De ridder in het pantervel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Koning Rostevan en Avtandil gaan op jacht. Illustratie uit een manuscript van Mamoeka Tavakarasjvili, 1646

De ridder in het pantervel (Georgisch: ვეფხისტყაოსანი, Vepchistkaosani) is een epos bestaande uit meer dan 1600 kwatrijnen. Het epos is geschreven in de 12e eeuw door de Georgische dichter Sjota Roestaveli. Het is zijn bekendste werk, en behoort vandaag de dag tot de klassiekers van de Georgische literatuur. Het wordt zelfs gezien als het nationaal epos van Georgië.

Over de auteur[bewerken]

Over Sjota Roestaveli is niet veel bekend. Het epos is mede van belang daar het een van de weinige geschreven bronnen is waarin het een en ander over Roestaveli onthuld wordt. In het achtste kwatrijn identificeert de auteur zichzelf als Roestveli, wat letterlijk "iemand uit Roestavi" (niet te verwarren met de hedendaagse Roestavi) betekent[1]. Tevens suggereert het gedicht dat Roestaveli een goed onderwezen en hooggeplaatst man was aan het hof van Koningin Tamar van Georgië[1]. Roestaveli droeg het gedicht op aan koningin Tamar.

Het gedicht[bewerken]

In het gedicht behandelt Roestaveli middeleeuwse Europese idealen: ridderlijkheid, liefdesgevoelens, vriendschap, moed en hoofse liefde. De helden in het gedicht zijn dapper, filantropisch en aardig. De helden zijn tevens niet gebonden aan de Georgische nationaliteit. Zo komen regio’s in Arabië, China en India aan bod in het gedicht.

Het gedicht is in vele talen vertaald, waaronder Hebreeuws, Russisch (vijf verschillende vertalingen), Pools, Frans, Duits, Italiaans, Spaans, Japans, Chinees, Hindi, Engels en Arabisch.

Samenvatting[bewerken]

De ridder in het pantervel (Vepchistkaosani) beschrijft de avonturen van Avtandil, een jonge Arabische edelman, en zijn vriend Tariel, een Indische prins. Avtandil wordt door zijn geliefde Tinatin, de zojuist gekroonde heerser van Arabië, op een missie gestuurd om de mysterieuze ridder in een pantervel te vinden.

Avtandil vindt de ridder, die prins Tariel blijkt te zijn. Hij treurt om de verdwijning van de mooie ful Nestan-Darejan, dochter van zijn soeverein, de koning van India. Ze wordt volgens hem gevangen gehouden door kwaadaardige geesten (kajebi) in hun onneembare fort. Met behulp van Nuradin-Pridon bevrijden Avtandil en Tariel de prinses. Aan het eind van het gedicht vindt een dubbele bruiloft plaats: de koninklijke bruiloft van Tariel en Nestan-Darejan, en die van Avtandil en koningin Tinatin.

Voetnoten[bewerken]

  1. a b Georgian Language and Culture, by Howard Aronson, 267

Externe links[bewerken]