Charlie Haden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Charlie Haden
Charlie Haden - Pescara Italy 1990.jpg
Algemene informatie
Volledige naam Charles Edward Haden
Bijnaam "Cowboy Charlie"
Geboren 6 augustus 1937
Shenandoah, Iowa, Verenigde Staten
Overleden 11 juli 2014
Los Angeles, Californië, Verenigde Staten
Werk
Jaren actief 1957 tot 2014
Genre(s) Free jazz
Mainstream jazz
Post-bop
Hard bop
Beroep(en) Contrabassist
Instrument(en) Contrabas
Act(s) Ornette Coleman, Pat Metheny, Liberation Music Orchestra, Quartet West
Officiële website
(en) IMDb-profiel
(en) Allmusic-profiel
(en) Last.fm-profiel
Portaal  Portaalicoon   Muziek

Charles Edward Haden (Shenandoah, 6 augustus 1937Los Angeles, 11 juli 2014) was een Amerikaanse jazzmuzikant. Hij was een contrabassist, waarschijnlijk het meest bekend door zijn langdurige samenwerking met de saxofonist Ornette Coleman. Haden stond ook bekend om zijn zingende baspartijen.

De vroege jaren[bewerken]

Haden werd geboren in Shenandoah, Iowa en groeide op in een muzikaal gezin dat vaak samen op de radio te horen was met hun countrymuziek en Amerikaanse folkliederen. Haden maakte zijn professionele debuut als zanger toen hij twee jaar oud was en bleef samen met zijn familie zingen totdat hij een milde vorm van polio kreeg op zijn 15de levensjaar. De polio beschadigde zijn keelspieren en stembanden waardoor hij niet meer in staat was om de juiste toonhoogtes vast te houden. Een paar jaar voordat hij last kreeg van polio, was hij geïnteresseerd geraakt in jazz en was hij begonnen met het bespelen van de contrabas, die zijn oudere broer had. Uiteindelijk had hij zijn zinnen gezet op Los Angeles en om geld te sparen voor de reis nam hij een baan als de bassist voor ABC-TV's Ozark Jubilee in Springfield, Missouri.

Carrière[bewerken]

Haden verhuisde in 1957 naar Los Angeles en begon al snel met het bespelen van de contrabas op professioneel niveau, waaronder een aantal periodes met de pianist Hampton Hawes en saxofonist Art Pepper. Hij begon met Ornette Coleman te spelen in de late jaren '50. Hun eerste album was The Shape of Jazz to Come die in 1959 uitgebracht werd. Hadens contrapunt tot Coleman zat vol met zijn Ozarkiaanse volksmuziek. Dit volkselement was van nature gerelateerd aan Colemans microtonale Texaanse blues. In de ritmesectie konden Haden en Billy Higgins allebei met een klassiek jazzgevoel spelen, maar konden ze ook experimenteren. In Lonely Woman, het eerste nummer op het album The Shape of Jazz to Come, hield Haden niet het tempo aan en speelde hij een langzame klaagzang terwijl Higgins twee tot drie keer sneller speelde dan het tempo.

Naast zijn samenwerking met Ornette Coleman was Haden ook lid van Keith Jarretts trio en 'American quartet' van 1967 tot 1976 met Paul Motian en Dewey Redman. Hij speelde in collectieve Old and New Dreams.

Hij nam daarna de leiding over het Liberation Music Orchestra in de jaren '70. Grotendeels gearrangeerd door Carla Bley, was hun muziek zeer experimenteel waarin ze de gebieden van de vrije jazz en politieke muziek tegelijkertijd verkenden; het eerste album richtte zich specifiek op de Spaanse Burgeroorlog. Het LMO had een wisselend lidmaatschap met een "wie is wie" aan jazzspelers. Via Bleys arrangement concentreerden ze zich op een breed aanbod aan blaasinstrumenten, waaronder de tuba, franse hoorn en trombone als aanvulling op het standaardaanbod in de trompet- en fluitsectie. Het album van LMO uit 1982 The Ballad of the Fallen leverde commentaar tegen de Spaanse Burgeroorlog, de politieke instabiliteit en de Amerikaanse betrokkenheid in Latijns-Amerika. In 1990 kwam het orkest terug met Dream Keeper, een heterogener album dat invloed had uit de Amerikaanse gospelmuziek en Zuid-Afrikaanse muziek om commentaar te leveren op de politiek in Latijns-Amerika en de apartheid in Zuid-Afrika. Het album bevatte zang van het Oakland Youth Chorus.

