Heuppotigen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Heuppotigen
Pygopus lepidopodus
Pygopus lepidopodus
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Reptilia (Reptielen)
Orde: Squamata (Schubreptielen)
Onderorde: Lacertilia (Hagedissen)
Infraorde: Gekkota (Gekko's)
Familie
Pygopodidae
Boulenger, 1884
Afbeeldingen Heuppotigen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Heuppotigen op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Reptielen

Heuppotigen[1] (Pygopodidae) zijn een familie van hagedissen. In het Nederlands worden ze ook wel slanghagedissen of schubpoothagedissen genoemd. De voorpoten zijn volledig verdwenen, maar resten van de achterpoten zijn nog te zien als twee platte geschubde flappen aan weerszijden van het onderlichaam, van boven zijn deze niet te zien.

De groep werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door George Albert Boulenger in 1884. Er zijn 44 verschillende soorten die verdeeld worden in zeven geslachten.

Uiterlijke kenmerken[bewerken]

Heuppotigen lijken zo sterk op slangen dat zelfs biologen soms verward raken.[1] Ze lijken met name op een aantal zeer giftige Australische soorten zodat voorzichtigheid geboden is. Heuppotigen zijn moeilijker van slangen te onderscheiden dan andere slang-achtige hagedissen, omdat de ogen hetzelfde gebouwd zijn. Andere slangachtige hagedissen -zoals hazelwormen - knipperen regelmatig met hun ogen, iets wat slangen niet kunnen omdat de oogleden vergroeid zijn. Heuppotigen hebben echter net als slangen vergroeide oogleden en kunnen dus niet met de ogen knipperen. Net als andere hagedissen hebben de heuppotigen echter ooropeningen, en die ontbreken bij alle slangen. Van enige afstand is dat echter zeer moeilijk te zien. Het belangrijkste verschil zijn de buikschubben: slangen hebben altijd een enkele rij brede schubben op de buik; hagedissen hebben aan de buikzijde altijd meerdere rijen schubben en hieraan zijn de heuppotigen het eenvoudigst te onderscheiden.

Sommige soorten buiten deze gelijkenis uit om vijanden op afstand te houden. De zwartkopschubpoothagedis (Pygopus nigriceps) gedraagt zich net zo als de giftige soorten slangen uit het geslacht Denisonia. De hagedis houdt zijn nek in een lus, blaast zich vol met lucht en sist duidelijk hoorbaar. Is een vijand nog niet onder de indruk dan worden schijnaanvallen uitgevoerd waarbij de bek echter gesloten blijft. Ondanks de gelijkenis met slangen zijn de heuppotigen sterk verwant aan de gekko's. Net als bij gekko's en slangen zijn de oogleden vergroeid tot een beschermend vlies over de ogen, dat niet meer geopend kan worden. Om de ogen schoon te houden likt de hagedis met de tong over de 'bril'.[1]

Levenswijze[bewerken]

Heuppotigen komen voor in Australië en Indonesië. Ze leven vaak solitair en leiden een zwervend bestaan. Ze jagen op ongewervelden en andere kleine dieren. Soorten uit het geslacht Lialis zijn gespecialiseerd in het eten van skinken (Scincidae). Sommige soorten leven ondergronds en graven holen. Alle soorten zijn eierleggend en zetten altijd twee eitjes af per legsel.

Taxonomie[bewerken]

Onderstaand een lijst van geslachten, zie voor een soortenlijst de lijst van heuppotigen.
Familie Pygopodidae

Bronvermelding[bewerken]

Referenties

  1. a b c Grzimek, Bernhard, Het Leven Der Dieren Deel VI: Reptielen, Kindler Verlag AG, 1971, Pagina 200-206 ISBN 90 274 8626 3.

Bronnen

  • (en) Peter Uetz & Jakob Hallermann - The Reptile Database – Pygopodidae - Website Geconsulteerd 30 juli 2014
  • (nl) Bernhard Grzimek - Het leven der dieren deel VI: Reptielen - Pagina 200 - 206 - ISBN 90 274 8626 3 - Kindler Verlag AG - 1971