Hermann Schlegel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hermann Schlegel
Hermann Schlegel (1804-1884)
Hermann Schlegel (1804-1884)
Algemene informatie
Geboren Alterburg, (Thüringen), 10 juni 1804
Overleden Leiden, 17 januari 1884
Nationaliteit Vlag van Duitsland Duitsland
Beroep zoöloog, conservator, museumdirecteur
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Hermann Schlegel ( Alterburg, Thüringen, 10 juni 1804 - Leiden, 17 januari 1884) was een Duitse ornitholoog die een groot deel van zijn leven in Nederland werkte aan het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie te Leiden.

Jeugd en opleiding[bewerken]

Schlegel werd geboren als zoon van een brouwer. Zijn vader was een verwoed vlinderverzamelaar, waardoor de interesse van Hermann voor natuurlijke historie werd aangemoedigd. De toevallige ontdekking van een buizerdnest wekte zijn interesse voor ornithologie en leidde tot een ontmoeting met Christian Ludwig Brehm (1787-1864), vader van de bekende ornitholoog Alfred Edmund Brehm (1829-1884).

Schlegel begon te werken voor zijn vader maar was dit soort werk vrij snel beu. Hij reisde naar Wenen in 1824, waar hij colleges van Leopold Fitzinger en Johann Jacob Heckel bijwoonde aan de universiteit. Een introductiebrief van Brehm aan Joseph Natterer bezorgde hem een plaats in het Naturhistorisches Museum te Wenen.

Assistent en conservator van het Rijksmuseum in Leiden[bewerken]

Een jaar na zijn aankomst in dit Weense museum werd hij door de toenmalige directeur, Carl Franz Anton Ritter von Schreibers, aanbevolen bij Coenraad Jacob Temminck, directeur van het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie te Leiden [1], die toen juist op zoek was naar een assistent. In het begin werkte Schlegel voornamelijk in de reptielencollectie, maar al snel hield hij zich met de hele zoölogische collectie bezig. Het was de bedoeling geweest dat Schlegel naar Java werd gestuurd om de Natuurkundige Commissie daar te versterken, maar de plotse dood van Heinrich Boie, de voorziene opvolger van Temminck, verhinderde dit.

Directeur van het Rijksmuseum in Leiden[bewerken]

Bij de dood van Temminck in 1858 volgde Schlegel hem op als directeur van het Natuurhistorisch Museum, na 33 jaar onder zijn leiding te hebben gewerkt. Dit ging niet vanzelf. Schlegel had wel wat colleges in Leiden gelopen, maar geen academische examens daar afgelegd. Hij bezat alleen een eredoctoraat verkregen in 1832 van de universiteit van Jena (Duitsland). De universiteit was van mening dat de directeur van het museum een (Leidse) hoogleraar in de zoölogie behoorde te zijn. Daarom werd Schlegel tot gewoon directeur benoemd en boven hem werd een hoogleraar opperdirecteur.

Het leven van Schlegel eindigde enigszins moeilijk: zijn vrouw stierf in 1864, Finsch verkaste naar het Natuurhistorisch Museum van Bremen en de collecties van het British Museum begonnen de verzamelingen van die van Leiden te overschaduwen. [1]

Zijn werk[bewerken]

In de periode vòòr zijn directeurschap ontmoette Schlegel Philipp Franz von Siebold. Met Von Siebold werkte hij samen aan een de Fauna Japonica (1845-1850).

Schlegel was daarnaast sterk geïnteresseerd in Zuidoost-Azië en in 1857 stuurt hij zijn zoon Gustaaf naar China om vogels te verzamelen. Gustav ontdekte daar dat Robert Swinhoe hem al was voor geweest. In 1859 stuurt Schlegel Heinrich Agathon Bernstein uit naar Nieuw-Guinea, opnieuw om vogels te verzamelen. Na de dood van Bernstein in 1865, werd deze opgevolgd door Hermann von Rosenberg. Schlegel nam een jonge assistent aan, Otto Finsch; in die periode startte hij ook met de publicatie van een wetenschappelijk tijdschrift, Notes from the Leyden Museum, samen met de publicatie van een veertiendelig uitgebreid werk: Muséum d'histoire naturelle des Pays-Bas (1862-1880).

Schlegel beschreef 67 vogelsoorten en 20 samen met Temminck en nog een aantal met Salomon Müller waaronder numforvlagstaartijsvogel (Tanysiptera carolinae), biakspechtpapegaai(Micropsitta geelvinkiana), prairievalk (Falco mexicanus) en kleine rivierarend (Haliaeetus humilis).[2] Er zijn ook dieren als eerbetoon naar hem genoemd zoals Schlegels pinguïn (Eudyptes schlegeli) en Schlegels groefkopadder (Bothriechis schlegelii).

Hij nam drie getalenteerde illustrators aan: John Gerrard Keulemans, Joseph Smit en Joseph Wolf die als internationaal gewaardeerde kunstenaars in Engeland carrière maakten.

Publicaties (selectie)[bewerken]

  • 1834-1850 : Fauna Japonica.
  • 1837-1844 : Abbildungen neuer oder unvollstandig bekannter Amphibien: nach der Natur oder dem Leben entworfen.
  • 1854 : De zoogdieren geschetst.
  • Traité de fauconnerie : ouvrage orné de dix sept planches. - Leide : Arnz, 1853. gedigitaliseerde versie van de Universitäts- und Landesbibliothek Düsseldorf.
  • 1854-1858 : De vogels van Nederland. 3 vols.
  • 1857-1858 : Handleiding tot de beoefening der dierkunde. 2 vols.
  • 1860-1862 : De dieren van Nederland. Gewervelde dieren.
  • 1862-1876 : Revue méthodique et critique des collections déposées dans cet établissement. 7 Vols.
  • 1863-: De vogels van Nederlandsch Indië beschreven en afgebeeld.
  • 1863-1872 : De Dierentuin van het Koninklijk Zoölogisch Genootschap Natura Artis Magistra te Amsterdam zoölogisch geschetst.
  • 1868 : Natuurlijke Historie van Nederland. De vogels.
  • 1870 : Natuurlijke Historie van Nederland. De kruipende dieren.
  • 1870 : Natuurlijke Historie van Nederland. De zoogdieren.
  • 1870 : Natuurlijke Historie van Nederland. De Visschen.
  • 1872 : De dierentuin van het Koninklijk Zoölogisch Genootschap Natura Artis Magistra te Amsterdam. De vogels. De zoogdieren. De kruipende dieren. Met historische herinneringen van P.H. Witkamp.
Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b Holthuis L.B. (1995) 1820 - 1958 : Rijksmuseum van Natuurlijke Historie Leiden pp. 30-31; 41-42; 43-51 PDF
  2. Gill, F. & D. Donsker (Eds). (2013). IOC World Bird List (v 3.5).