Charlie Hebdo

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Charlie Hebdo is een Frans satirisch weekblad, gevestigd in Parijs. Het is de opvolger van Hara-Kiri, en verschijnt in zijn huidige vorm sinds 1992. Charlie Hebdo heeft een oplage van ongeveer 70.000 exemplaren en verschijnt op woensdag. De huidige hoofdredacteur is Gérard Biard. Het tijdschrift bevat geen foto's, maar uitsluitend tekeningen en tekst.

Ontstaan en publicatieverbod[bewerken]

Het maandelijkse tijdschrift Hara-Kiri werd in 1960 opgericht door François Cavanna en Georges Bernier, alias Professor Choron. In 1961 werd het tijdschrift verboden, en nogmaals in 1966. Vanaf 1969 werd Hara-Kiri een weekblad, onder leiding van Cavanna. Toen Generaal de Gaulle in 1970 overleed, had er tien dagen voordien een brand in een discotheek te Saint-Laurent-du-Pont plaatsgegrepen, met 146 doden tot gevolg. Daarop publiceerde Hara-Kiri een editie met een lege voorpagina, met enkel de titel: „Bal tragique à Colombey - un mort“ (Colombey-les-Deux-Églises was een plaatsje waar de Gaulle een huis had gekocht). De toenmalige minister van Binnenlandse Zaken, Raymond Marcellin, zou vervolgens beslist hebben het tijdschrift opnieuw te verbieden. Hara-Kiri veranderde dus zijn naam in Charlie Hebdo, naar de Peanuts-figuur Charlie Brown.

Charlie Hebdo heeft altijd resoluut geweigerd reclameadvertenties op te nemen; het is daardoor volledig op abonnementen en verkoopcijfers aangewezen. In december 1981 bleek de oplage te gering geworden om het magazine draaiende te houden, en Charlie Hebdo ging ter ziele. Bij wijze van grap lanceerde men eerst nog Charlie Matin, een dagblad, waarvan uiteindelijk slechts drie nummers verschenen.

Voortzetting[bewerken]

In 1992 werden Philippe Val en Cabu ontslagen op de redactie van het tijdschrift La Grosse Bertha, na een conflict met de hoofdredacteur. Zij wilden hun eigen tijdschrift stichten, en richtten hiertoe een aandelenvennootschap op; samen met Renaud, Gébé en Cabu van de oude Charlie Hebdo-redactie behielden ze 80% ervan in eigen handen. Dit geeft hun financiële onafhankelijkheid en maakt hen grotendeels tot de eigenaars. Als naam koos men opnieuw voor Charlie Hebdo, en verschillende leden van de oude redactie werden weer aan boord gehaald. In juli 1992 werd zodoende de traditie de facto voortgezet. Van het eerste nummer werden meteen 100 000 exemplaren verkocht.

Stijl[bewerken]

Charlie Hebdo bevat cartoons van een lange rits tekenaars, die verre van allen Fransen zijn: bijvoorbeeld de Nederlander Bernard Willem Holtrop en de Belg Kamagurka leveren geregeld tekeningen. De traditie van het tijdschrift is libertarisch: de humor is altijd bijtend, hard en cynisch, en de politieke oriëntatie neigt uitgesproken naar links. Onder het hoofdredacteurschap van Philippe Val (gewezen lid van ATTAC) is de politieke lijn nog scherper geworden, gekenmerkt door bittere aanvallen op het kapitalisme, en in recente jaren op het islamisme. Desalniettemin worden ook de linkse partijen niet gespaard. In 2002 ontstond een eerste heftige controverse, toen Robert Misrahi een bespreking van het werk van Oriana Fallaci publiceerde, waarin hij stelde dat het tijd werd in te zien dat de islam een kruistocht tegen het Westen ondernam, en niet omgekeerd. Dit lokte vele verontwaardigde lezersbrieven uit.

Bovenal is Charlie Hebdo republikeins en laïcistisch geïnspireerd: het magazine verdedigt de vrijheid van het collectief en het individu, en laat ook op zijn eigen redactie verschillende meningen toe. In het bijzonder omtrent het Franse referendum over de Europese Grondwet weerklonken in Charlie Hebdo verschillende stemmen. Na de aanslagen van 11 september 2001 distantieerde het weekblad zich uitdrukkelijk van extreem-links, dat uit anti-Amerikanisme toenadering tot het Arabische fundamentalisme zocht. Volgens Charlie Hebdo vergoelijkt het islamisme het antisemitisme, en vormt daardoor een verwerpelijke racistische stroming.

Mohammedcartoons[bewerken]

In 2006 was Charlie Hebdo een van de tijdschriften in Europa die de spotprenten op Mohammed, die in het Deense Jyllands-Posten controverse hadden uitgelokt, opnieuw publiceerden. Jacques Chirac veroordeelde deze actie als „manifeste provocatie“. Op 1 maart 2006 werd, als reactie op de agitatie in de moslimlanden, het Manifest van de twaalf gepubliceerd. Op de daaropvolgende 15de maart organiseerde het Franse Ministerie van Cultuur een speciale zitting waarop verschillende karikaturisten van Charlie Hebdo gefeliciteerd werden als verdedigers van de persvrijheid en de democratie.

De Moskee van Parijs, de Union des organisations Islamiques en France en de Islamitische Wereldliga spanden, naar aanleiding van de publicatie van de desbetreffende spotprenten, een proces tegen Charlie Hebdo aan. Op 7 en 8 februari 2007 oordeelde het Hooggerechtshof van Parijs echter dat een veroordeling ongegrond was.

In de nacht van 2 november 2011 werd op de kantoren van het blad een aanslag met een Molotovcocktail uitgevoerd. Dit zou verband houden met de eenmalige uitgave van een editie genaamd 'Charia Hebdo', waarvan Mohammed gastredacteur zou zijn.

Externe link[bewerken]