Aardpython

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Aardpython
IUCN-status: Niet geëvalueerd
Calabar Serpent.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Reptilia (Reptielen)
Orde: Squamata (Schubreptielen)
Onderorde: Serpentes (Slangen)
Superfamilie: Booidea
Familie: Boidae (Reuzenslangen)
Onderfamilie: Erycinae
Geslacht: Calabaria
Soort
Calabaria reinhardti
Schlegel, 1848
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Herpetologie

De aardpython[1] (Calabaria reinhardti) is een niet-giftige slang uit de familie reuzenslangen (Boidae). De soort werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Hermann Schlegel in 1848. Oorspronkelijk werd de wetenschappelijke naam Eryx reinhardtii gebruikt en later werd de soort ingedeeld bij het geslacht Charina. Het is de enige soort uit het monotypische geslacht Calabaria.

Uiterlijke kenmerken[bewerken]

Deze soort wordt ongeveer een meter lang, soms nog iets langer, en ziet er uit als een worm; geen echte kop of nek en een stompe staartpunt. De kleur is donkerbruin tot bruinzwart met roodbruine tot oranje vlekken over het hele lichaam. Jongere dieren zijn donkerder tot zwart met kleine roodoranje vlekjes. De neusgaten en ogen zijn vrij duidelijk te zien en ook de schubben op de kop zijn wat groter zodat deze niet snel verward wordt met de staartpunt hoewel deze erg op de kop lijkt. Dat is overigens geen toeval maar een verdedigingstactiek als ze worden aangevallen. De slang bijt nooit maar rolt zich op met de kop aan de binnenzijde ter bescherming.[1] De schubben zijn erg glad en zodat de slang beter kan graven, deze soort leeft grotendeels ondergronds.

Levenswijze en voorkomen[bewerken]

De aardpython is nachtactief en schuilt overdag tussen de bladeren of net onder de grond. De meeste soorten uit dit geslacht leven in drogere biotopen, maar deze soort prefereert tropische, vochtige gebieden met een open bodemstructuur om beter te kunnen graven. De geprefereerde temperatuur ligt rond dertig graden, 's nachts iets koeler rond 23 graden als er gejaagd wordt. De aardpython leeft in westelijk Afrika; in Congo-Kinshasa, Kameroen, Guinee, Togo en Sierra Leone.

Algemeen[bewerken]

Het voedsel bestaat uit muizen en andere kleine knaagdieren die ondergronds in de eigen holen gevangen worden. De aardpython legt in tegenstelling tot veel andere boa's eieren, meestal slechts twee of drie. De juvenielen zijn echter in verhouding al veel groter dan bij andere soorten.

Bronvermelding[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
Referenties
  1. a b Bernhard Grzimek, Het Leven Der Dieren Deel VI: Reptielen, Kindler Verlag AG, 1971, Pagina 443 ISBN 90 274 8626 3.
Bronnen
  • (en) Peter Uetz & Jakob Hallermann - The Reptile Database - Calabaria reinhardti - Website Geconsulteerd 23 november 2014
  • (nl) Bernhard Grzimek - Het leven der dieren deel VI:Reptielen - Pagina 443 - Kindler Verlag AG - 1971 - ISBN 90 274 8626 3