In 1971, terwijl hij op tournee was met het Ornette Coleman Quartet in Portugal (in die tijd onder een fascistische dictatuur), besloot Haden een een optreden van zijn nummer Song for Che te wijden aan de anti-koloniale revolutionairen in de Portugese kolonies van Mozambique, Angola en Guinee-Bissau. De volgende dag werd hij vastgehouden op de luchthaven van Lissabon, gevangengenomen en verhoord door de DGS (de Portugese geheime dienst). Hij werd onmiddellijk vrijgelaten op dezelfde dag na een tussenkomst van het Amerikaanse culturele attaché, hoewel hij later werd ondervraagd door de FBI over de reden van zijn toewijding.[1]

Thematische verkenning van genres die normaal niet als standaardjazz worden gezien, werd één van de kenmerkende methodes van het Charlie Haden Quartet West. Vanaf het begin in 1987 bestaat het Quartet uit Ernie Watts op de saxofoon, Alan Broadbent op de piano en Larance Marable op de drums. De albums van Quartet West bevatten weelderige, romantische arrangementen van Broadbent, vaak met strijkinstrumenten of muziek uit de jaren '30 en '40, die vaak met de muziek uit die periode wordt geassocieerd.

Haden was ook actief door de jaren heen met duetten met pianisten zoals Hank Jones, Kenny Barron, en Denny Zeitlin. Hij verkende ook spirituele liederen met Jones, Amerikaanse volksmuziek in American Hymns en Cubaanse volksmuziek in Nocturne. Een korte samenwerking met Joe Henderson en Al Foster, artiesten die normaliter niet direct geassocieerd worden met Haden of zijn directe omgeving, toont hoe kenmerkend Hadens stem is in een pure, ambitieuze jazzcontext.

In 1989 was Haden te zien op het Montreal Jazz Festival en speelde hij in een concert elke avond van het festival met verschillende combinaties van artiesten en bands. Elk van de optredens werden opgenomen en de meeste daarvan zijn uitgebracht in de serie The Montreal Tapes.

Eind 1996 werkte hij samen met Pat Metheny op het album Beyond the Missouri Sky (Short Stories) waarin zij de muziek verkennen die hun ervaringen beïnvloedde in hun jeugd in Missouri met wat zij "contemporary impressionistic americana" noemen.

In 2005 bracht Haden het Liberation Music Orchestra weer samen met veel nieuwe leden voor het album Not In Our Name dat uitgegeven werd door Verve Records. Het album behandelde vooral de hedendaagse politieke situatie in de Verenigde Staten.

Hadens meest recente uitgave Rambling Boy bevatte verschillende leden uit zijn directe familie, waaronder Béla Fleck, Pat Metheny, Elvis Costello en anderen. Het album, dat uitgegeven werd op 23 september 2008, doet denken aan de tijd toen Haden, Americana en bluegrassmuziek speelde met zijn ouders in hun radioshow. Een concerttournee met Quartet West (met een nieuwe drummer) werd gepland voor het einde van de zomer.

Privéleven[bewerken]

Zijn zoon Josh Haden is een basgitarist en zanger. Hij deed opnames met de punkband Trecherous Jaywalkers (die opnames deden voor SST Records) uit de jaren 80 en is momenteel een lid van Spain. Zijn drie dochters (drieling), Petra, Tanya en Rachel Haden, zijn momenteel allemaal muzikanten. Petra en Rachel zaten in that dog.; Petra was ook een lid van de progressieve folk groep The Decemberists, Rachel speelde in de rockband The Rentals en Tanya is getrouwd met de acteur Jack Black.

