Faro (stad)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Faro
Gemeente in Portugal Vlag van Portugal
Stadsvlag Stadswapen
Locatie van Faro
Situering
District Faro
Algemeen
Oppervlakte 202 km²
Inwoners (31 december 20051) 58.554 (287,4 inw/km²)
Portaal  Portaalicoon   Portugal

Faro (IPA: [ˈfaɾu]) is een stad en gemeente in het Portugese district Faro. De gemeente heeft een totale oppervlakte van 202 km2 en telde 58.051 inwoners in 2001.

Faro is een Portugese stad met een lange historie. Ruim 2000 jaar geleden legden de Romeinen er al een grote haven aan. In 1540 kreeg Faro stadsrechten en in 1756 werd de stad hoofdstad van Portugals zuidelijkste provincie.

Tegenwoordig is de stad het bestuurlijk centrum van het district Faro, zetel van een bisschop en centrum van een belangrijke toeristische streek, de Algarve. Op de internationale Luchthaven van Faro landen vele lijn- en chartervluchten. In 1992 verongelukte op dit vliegveld een toestel van Martinair tijdens de landing (zie Vliegramp Faro).

Tijdens het Europees kampioenschap voetbal 2004 werden enkele wedstrijden gespeeld nabij Faro in een nieuw gebouwd stadion.

Geschiedenis[bewerken]

Uit archeologische vondsten is gebleken dat in de IJzertijd al sprake was van een nederzetting op de plaats van het huidige Faro. De stad was al een handelspost van de Feniciërs en van de Grieken, voordat het in het Romeinse Rijk Ossónoba werd genoemd. In de tijd van de Romeinen was het de belangrijkste nederzetting ten zuiden van de Taag. Haar status werd verhoogd naar municipium, oftewel stad.

Na de Romeinse tijd kwam er al in 300 een christelijke parochie met een bisschop. In 418 werd het vervolgens door de Westgoten veroverd. Onder de Westgoten heette Faro: Santa Maria.

In 714 werd de stad (Shantamariyya) door de Moren overlopen, maar hierna volgde een bloeiperiode, de stad werd voor het eerst ommuurd. Christenen en moslims leefden in vrede naast elkaar gedurende vijf eeuwen. Ook de Joden vestigden zich er, met name in de oude stad, de Vila Adentro. Nieuwe wijken werden aangelegd of uitgebreid: Ribeirinha en Mouraria.

De naam Faro kan afgeleid zijn van de naam van de dochter van emir Abu Uthman Said ibn Harun die in 1031 Faro voor korte tijd hoofdstad van zijn taifa (taifa Santa María de Algarve) maakte. De stad droeg toen de naam Farão (tot in de 16de eeuw).

De legende van Santa Maria de Ossonoba vindt zijn oorsprong in de 11de eeuw. Volgens de overleving gooiden de moslims een beeld van de Heilige Maagd in de zee, waarna ze moesten vaststellen dat de zee geen vis meer bracht en er ook geen fruit meer aan de bomen groeide. Ze moesten het beeld weer uit de zee opvissen en binnen de stadsmuren terugzetten voordat alles weer normaal werd.

In 1217 werd de stad samen met Cadiz geplunderd door kruisvaarders tijdens de Vijfde Kruistocht.

In 1249 voltooiden de legers van Koning Alfonso III de verovering van Portugal op de moslims met de inneming van Faro, waardoor Faro een deel van Portugal werd.

In 1499 begon Koning Manuel I met de reconstructie van de stad. Het marktgebouw, de douanepost en een hospitaal werden gebouwd. In 1540 verkreeg de stad stadsrechten. Dat het de stad goed ging, blijkt uit het feit dat er vier kloosters werden gebouwd tussen 1517 en 1620. In 1596, ten tijde van de Spaanse overheersing (1580-1640) viel Engeland de Spaanse vijand aan op Portugees grondgebied. Britse troepen plunderden Faro, onder bevel van de graaf van Essex.. Daarbij werden tweehonderd kerkelijke boeken gestolen. Deze vormen nu de basis van de Bodleian Library in Oxford.

In 1755 verwoeste de laatste van drie aardbevingen (de eerste was al in 1722) de stad volledig, het epicentrum lag vlakbij. In 1756 werd Faro hoofdstad van Portugals zuidelijkste provincie; de Algarve. In de jaren daarna maakte een bisschop, die ook regeringspresident van de Algarve werd, Dom Francisco Gomes, zich sterk voor de verdere ontwikkeling van de stad. Zijn standbeeld staat op het hoofdplein van Faro, bij de binnenhaven. De 19e eeuw was wederom een tijd van expansie, waarin de volgende publieke gebouwen verrezen: Alameda Vasco da Gama, het slachthuis, Jardim Manuel Bivar, de muziekkoepel Coreto, het Lethestheater en andere theaters en cafés.

In de laatste jaren van deze eeuw werd ook de binnenas geconstrueerd. Het was dus een tijd van grote veranderingen voor de stad, net zoals de jaren 30 van de 20e eeuw, waarin de buitenas werd gebouwd die de wijken Alto Rodes, São Luís en Bom Joao met elkaar verbindt. Na de revolutie in 1974 was het voor de Gouverneur van de Algarve moeilijk om van de traditierijke, maar economisch zwakke en regionale handelsstad een moderne stad te maken volgens internationale normen. Een grote sprong vooruit in deze ontwikkeling betekende de opening van de luchthaven en later de ombouw tot internationale luchthaven in 1965. Maar het duurde nog tien jaar voordat de toeristenstroom op gang kwam en met de toeristen kwam het geld. Tegenwoordig leven er zoveel buitenlanders in de Algarve, of hebben er een tweede huis, dat dit feit, en niet meer de toeristenstroom, een tweede belangrijke inkomstenbron is geworden voor de stad als bestuurscentrum.

Bekende inwoners van Faro[bewerken]

Plaatsen in de gemeente[bewerken]

Tot de gemeente behoren de volgende freguesias:


Wikivoyage Wikivoyage heeft een reisgids over dit onderwerp: Faro.