Gerda Wegener

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gerda Wegener
Gerda Wegener (1904)
Gerda Wegener (1904)
Persoonsgegevens
Volledige naam Gerda Marie Frederikke Gottlieb
Geboren 15 maart 1885(86?), Kopenhagen
Overleden 28 juli 1940, Frederiksberg
Geboorteland Denemarken
Oriënterende gegevens
Stijl(en) Art Nouveau
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur
Frontispice van Contes de La Fontaine (1928)
Prent uit de serie Les Délassements d'Eros (1925, Beate Uhse Erotik-Museum in Berlijn)

Gerda Wegener, geboren als Gerda Marie Frederikke Gottlieb (Kopenhagen, 15 maart 1886 - Frederiksberg, 28 juli 1940), was een Deense grafisch ontwerpster, tekenares, schilderes en illustratrice die werkte in de stijl van de Art nouveau.[1] Ze staat bekend om haar fijn gestileerde (soms erotische) prenten. Zij had succes in Parijs, maar overleed relatief onbekend in Denemarken.

Levensloop[bewerken]

Ze was de dochter van een dominee. Ze stamde af van Franse Hugenoten die in de 18e eeuw van Frankrijk naar Denemarken waren gevlucht. Wegener ging in 1912 naar Parijs. Er heerste daar een gespannen, pre-oorlogse sfeer. Het was een periode van uitersten: ontreddering en losbandigheid. Het was de tijd van Sturm und Drang, Avant-garde, Cabaret Voltaire (Zürich), Dadaïsme en Surrealisme.

Gerda trouwde met Einar Wegener in 1904. Zij had hem leren kennen op de kunstacademie in Kopenhagen. Ze verkeerden in de roes van het decadente Parijse kunstenaarsmilieu tussen Art Nouveau en Art Deco. Zij leefden in het modieuze Eiffelkwartier in Parijs. In hun zomerverblijf aan de Loire ontvingen zij de vrijgevochten vertegenwoordigers van de internationale artistieke wereld. Ze exposeerde regelmatig in de 'Ole Haslunds Gallery' in Kopenhagen.

Haar man, Einar Wegener, zelf ook een gevierd kunstenaar, gespecialiseerd in landschapsschilderijen, ging van 1920 tot 1930 vaak als vrouw verkleed door het leven en noemde zich Lili Elbe (ook wel gespeld als Lille of Lillie en ook wel genaamd Lilian of Lillian); hij stelde zich dan voor als Gerda's zus. Hij/zij was het favoriete model van Gerda vanwege zijn/haar geringe borsten, die destijds in de kunst in de mode waren. Einar wilde in 1930, als een van de eersten ter wereld, een transseksuele operatie ondergaan. Zijn/haar vijfde operatie daartoe mislukte en hij/zij overleed mogelijk aan de gevolgen ervan. In 1930 verklaarde de Deense koning het huwelijk tussen Gerda en Einar/Lille ongeldig.

Gerda Wegener hertrouwde in 1931 met (Fer)Nando Porta, een hoge officier bij de Italiaanse Luchtmacht, tevens diplomaat, met wie Gerda in Marokko ging wonen, maar van wie zij in 1936 zou scheiden. Zij kon bij hem in Marokko onvoldoende tot haar recht komen op artistiek gebied.

In 1938 keerde zij terug naar haar vaderland Denemarken, waar zij in 1939 haar laatste tentoonstelling hield. Echter zonder succes, want zij was volkomen uit de mode geraakt. Daarom moest zij zich in leven houden met de verkoop van door haar handgeschilderde ansichtkaarten.

Ze overleed op 65-jarige leeftijd in armoede en eenzaamheid. In 2000 publiceerde David Ebershoff een roman, The Danish Girl (Het Deense meisje), die het leven van Lili Elbe uitbeeldt en waarin ook de verhouding met Gerda Wegener een voorname rol speelt.

Werk[bewerken]

Orgiën, decadentie, extravagante, bizarre en biseksuele verhoudingen, zij ging weinig uit de weg in haar persoonlijke leven en de artistieke verwerking daarvan. Wegener werd populair met haar fijnbelijnde, soms erotische Jugendstilprenten, waarvan de composities heel evenwichtig zijn en waarin de arabesk voortdurend herkenbaar is. Hoewel de onderwerpen wel eens gewaagd zijn in erotische zin, bleef haar werk kunstzinnig.

Zij was productief, schilderde op linnen, maakte portretten, aquarellen en gaf genummerde litho’s uit. Zij was illustratrice voor vooraanstaande Franse bladen, zoals de Vogue, La Vie Parisienne, Fantasio, de Rire en La Baîonnette, en van boeken, waaronder de Fabels van Jean de La Fontaine (1930).

In het Musée National d’art Moderne, het Centre Pompidou, in Parijs, bevindt zich het schilderij La dame à l’anémone. In Kopenhagen heeft het Erotisch Museum een kunstwerk van Wegener in de collectie.

Bekende werken zijn ‘Les femmes fatales’ (1933), ‘Portrait of Lillian (Lauritzen)’ (mogelijk een andere pseudoniem voor het vrouwelijke alter ego van Einar) (1924) en ‘Air de Capri’ (1923).

Gerda Wegener wordt internationaal gezien als een belangrijke vrouwelijke kunstenaar en als representatief voor de kunststroming Art nouveau/Jugendstil.

Door Gerda Wegener geïllustreerde boeken (selectie)[bewerken]

  • Charles Guyot, Le Livre des Vikings d'après les anciennes Sagas (1924)
  • Giacomo Casanova, Une Aventure d'Amour à Venise (1927)
  • Jean de la Fontaine, Les Contes de La Fontaine (1928-1929)
  • Eric Allatini, Contes de mon Père le Jars (1929) en Sur Talons rouges (1929)
  • Théophile Gautier, Fortunio (1934)

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties