Bishopden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bishopden
IUCN-status: Gevoelig
Pinus muricata branch showing typical spiny cones.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Naaktzadigen
Orde: Coniferales
Familie: Pinaceae
Geslacht: Pinus (Den)
Soort
Pinus muricata
D.Don (1836)
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De bishopden (Pinus muricata) is een groenblijvende conifeer uit de dennenfamilie (Pinaceae). De bishopden heeft een heel beperkt verspreidingsgebied: de boom komt alleen voor op een aantal verspreide plaatsen langs de kust in de Amerikaanse staat Californië en in de Mexicaanse deelstaat Baja California. De bishopden komt van noord naar zuid voor in Mendocino, Sonoma en Marin County (meer bepaald in de Point Reyes National Seashore), rond Monterey, in San Luis Obispo en Santa Barbara County, op de eilanden Santa Cruz en Santa Rosa, ten zuiden van Ensenada, op Isla Cedros en op Isla Guadalupe.[1] De bishopden is in Europa af en toe in tuinen of bossen aangeplant.

De bishopden werd voor het eerst geïdentificeerd in de buurt van de San Luis Obispo de Tolosa-missie in San Luis Obispo (Californië) en dankt zijn gewone naam daaraan.[1] Andere gebruikelijke namen in het Engels zijn Swamp Pine[2], Prickle Cone Pine, Obispo Pine, Santa Cruz Pine en Dwarf Marine Pine. In het Spaans noemt men de boom pino obispo.

Beschrijving[bewerken]

Er zijn twee variëteiten: borealis in het noorden en muricata in het zuiden. Pinus muricata var. borealis zijn blauwgroen en dicht torenvormig tot een hoogte van 30 meter. Hogere bomen zijn allengs meer afgerond en overhangend. De bishopdennen in de zuidelijke vindplaatsen zijn donkergroen en worden snel laag-koepelvormig, met bochtige takken op een meestal erg korte stam. De lijn die de noordelijke variëteit van de zuidelijke scheidt, is heel scherp en ligt 8 km ten zuiden van de grens tussen Mendocino en Sonoma County in Noord-Californië. Experimentele pogingen om ze te kruisen hebben steeds gefaald.[1]

De schors van de bishopden is net als bij de Montereyden bijna zwart en vaak ruw gekloofd. De knoppen zijn roodachtig met veel witte hars. De bladeren (naalden) zijn in bundels van twee en worden 8 tot 15 cm lang. Ze zijn stijf en gebogen. Net als bij de Montereyden zijn de kegels van de bishopden breed. De schubben zijn stijf en hebben allemaal een stekeltje. De schubben zijn het dikst aan de kant die van de stam weg is gekeerd. De kegels gaan pas open bij extreme hitte of na bosbrand en kunnen jaren lang gesloten blijven.

Ecologie[bewerken]

Bishopdennen groeien op droge bergkammen en in winderige kustwouden, vaak in of bij venen of in andere voedingsarme bodems.[1][3] Bishopdennen komen voor in associatie met verschillende eiken en cipressen. De boom deelt haar standplaats ook met de zwaardvaren, Gaultheria shallon en Toxicodendron diversilobum in de ondergroei. De bishopden vormt op enkele plaatsen ook een associatie met de Mendocinocipres (Cupressus pigmaea) in de zogenaamde pygmy forests van Mendocino en Sonoma County, bossen waar om bodemkundige of geologische redenen uitsluitend miniatuurbomen voorkomen. Eén zo'n plaats is het Salt Point State Park.

De beschermingsstatus (Rode Lijst van de IUCN) is 'gevoelig'.[2] In Mexico is de bishopden erkend als bedreigde soort.

Bronnen, noten en/of referenties
  • Owen Johnson & David More, ANWB Bomengids van Europa, ANWB B.V., Den Haag, 2005.
  1. a b c d (en) "Pinus muricata", The Gymnosperm Database, 2012, online geraadpleegd op 06-01-2013.
  2. a b (en) "Pinus muricata", The IUCN Red List of Threatened Species, online geraadpleegd op 06-01-2013.
  3. (en) "Pinus muricata", Flora of North America, online geraadpleegd op 06-01-2013.