Dolf Brouwers

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Dolf Brouwers

Adolphus (Dolf) Brouwers (Utrecht, 31 augustus 1912Den Haag, 23 september 1997) was een Nederlands operazanger en komiek. Hij werd op zestigjarige leeftijd ontdekt door Wim T. Schippers en groeide als Sjef van Oekel uit tot hoofdrolspeler in een televisieprogramma van Schippers en in een reeks stripverhalen, getekend door Theo van den Boogaard.

Vroege jaren[bewerken]

Brouwers werd geboren in de Kanonstraat te Utrecht en groeide op in Den Haag. Op zijn twaalfde werd hij timmermansknecht in Scheveningen, maar op zijn veertiende werd hij kappersknecht. Tot de klanten van Brouwers, die in de kapsalon graag operetteliederen zong, behoorden Prins Hendrik, en de directeur van het Scalatheater in Den Haag. Toen de laatste Brouwers hoorde zingen, vroeg hij hem voor het operettekoor van het theater. Bij het koor ontmoette Brouwers zijn vrouw Greet. Na de Tweede Wereldoorlog werd hij opnieuw kapper en later reisleider. In de jaren vijftig schreef hij met tekstdichter Jack Bess liedjes onder het pseudoniem D. Goldstein, evenwel zonder succes. Toch was Dolf Brouwers vlak na de oorlog vaak op de radio te horen met het bekende lied "Eens zal de Betuwe in bloei weer staan".

Sjef van Oekel[bewerken]

In 1972 werd Brouwers ontdekt door Wim T. Schippers. Schippers zocht voor de Fred Hachéshow iemand voor een bijrolletje als de patatbakker 'S. van Oekel' uit het Belgische plaatsje Reet. (De naam had Schippers in België op een bedrijf in auto-accessoires zien staan.) Hoofdrolspeler Harry Touw dacht meteen aan Brouwers, die hij kende van de Haagse Artiesten Club. Brouwers gaf zijn personage de voornaam 'Sjefke' en kreeg vervolgens van Schippers verschillende bijrollen in het programma. In de volgende programmareeks, Barend is weer bezig, met IJf Blokker als 'Barend Servet' werd Brouwers' rol, nu als 'Sjef van Oekel', al belangrijker. Brouwers introduceerde een geheel eigen taalgebruik, vol Schippersvondsten als 'reeds', 'pardon reeds', 'dat ben ik dus' en 'ik word niet goed'. Op 9 april 1973 werkte Brouwers als Sjef van Oekel, directeur van Radio Stereo Petat, mee aan een eenmalige uitzending van klassieke muziek door het Comité Nederland Muziek vanaf het sportvissersschip MV De Morgenster, als persiflage op de een week eerder aan de grond gelopen zeezender Radio Veronica.

Af en toe barstte hij in de programma's ook in zingen uit, wat Brouwers heel goed kon als ex-operettezanger, maar hier dik aanzette en met opzet net niet op toon. Nationaal bekend werd hij met het lied "Vette Jus" (1973), dat hij vanachter een volgeladen tafel zong, waarna hij tenslotte ter aarde stortte te midden van de borden en schotels. Uit hetzelfde jaar dateert "Juliana onze vorstin", een tekst van Schippers en Gied Jaspars; volgens de hoestekst van de single geschreven 'N.a.v. het 25-jarig jubileum van H.M. de Koningin'.

Uiteindelijk kreeg hij in het seizoen 1974-75 zijn eigen televisieprogramma: Van Oekel's Discohoek. Het programma werd bedacht, geschreven, samengesteld en geregisseerd door Wim van der Linden, Wim T. Schippers en Ellen Jens. Daarin ontving hij Nederlandse en buitenlandse popartiesten die, overduidelijk playbackend, optraden. Regelmatig viel er een kantoorkast om of struikelde Van Oekel over een kabel, zodat het geluid uitviel. Na enige tijd beschouwden sommigen het als een eer om in het programma geweest te zijn. Het optreden van de Amerikaanse Donna Summer met haar song The Hostage waarin zij aan het begin een rinkelende telefoon opneemt, is legendarisch. Zijn assistent, boekhouder Ir. Evert v.d. Pik (Jaap Bar), pakt net voor haar de telefoon op en zegt na enig luisteren: Mevrouw, er is geloof ik telefoon voor u. Van Oekel was helemaal in vervoering van Donna Summer zelf. Donna keek later, zo blijkt uit interviews, overigens met dankbaarheid erop terug. Het programma was eigenlijk een grote persiflage op het fameuze popprogramma AVRO's Toppop, waarbij het playback-karakter er wel heel dik bovenop lag.

Populairste televisiepersoonlijkheid[bewerken]

Nadat Van Oekel tijdens de Kerstuitzending in de fietstas van zijn sidekick Ir. Evert v.d. Pik (Jaap Bar) had gekotst, begon Henk van der Meyden een actie tegen het programma. De lezers van het tijdschrift Muziek Expres verkozen Sjef van Oekel echter tot populairste televisiepersoonlijkheid van 1974. Met het programma De ondergang van de Onan (waarmee een passagiersschip werd bedoeld waarop alle personages (in een zogenaamd toneelstuk) nog eens in allerlei idiote situaties ten tonele verschenen) werd het tijdperk Haché/Servet/Van Oekel zo'n beetje afgesloten.

In het seizoen 1978 was Brouwers tien afleveringen te zien als de verlopen nachtclubeigenaar 'Waldo van Dungen' in Het Is Weer Zo Laat (Waldolala). In 1979 nam hij een single op met Herman Brood (Nooit Meer Terug Naar Die Rotschool), en in 1980 volgde de carnavalskraker Oei Oei Dat Was Lekker. In 1981 speelde Brouwers opnieuw Van Oekel in de serie De Lachende Scheerkwast, opnieuw geschreven door Wim T. Schippers. In 1984 speelde hij nog een bijrol in de serie Opzoek naar Yolanda.

Inmiddels was hij bezig afscheid te nemen van zijn personage. Onder zijn eigen naam werd hij in 1983 "parlementáár verslaggever van de Vara" in het VARA-radioprogramma Paviljoen Drie van Felix Meurders, en in 1985 nam hij onder zijn eigen naam de single Oh, Wat Is Het Toch Fijn Om Gelukkig Te Zijn op, die net geen hit werd.

In de negende aflevering van Kinderen voor Kinderen in 1988 figureerde Brouwers tijdens het lied "Sneu" als een vader die tot grote schaamte van zijn dochter in een bulderend gelach uitbarstte op een voor hem zeer typerende wijze.

In de oudejaars uitzending van "Wie Ben Ik?" op oudjaarsavond 1993 bij RTL4 fungeerde Dolf als aanwijzing voor de kandidaten. Hij zong daar het nummer "Hoeveel hoedjes heeft de Koningin ?"

In 1995 deed Brouwers nog een serie korte interviews voor de tv met bekende Nederlanders, die hij meenam ergens op een buitenlocatie om in de van hem bekende stijl met deze mensen te spreken (zoals met de operettezanger Marco Bakker: "ik heb in uw kleedkamer bij uw kostuum ook zo'n rijzweepje zien staan, is dat nou voor SM... of zoiets?")

In 1995 reikte burgemeester Wim Deetman aan Brouwers de Gouden Speld van de stad Den Haag uit. In datzelfde jaar overleed Brouwers' echtgenote.
Brouwers zelf overleed twee jaar later op 85-jarige leeftijd in zijn woning aan het Slijkeinde te Den Haag, de stad die hij als de zijne beschouwde. Zoals hij bij de opening van de nieuwe Hilversum 3 studio in 1980 verklaarde: "Ik kom dus uit Den Haag. Ben ik vandaan gekomen met mijn DAF.......... Een spoor van verwoestingen achter mij latend. Want zei Voltaire al niet REEDS: 'Doe wel en zie niet om'!"

Op 3 oktober 2004 vond de première plaats van de voorstelling Dolf Brouwers, Ben Ik Dat? geschreven door Rob van Dalen, met Manou Kersting als Dolf Brouwers, Marieke van Leeuwen als zijn vrouw Greet, Clous van Mechelen als zichzelf, en Johnny Kraaijkamp jr. als Wim T. Schippers. De regie was van Guusje Eijbers.

Taalverrijking[bewerken]

Ook is Dolf Brouwers verantwoordelijk voor diverse hedendaags gangbare uitspraken in de Nederlandse taal. Verreweg de bekendste daarvan zijn "Als het ware ...", "Maar ik kwam van rechts", "Dat ben ik dus", "Wie is u?" en "Pardon ... Reeds!".

Strip[bewerken]

Vanaf 1976 verscheen de succesvolle strip Sjef van Oekel in het tijdschrift Nieuwe Revu en in stripalbums. Het scenario was van Wim T. Schippers en de tekeningen waren van Theo van den Boogaard. De strips werden goed verkocht en er verschenen vertalingen in Frankrijk (waar de hoofdpersoon Léon van Oukel heette, later: Léon la Terreur), Duitsland (Julius Patzenhofer, later: Leo der Terrorist), Denemarken en Spanje. Brouwers ontving echter niets van het met de strip verdiende geld, hoewel hij wel werd afgebeeld. Bovendien wenste hij niet langer vloekend of in pornografische situaties in beeld te worden gebracht. In 1989 spande hij een rechtszaak aan. In 1991 besliste de rechter dat Brouwers niet langer mocht worden afgebeeld in ‘obscene of pornografische scènes’. Over de financiële vergoeding bereikten Schippers en Brouwers in 1992 een schikking, waardoor het hoger beroep geen doorgang hoefde te vinden.

Cameo's[bewerken]

Stripalbums[bewerken]

  1. Sjef van Oekel in de bocht
  2. Sjef van Oekel draaft door
  3. Sjef van Oekel zoekt het hogerop
  4. Sjef van Oekel raakt op drift
  5. Sjef van Oekel bijt van zich af
  6. Sjef van Oekel breekt door
  7. Sjef van Oekel slaat terug

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]