Gene Sharp

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Gene Sharp (21 januari 1928) is een Amerikaans politicoloog, bekend om zijn geschriften over geweldloos verzet van burgers tegen een autoritaire overheid of regering. Zijn ideeën hebben invloed gehad op demonstranten bij diverse revoluties vanaf het einde van de 20e eeuw, met name in Oost-Europa en het Midden-Oosten.

Levensloop[bewerken]

Sharp studeerde aan de universiteit van Ohio, een staat waarin hij geboren is en opgroeide. In 1951 behaalde hij een Master of Artstitel in de sociologie. Tussen 1953 en 1954 zat hij negen maanden in de cel vanwege zijn verzet tegen de inzet van dienstsoldaten in de Koreaanse Oorlog.

Sharp promoveerde in 1968 aan de universiteit van Oxford in Engeland. Daarna keerde hij terug naar de V.S. om hoogleraar in politieke wetenschap te worden aan de universiteit van Massachusetts in Dartmouth. Vanaf 1965 was hij tegelijkertijd wetenschappelijk onderzoeker aan Harvard. In 1983 richtte Sharp de Albert Einstein Institution op, een ideële organisatie die de studie van methoden van geweldloos verzet probeert te bevorderen en verspreiden van kennis hierover stimuleert.

Werk en ideologie[bewerken]

Gebaseerd op de kennis opgedaan tijdens zijn promotieonderzoek publiceerde Sharp in 1973 zijn boek The Politics of Nonviolent Action. Het boek bevat een pragmatische analyse van het werk en de acties van geweldloze verzetsbewegingen, onder andere Mohandas Gandhi en Henry David Thoreau, en hoe deze bewegingen ondanks geweldloosheid politieke macht konden vergaren. Voorbeelden van opstanden waarbij de Einstein Institution achter de schermen een rol speelde of het werk van Sharp demonstranten inspireerde zijn de opstanden in Centraal en Oost-Europa die leidden tot de val van het IJzeren Gordijn in 1988-1989, de onafhankelijkheidsverklaringen van de Baltische Staten in 1991, diverse revoluties in Oost-Europa en Centraal-Azië vanaf 2000 (Servië in 2000, Georgië in 2003, Oekraïne in 2004-2005 en Kirgizië in 2006) en revoluties in de Arabische wereld in 2011. Sharp en zijn medewerkers zijn echter ook actief geweest in landen waar een verzetsbeweging geen succesvolle revolutie wist te bewerkstelligen, zoals Wit-Rusland of Myanmar (Birma).

Een van Sharps belangrijkste stellingen is dat politieke macht niet intrinsiek kan zijn aan de machthebbers van een land alleen. Volgens Sharp berust de macht ongeacht de staatsinrichting van een land altijd bij de wil van de bevolking om de machthebbers te gehoorzamen. In de loop der tijd hebben staten verschillende methoden ontwikkeld om die gehoorzaamheid af te dwingen, zoals veiligheidsdiensten, rechtbanken en legers. Staten kunnen voor dit doel ook culturele methoden toepassen, zoals het creëren van een persoonlijkheidscultus rondom een machthebber of het gebruik maken van culturele of religieuze normen en waarden. Ze kunnen gehoorzaamheid belonen met titels, rijkdom of macht; en ongehoorzaamheid bestraffen. Dit geheel aan methoden vormt volgens Sharp een structuur, waarin met name bij autoritaire regimes zwakke plekken zitten die door verzetsgroepen geanalyseerd en benut kunnen worden.

Sharp volgt Étienne de La Boétie in het idee dat de bevolking van een staat ongehoorzaam kan zijn wanneer ze zich realiseert dat de basis van de politieke macht bij de bevolking ligt en niet bij de machthebbers.

In 2005 publiceerde Sharp zijn boek Waging Nonviolent Struggle: 20th Century Practice and 21st Century Potential. Hierin analyseerde hij recente conflicten waarin geweldloos verzet voorkwam en wat daaruit geleerd kan worden. Hij geeft aan de hand van die analyse een handleiding hoe geweldloos verzet effectiever kan zijn.