grote uitvindingen van China zijn het kompas, het papier, het buskruit en de boekdrukkunst. De drukkunst werd reeds vermeld tijdens de Tang-dynastie (618 - 907), hoewel reeds vroeger gedrukte patronen op stof te vinden zijn.

Maya[bewerken]

De astronomie van de Mayas was ver genoeg gevorderd om een eigen kalender te maken.

Zie ook[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Aaboe, Asger. Episodes from the Early History of Astronomy. Springer, 2001.
  • Evans, James. The History and Practice of Ancient Astronomy. New York: Oxford University Press, 1998.
  • David C. Lindberg, The Beginnings of Western Science: The European Scientific Tradition in Philosophical, Religious, and Institutional Context, 600 B.C. to A.D. 1450. Chicago: University of Chicago Press, 1992.
  • Olaf Pedersen, Early Physics and Astronomy: A Historical Introduction. 2nd edition. Cambridge: Cambridge University Press, 1993.