Microtonale muziek

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Klassieke muziek uit de 20e eeuw
Impressionisme (tot 1900)
Bruïtisme (Futurisme) (vanaf 1913)
Neoromantiek (vanaf 1915)
Groupe des Six (vanaf 1920)
Dodecafonie (vanaf 1923)
Musique Concrète (vanaf 1949)
Serialisme (vanaf 1950)
Microtonale muziek (vanaf 1950)
Aleatorische muziek (vanaf 1963)
Minimalistische muziek (vanaf 1970)
Eigentijdse klassieke muziek (1975 - nu)
19-toons toetsenbord

Microtonale muziek is een verzamelnaam voor een aantal uiteenlopende muzieksoorten die gebruikmaken van toonstelsels die in afwijking van wat gebruikelijk is in de westerse muziek, gebruikmaken van kleinere toonschreden dan een halve toonafstand. Het normale westerse toonstelsel kan men zich het beste voorstellen aan de hand van het pianoklavier: van het ene octaaf naar het andere zijn steeds twaalf toetsen aanwezig, die even zoveel toonhoogten of tonen produceren. De afstand van de ene toets/toon naar de volgende noemt men een 'halve toon'; twaalf van die halve tonen maken samen een octaaf vol.

In de microtonale toonsystemen is dat anders. Om van een bepaalde toonhoogte te komen op een toonhoogte die een octaaf hoger ligt, moeten meer, en vaak veel meer dan twaalf stapjes of treden doorlopen worden. Dat betekent, logischerwijze, dat de afstand van een toonhoogte tot de eerstvolgende toonhoogte kleiner is dan in het gewone twaalftonige systeem. Een dergelijke kleinere afstand noemt men een microtoon, of -wat eigenlijk een beter woord zou zijn- microinterval.

Er zijn talrijke methoden om met microtonen muzikale toonsystemen te bouwen. Min of meer bekende systemen zijn het kwarttoonsysteem (waarbij het octaaf in 24 kwarttonen verdeeld wordt) en het 31-toonssysteem (waarbij het octaaf wordt verdeeld in 31 kleine stapjes, die diëzen worden genoemd). Maar er zijn nog talloze andere systemen, bijvoorbeeld met 19, 43 en 53 tonen per octaaf. Voor de nu genoemde systemen geldt dat ze op een bepaalde manier nog een relatie hebben met het westerse, 12-tonige systeem en dat ze daarom in een aantal opzichten nog vrij vertrouwd in westerse oren klinken. Maar men kan ook andersom te werk gaan door een willekeurig microtonaal systeem te kiezen, de mogelijkheden daarvan wat betreft toonladders, intervallen, akkoorden, enzovoorts te onderzoeken en die te benutten in een muzikale compositie.

Microtonaliteit is de wetenschap die zich bezighoudt met muzikale stemmingen en de 'tonen tussen de pianonoten' (halve toonafstanden).

Historie[bewerken]

In de muziek worden over de hele wereld zeer veel alternatieve toonladders en toonsystemen gebruikt. In de Westerse klassieke muziek is het al zeker duizend jaar gebruik om een notenrepertoire te hanteren van twaalf noten in het octaaf, met ongeveer gelijke onderlinge afstanden. Tussen ongeveer 1550 en 1750 waren er verschillende stemmingen in gebruik met elk hun voordelen en nadelen; musici en wiskundigen (in Nederland onder andere Christiaan Huygens) zochten naar de beste oplossing voor het fundamentele probleem dat het onmogelijk is om op een instrument met vaste toonhoogten elk interval volkomen rein te maken. Vanaf 1750 werd het algemeen gebruik om deze intervallen exact gelijk te maken, dat wil zeggen, een gelijkzwevende stemming te hanteren; dit heeft als nadeel dat geen enkel interval behalve het octaaf volkomen rein is, maar als voordeel dat er ook geen grote onreinheden voorkomen.

Microtonaliteit kwam op in het begin van de 20e eeuw in de westerse wereld.

Harry Partch was een van de eerste componisten uit de twintigste eeuw die zich intensief bezighield met de systematisering van microtonale toonstelsels. Voor zijn composities vervaardigde hij veel zelfontworpen instrumenten met alternatieve, gestemd in een 11-limiet rein geïntoneerde verdeling.

Muziektheoretisch gezien is er een verschil tussen een Cis en een Des, in de gelijkzwevende stemming worden deze tonen als één toon beschouwd (de piano kent maar één toets voor deze beide tonen). Zowel met behulp van de computer als met zeer nauwkeurig berekende stemmingen zijn ook tegenwoordig nog veel musici actief met een onderzoek op dit gebied. Er vindt dus nog steeds ontwikkeling plaats. In Nederland is er de Stichting Huygens-Fokker die zich bezighoudt met dit vakgebied.

Instrumentontwerp[bewerken]

Schaalverdeling van de Moodswinger, gebaseerd op harmonische boventoonposities

Ook ontwerpers van instrumenten richten zich bij de constructie van hun instrumenten op de harmonische samenhang van verschillende tonen en afstanden van bijvoorbeeld de snaarlengtes. De brug van de viool staat op 1/7e van de totale snaarlengte van bevestigingspunt tot kam. Ook voor de piano-hamer gelden zeer specifieke afstanden om tot een perfect microtonaal resultaat te komen.

De instrumentbouwer Yuri Landman ontwikkelde op de principes van deze microtonaliteit de Moodswinger.

Microtonale onderzoekers[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Algemeen[bewerken]

Westerse toonstelsels[bewerken]

In historische volgorde:

Alternatieve Westerse microtonale toonstelsels[bewerken]

Gelijkzwevend:

Kwarttoonklarinet met 24 toetsen per octaaf

Niet gelijkzwevend:

Oosterse toonstelsels[bewerken]

Referenties[bewerken]

  • Burns, Edward M. 1999. "Intervals, Scales, and Tuning." In The Psychology of Music. Second edition, ed. Diana Deutsch. San Diego: Academic Press. ISBN 0-12-213564-4.
  • Mandelbaum, M. Joel. 1960. "Multiple Division Of the Octave and the Tonal Resources of the 19 Tone Temperament." PhD thesis universiteit van Indiana.

Externe links[bewerken]

Algemeen[bewerken]

Theoriepagina's[bewerken]

Discografie[bewerken]

Microtonale muziek op het internet[bewerken]