Herman van Salza

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Herman van Salza
1179-1239
Hermann von Salza.jpg
Grootmeester van de Duitse Orde
Periode 1210-1239
Voorganger Hendrik van Tunna
Opvolger Koenraad I van Thüringen

Herman van Salza (vermoedelijk Langensalza (Thüringen), ongeveer 1179Salerno, 20 maart 1239) was de vierde grootmeester van de Duitse Orde: van 1209 tot 1239. Hij was een groot diplomaat en had banden met de keizer van het Heilige Roomse Rijk en met de paus.

Biografie[bewerken]

Herman van Salza werd geboren in een ministeriële familie uit Thüringen, waarschijnlijk in 1179. De precieze intredingdatum in de Duitse Orde is niet bekend, maar hij komt voor het eerst voor in 1209 als grootmeester. Waarschijnlijk heeft hij het eerste jaar van zijn regeerperiode doorgebracht aan de Middellandse Zee. In die periode werden de activiteiten van de Orde uitgebreid van Spanje tot Litouwen.

Herman was een vriend en raadslid van keizer Frederik II. Hij werkte als bemiddelaar tussen Frederik en de pauselijke curie vanaf 1222. Paus Honorius III zag ook Hermans capaciteiten, en verschafte de Duitse Orde weer een gelijke status als de Maltezer Orde en de Tempeliers, nadat de naam een fikse deuk had gekregen onder vroegere grootmeesters.

In 1211 stond Herman aan de leiding van ridders van de Duitse Orde in Burzenland (Transsylvanië), om het te verdedigen tegen invallers; dit op aanvraag van Andreas II van Hongarije. De Hongaarse adel klaagde echter over de aanwezigheid van de Orde, en deze moest in 1225 het land verlaten. Intussen nam Herman deel aan de Vijfde Kruistocht tegen Damietta in 1219, en kreeg een onderscheiding voor getoonde moed van Jan van Brienne, in naam koning van Jeruzalem. Later vergezelde Herman keizer Frederik II op de Zesde Kruistocht, nadat hij eerder het huwelijk met Yolande, de dochter van Jan van Brienne had helpen in gang zetten.

Eens terug in Europa hielp Herman Frederik met het opheffen van zijn excommunicatie. Daarna vroeg Koenraad I van Mazovië Herman om te vechten tegen het heidense oud Pruisen. In 1230, na de goedkeuring van zowel de paus als van de keizer, begon de Orde aan hun lange campagne om Oud Pruisen te kerstenen.

Hermans opeenvolgende bezoeken aan de paus en aan de keizer brachten de Orde nieuwe privileges en donaties. Hij slaagde erin om de Orde van de Zwaardbroeders te verenigen met de Duitse Orde in 1237. Het belang van Hermans rol als bemiddelaar tussen paus Gregorius IX en de keizer is duidelijk zichtbaar in het feit dat alle communicatie tussen Frederik en de keizer werd afgebroken bij de dood van Herman.

In de Duitse Orde begonnen de ridders wel te klagen over altijd afwezige grootmeester, dus riepen ze hem terug en trokken hem terug uit zijn politieke leven. In tegenstelling tot zijn politieke leven was hij echter minder succesvol in het religieuze leven, en ging al vlug met pensioen naar Salerno in 1238. Hij stierf daar in 1239.