Discografie[bewerken]

Als leider[bewerken]

met het Liberation Music Orchestra

met Old and New Dreams

met Quartet West

Als begeleider[bewerken]

met Geri Allen

  • In the Year of the Dragon (JMT, 1989)
  • Segments (DIW, 1989)
  • Live at the Village Vanguard (DIW, 1990)

met Ray Anderson

  • Every One of Us (Gramavision, 1992)

met Ginger Baker

  • Going Back Home (Atlantic, 1994)
  • Falling off the Roof (Atlantic, 1996)

met Gato Barbieri

  • The Third World (Flying Dutchman, 1969)

met Kenny Barron

met Beck

met Carla Bley

met Paul Bley

  • Live at the Hillcrest Club (Inner City, 1958)
  • Memoirs (Soul Note, 1990)

met Jane Ira Bloom

  • Mighty Lights (Enja, 1982)

met Dusan Bogdanovich

  • Early to Rise (Palo Alto, 1983)

met Charles Brackeen

  • Rhythm X (Strata East, 1968)

met Michael Brecker

met Gavin Bryars

  • Farewell to Philosophy (Point, 1995)

met Ruth Cameron

  • First Songs (Polygram, 1997)
  • Road House (Verve, 1999)

met Don Cherry

met Ornette Coleman

met Alice Coltrane

met John Coltrane

met James Cotton

  • Deep in the Blues (Verve, 1995)

met Robert Downey Jr.

met Dizzy Gillespie

met Tom Harrell

  • Form (Contemporary, 1990)

met Joe Henderson

  • The Elements (Milestone, 1973)
  • An Evening met Joe Henderson (Red, 1987)
  • The Standard Joe (Red, 1991)

met Fred Hersch

  • Sarabande (Sunnyside, 1986)

met Mark Isham

  • Songs My Children Taught Me (Windham Hill, 1991)

met Keith Jarrett

met Rickie Lee Jones

  • Pop Pop (Geffen, 1991)

met Lee Konitz

  • Alone Together (Blue Note, 1996) met Brad Meldhau
  • Another Shade of Blue (Blue Note, 1997)
  • Live at Birdland (ECM, 2011) met Brad Mehldau & Paul Motian

met David Liebman

  • Sweet Hands (Horizon, 1975)

met Abbey Lincoln

  • The World Is Falling Down (Verve, 1990)
  • You Gotta Pay the Band (Verve, 1991)
  • A Turtle's Dream (Verve, 1994)

met Joe Lovano

met Michael Mantler

met Harvey Mason

  • met All My Heart (RCA, 2004)

met John McLaughlin

met Helen Merrill

met Pat Metheny

met Mingus Dynasty

  • Chair in the Sky (Elektra, 1980)

met Paul Motian

met Bheki Mseleku

  • Star Seeding (Polygram, 1995)

met Yoko Ono

met Joe Pass

  • 12-string Guitar Movie Themes (World Pacific, 1964)

met Art Pepper

  • Living Legend (Contemporary, 1975)
  • So In Love (Artists House, 1979)
  • Art 'N' Zoot met Zoot Sims (Pablo, 1981)

met Enrico Pieranunzi

  • Fellini Jazz (Cam Jazz, 2003)
  • Special Encounter (Cam Jazz, 2005)

met Dewey Redman

met Joshua Redman

  • Wish (Warner Bros., 1993)

met Gonzalo Rubalcaba

  • Discovery - Live at Montreux (Blue Note, 1990)
  • The Blessing (Blue Note, 1991)
  • Suite 4 Y 20 (Blue Note, 1992)
  • Imagine (Blue Note, 1994)

met Roswell Rudd

met Pee Wee Russell and Henry "Red" Allen

met Dino Saluzzi

met David Sanborn

  • Another Hand (Elektra, 1991)

met John Scofield

met Archie Shepp

met Alan Shorter

  • Orgasm (Verve, 1968)

met Wadada Leo Smith

met Ringo Starr

met Masahiko Togashi

  • Session In Paris (Take One, 1979)

met Denny Zeitlin

  • Carnival (Columbia, 1964)
  • Live at the Trident (Columbia, 1965)
  • Zeitgeist (Columbia, 1967)
  • Tidal Wave (Quicksilver, 1983)

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties