Gaffelbok

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Dit artikel is in bewerking voor de Schrijfwedstrijd. Crystal wp.png
Wil je een grotere wijziging in dit artikel doorvoeren, dan is het misschien beter deze eerst op de overlegpagina voor te stellen. Voor uitleg hierover zie hier.
Gaffelbok
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2008)
Pronghorn antelope.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Artiodactyla (Evenhoevigen)
Familie: Antilocapridae (Gaffelantilopen)
Geslacht: Antilocapra
Ord, 1818
Soort
Antilocapra americana
(Ord, 1815)
Afbeeldingen Gaffelbok op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Gaffelbok op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren

De gaffelbok of pronghorn (Antilocapra americana) is een evenhoevig zoogdier, afkomstig van de graslanden en woestijnen van Noord-Amerika. De gaffelbok is de laatste nog levende vertegenwoordiger van de familie der gaffelantilopen (Antilocapridae). Hij is niet nauw verwant aan de veel grotere groep der antilopen uit Afrika, Arabië en Azië, die tot de holhoornigen (Bovidae) behoren. De gaffelbok is op de jachtluipaard na het snelste landdier op aarde.

Kenmerken[bewerken]

De gaffelbok is een middelgroot hoefdier met een ronde romp en lange, slanke ledematen. De vacht is roodbruin met een witte buik en stuit. De witte haren op de stuit kunnen worden opgezet. Op de hals lopen twee horizontale witte vlekken. In het gelaat heeft hij een patroon van witte en bruine vlekken. Mannetjes bezitten daarnaast een zwarte keelvlek. De snuit is lang en smal. De grote ogen staan hoog en diep in de schedel. De hoorns steken bij de mannetjes boven de oorschelpen uit; halverwege steekt een zijtak naar voren. De vrouwtjes hebben hoorns die korter zijn dan de oren. Het vrouwtje heeft vier tepels.

De gaffelbok heeft een kop-romplengte van 130 tot 140 cm en een staartlengte van 9,7 tot 10,5 cm. De schofthoogte bedraagt 86 tot 87,5 cm en het lichaamsgewicht 30 tot 80 kg. Vrouwtjes zijn 10% kleiner dan mannetjes.

Snelheid[bewerken]

De gaffelbok is het snelste hoefdier en één van de snelste zoogdieren ter wereld. Hij haalt met gemak 70 km/u.

Verspreiding en habitat[bewerken]

De gaffelbok leeft voornamelijk in de graslanden en woestijnen van Noord-Amerika. Hij heeft een voorkeur voor open gebieden zoals prairies met een grote verscheidenheid aan wilde bloemen, en vermijdt gebieden waarin het zicht belemmerd wordt. Het merendeel van de prairies is echter in cultuur genomen als landbouwgebied.

Het verspreidingsgebied strekt zich tegenwoordig uit van het westelijke deel van de Great Plains, van Zuid-Canada (het zuiden van de Canadese provincies Alberta en Saskatchewan), zuidwaarts tot Noord- en Centraal-Mexico. In 1959 werden enkele dieren uitgezet op het Hawaiiaanse eiland Lanai, maar is hier bijna uitgestorven.

Leefwijze[bewerken]

Hij eet voornamelijk kruiden, aangevuld met grassen in het vroege voorjaar. In de herfst en winter eten ze vaker de bladeren van struiken.

De gaffelbok is een sociale soort. In het voorjaar en de zomer leven de dieren in kleine groepen, bestaande uit vrouwtjes met hun kalveren of uit jonge mannetjes van één tot drie jaar oud. De kuddes zijn slechts tijdelijk en dieren wisselen geregeld van groep. Binnen de kudde lijken de dieren geen onderlinge sociale banden of een onderlinge hiërarchie te hebben. Wel zijn zij trouw aan het gebied waar zij verblijven in de zomer. In de winter vormen zij grotere gemengde kuddes. Veel populaties trekken 's winters naar warmere, sneeuwvrije gebieden.

Vrouwtjes zijn bronstig van mid tot eind september. Zij kiezen het mannetje uit waarmee zij gaan paren. Meerdere vrouwtjes kiezen vaak dezelfde mannetjes, waardoor slechts een klein gedeelte van de mannetjes mag paren. In het voorjaar werpt een vrouwtje twee jongen. Deze worden eind augustus gespeend. Over het algemeen zijn vrouwtjes zestien maanden oud als zij voor het eerst bronstig worden, een enkele keer al als zij vier maanden oud zijn. Zij worden daarna ieder jaar opnieuw bronstig. Mannetjes planten zich meestal pas voor het eerst voort als zij drie jaar oud zijn.

Taxonomie en evolutie[bewerken]

De gaffelbok is de enige nog levende vertegenwoordiger van de gaffelantilopen (Antilocapridae), een familie van evenhoevige hoefdieren die ontstond in het midden-Mioceen en alleen bekend is van Noord-Amerika. De gaffelantilopen worden in twee onderfamilies verdeeld: Merycodontinae, kleine hoefdieren van 7 tot 30 kg die leefden van het midden- tot het laat-Mioceen, en Antilocaprinae, grotere hoefdieren van 30 tot 80 kilogram die verschenen in het laat-Mioceen en waarschijnlijk van Merycodontinae afstammen. In het Pleistoceen leefden verscheidene soorten gaffelantilopen naast elkaar op de grasvlakten van Noord-Amerika. Zij deelden de vlakten met verscheidene roofdieren, waaronder twee soorten jachtluipaarden (Acinonyx), die 50% groter waren dan de huidige jachtluipaard (Acinonyx jubatus). Alleen de gaffelbok overleefde tot in het Holoceen.

Binnen de orde der evenhoevigen (Artiodactyla) worden de gaffelantilopen gerekend tot de herkauwers (Ruminantia). De verwantschap met andere families binnen deze familie is nog onduidelijk. Lang werden de gaffelantilopen gezien als de zustergroep van de holhoornigen (Bovidae), maar recent fylogenetisch onderzoek plaatst zij dichter bij de herten (Cervidae) of de giraffen (Giraffidae).

Vijf ondersoorten worden over het algemeen erkend: Antilocapra americana americana, van Zuid-Canada tot Noord- en Centraal-Mexico, A.a. peninsularis uit het noorden van Baja California, A.a. sonoriensis uit Zuidwest-Arizona en Noord-Sonora, A.a. mexicana uit Noord-Mexico en A.a. oregona uit Zuidwest-Oregon. Van de laatste twee wordt de status van ondersoort echter niet ondersteund door genetisch bewijs, en de twee zijn waarschijnlijk slechts geografische types van A.a. americana.

Status en bescherming[bewerken]

Op de Rode Lijst van de IUCN is de gaffelbok geclassificeerd als niet bedreigd. Het is een algemene soort, waarvan de totale populatie op een miljoen individuen wordt geschat. De helft van deze dieren leeft in Wyoming. De aantallen dalen bij strenge winters en aanhoudende droogte.

Alhoewel de soort in zijn geheel veilig is, zijn veel populaties versnipperd en klein. Inteelt is voor deze populaties een mogelijke bedreiging. De Mexicaanse populatie neemt af en wordt beschermd onder Appendix 1 van CITES. De ondersoort Antilocapra americana sonoriensis wordt als bedreigd beschouwd onder de Amerikaanse Endangered Species Act. Op het dieptepunt waren er nog 21 dieren over. Tegenwoordig leven er minder dan driehonderd dieren in Arizona en twee- tot vijfhonderd dieren in Sonora. Van een andere ondersoort, A.a. peninsularis, zijn ongeveer tweehonderd dieren over.

Bronnen, noten en/of referenties