Drumstel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Drumstel
Drum set.svg

1 Crashbekken · 2 Floor tom · 3 Toms
4 Bass drum · 5 Snaredrum · 6 Hihat

Andere onderdelen

Ridebekken · Chinees bekken · Splashbekken · Sizzler
Koebel · Woodblock · Tamboerijn · Rototom

Een drumstel (ook: drums) is een verzameling slagwerkinstrumenten die door een enkele persoon, een drummer, bespeeld wordt.

Opbouw[bewerken]

De basisopstelling van een drumstel bestaat uit een aantal trommels en een aantal bekkens:

Daarnaast kan gebruikgemaakt worden van andere slaginstrumenten zoals koebellen, woodblocks, triangels, buisklokken of tamboerijnen.

Het hart van een drumstel bestaat uit de bass drum, de snaredrum en de hihat. De bass drum wordt met een pedaal bediend en geeft de lage klanken. Onder het ondervel van de snaredrum is een matje met metalen snaren gespannen. Hierdoor maakt de snaredrum (kortweg 'snare') een fel en scherp geluid. De hihat is een door de voet beweegbare bekkenset waar de drummer met zijn stokken een ritme op slaat. De hihat kan via de voet worden geopend (de bekkens komen dan los van elkaar). Als er op de hihat wordt geslagen op het moment dat deze wordt geopend, en als daarna de hihat wordt gesloten, ontstaat er het karakteristieke 'sis-geluid' van de hihat.

Uitgebreid drumstel (Pearl Masters Studio BRX)

De vellen van alle trommels worden dusdanig gespannen, dat het geluid van iedere trom op elkaar is afgestemd. Hierbij is het niet juist om over een 'toonhoogte' te spreken, omdat trommels geen regelmatige geluidstrillingen produceren. Ze produceren juist een 'ruis' en daarom wordt er bij trommels over een 'klank' gesproken. Lees wat dit betreft ook het artikel over stemmen, punt 3 over membranofonen.

De drummer bespeelt het drumstel met drumstokken of brushes. De stokken geven een hard geluid, de brushes geven een zacht en wat 'waterig' geluid. Kenmerk van een drummer is dat hij zijn handen en voeten onafhankelijk van elkaar beweegt in een bepaald ritme. Dit natuurlijk zonder de maat te verliezen.

Wat bekkens (Engels: cymbals) betreft, bestaat er een onderscheid tussen afslagbekkens (Engels: crash cymbals) en ritmebekkens (Engels: ride cymbals). Daarnaast bestaan er ook specifieke bekkens als de 'splash' (klein afslagbekken met een hoge klank) en de 'china' (een speciaal gevormd afslagbekken met een korte en robuuste klank).

Sommige drummers maken gebruik van twee bass drums; meestal zijn deze niet gelijk qua diepte en omtrek. Soms gebruikt een drummer een dubbel-bass-drumpedaal. Hiermee wordt het effect van een dubbele bass drum bereikt, zonder dat er twee bass drums staan opgesteld. Verder gebruiken sommige drummers meerdere hihats, toms en/of snaredrums. Het geluid van een drumstel wordt voornamelijk bepaald door de bekkens, snaredrum en bass drum. Omdat bekkens en snaredrum makkelijk mee te nemen zijn, neemt de drummer die meestal zelf mee naar de repetitieruimte of het podium op als daar geen drumstel staat.

Ontstaan[bewerken]

De verschillende onderdelen van het drumstel zijn ouder dan het drumstel zelf. Een blik op de optocht van de fanfare zal dit bevestigen. Het langzamerhand bij elkaar brengen van de verschillende onderdelen, die dan tezamen (uit praktische overwegingen) door één persoon worden bespeeld, gebeurde in de Verenigde Staten eind 19e en begin 20e eeuw.

Een orkest had vaak een aparte muzikant voor het cymbaal of bekken, de kleine trom (nu beter bekend als de snaredrum) en de grote trom (of bass drum). Omdat de orkesten niet te veel bezetting nodig zou moeten hebben had men gedacht aan een muzikant die verschillende instrumenten tegelijk kon bespelen. Omdat het voor iemand die de grote trom bespeelde het wel lastig is om tegelijkertijd ook nog de kleine trom te spelen, werd een manier bedacht om verschillende slaginstrumenten samen te voegen. Dat bleek beter haalbaar. Door behalve de handen ook de voeten te gaan gebruiken om via pedalen bijvoorbeeld de grote trom te bespelen, ontstond de "liggende" bass drum van nu.

Ontwikkeling van de speelstijl[bewerken]

Een "nieuw" instrument als het drumstel vraagt om nieuwe technieken. Het aantal technieken en ritmes is met name door de invloed van jazzmusici enorm toegenomen. Feitelijk is de huidige opvatting over hoe men met een drumstel omgaat gebaseerd op de pioniers van de grote bigbands in, globaal, de jaren 1920-1940. Het gebruik van bekkens en hihat om een doorlopend ritme aan te geven is bijvoorbeeld in deze tijd ontstaan. Zoals op de afbeelding hiernaast te zien is, heeft een standaarddrumstel een snaredrum en drie toms: een high-tom, een low-tom en een floor-tom. Interessant om te weten is dat de low-tom erg recent is vergeleken met de andere delen. Als u naar oude opnames van jazzmuzikanten kijkt, zult u zien dat er een tom ontbreekt, waar de ride cymbal is. Deze tom is erbij gekomen toen een rockdrummer aan het spelen was en vond dat zijn fill ins net niet lang genoeg waren om een maat te vullen. Dus hij besloot om een extra high-tom te nemen en het vel ietsje minder strak te spannen. Deze drum wordt nu heel vaak gebruikt in de rockmuziek, een veel ruigere stijl dan jazz, die nogal gevoelig is voor precieze timing.

Elektronisch[bewerken]

Simmons SDS5 elektronisch drumstel

Bij elektronische drumstellen slaat de drummer op zogenaamde 'pads'. Dit slagvlak bestaat uit rubber of uit muffle-vellen (gaasvellen). In beide gevallen maakt het slagvlak zelf geen geluid.

Onder het slagvlak zitten sensoren, zogenaamde 'triggers' (piëzo elementen). Deze triggers registreren een stokslag en sturen een elektronische puls naar een drummodule. Dit is een kastje dat de elektrische puls van de trigger, de 'triggerpuls', omzet in een daadwerkelijk drumgeluid.

De trigger of piëzo (in de drum) stuurt een signaal naar het 'kastje'. Dit kastje zet het signaal direct om naar een drumgeluid (de module) of stuurt het via een midi of usb aansluiting door naar een computer met midi software, en wordt het geluid door de computer of via een externe geluidskaart. Bij gebruik van software op een computer is het mogelijk te volstaan met een midi-trigger (kastje) anders is een drummodule (kastje) met geïntegreerde drumgeluiden noodzakelijk.

Voordelen[bewerken]

[bron?]

  • Men kan zelf de gewenste geluiden instellen; met een paar drukken op de knop creëert men een compleet ander drumstel.
  • Het drumstel is lichter en compacter; dit vergemakkelijkt het vervoer en het opstellen ervan.
  • De meeste drummodules hebben MIDI aan boord; hierdoor is het mogelijk om bijvoorbeeld via de computer of via synthesizermodules geluiden te bewerken en/of op te nemen.
  • De vorm en maatvoering van de bekkens en ketels zijn niet meer van belang, een drumstel op schaal 1:18 is mogelijk.

Nadelen[bewerken]

[bron?]

  • Een drummer die met een band repeteert en optreedt, zal een versterker aan moeten schaffen. Hij zal in elk geval een versterker of koptelefoon nodig hebben om zichzelf te horen.
  • Bepaalde (goedkope) versies hebben nogal harde pads. Hierdoor kan er letsel ontstaan aan de gewrichten (armen of polsen). Dit risico is te verkleinen door gebruik van een goede slagtechniek.
  • Hoewel een elektronisch drumstel qua geluid op een akoestisch drumstel lijkt, geeft het niet het gevoel van een echt drumstel: de terugslag op een elektronisch drumstel is anders dan bij een akoestisch drumstel.
  • Een goed elektronisch drumstel is duur. Dat wil zeggen een snelle trigger en goede module zullen een drumstel ongeveer in dezelfde prijsklasse laten vallen als een goed akoestisch drumstel.

Triggeren[bewerken]

[bron?]

Het is ook mogelijk om van een akoestisch drumstel een elektronische variant te maken. Dit kan op twee manieren:

  • Op de akoestische trommelvellen plaatst men een losse trigger. Deze trigger sluit men aan op een drummodule. Het akoestische trommelgeluid wordt vervolgens gemixt met een elektronisch geluid. Deze techniek wordt veel toegepast door (grote) bands. Het vergemakkelijkt namelijk het versterken van het drumstel tijdens liveoptredens. Daarbij heeft de drummer op deze manier veel soorten geluiden tot zijn beschikking. Daarnaast blijft de drummer slaan op 'gewone' drumvellen. Voordeel van deze methode is dat de 'feel' van de akoestische vellen, waar veel drummers aan verknocht zijn, behouden blijft. Het komt ook het geluid ten goede: doordat de slag op het drumstel eerst elektronisch verwerkt wordt, komt uit de versterkers altijd hetzelfde geluid. Dit levert een consistenter drumgeluid op dan wanneer geen triggers gebruikt worden. Het geluid van de drums is dus niet meer afhankelijk van hoe hard er op de drums geslagen wordt.
  • Op de akoestische trommel wordt een muffle-vel (gaasvel) geplaatst. Dit soort vellen maakt zelf geen geluid. Op het muffle-vel plaatst men een losse trigger en deze sluit men aan op een drummodule. Op deze wijze kan men van een akoestische drumset een volledig elektronisch drumstel maken.
  • Steeds vaker worden zgn DIY drumstellen gebouwd met behulp van piëzo-elementen. Dit is een klein (goedkoop) schijfje van een paar centimeter doorsnede en een ongeveer 1 mm dik. Deze is eenvoudig aan een midi-trigger of drummodule aan te sluiten en is bovendien, niet onbelangrijk, aanslaggevoelig. Het is dus mogelijk om van een paar drinkpakken een drumstel te maken die bijvoorbeeld wordt bespeelt met chop-sticks.

Merken[bewerken]

zeer uitgebreid drumstel, waarin akoestische en elektronische elementen worden gecombineerd

Enkele bekende drumstelfabrikanten zijn:

Enkele bekende bekkenfabrikanten zijn: