Jackie Joyner-Kersee

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jackie Joyner-Kersee
Jackie Joyner Kersee.jpg
Volledige naam Jacqueline Joyner-Kersee
Geboortedatum 3 maart 1962
Geboorteplaats East St. Louis
Nationaliteit Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten
Lengte 1,78 m
Gewicht 70 kg
Sportieve informatie
Discipline meerkamp
Trainer/coach Bob Kersee
Eerste titel Pan-Amerikaans jeugdkampioene verspringen 1980
OS 1984, 1988, 1992, 1996
Extra Wereld- en olympisch recordhoudster zevenkamp; Olympisch recordhoudster verspringen; Wereldrecordhoudster verspringen 1987-1988
Portaal  Portaalicoon   Atletiek

Jacqueline (Jackie) Joyner-Kersee (East St. Louis, 3 maart 1962) is een voormalige Amerikaanse atlete, die gespecialiseerd was in de zevenkamp, het hordelopen en het verspringen. Ze behoort tot de beste zevenkampsters ooit. Ze nam deel aan vier Olympische Spelen en won in totaal driemaal goud, eenmaal zilver en tweemaal brons. Bovendien behaalde zij twee wereldtitels bij het verspringen, evenals op de zevenkamp.

Biografie[bewerken]

Jeugd[bewerken]

Jacqueline Joyner werd geboren in een achterstandswijk in East St. Louis en vernoemd naar Jacqueline Kennedy. Toen ze als kind op een dag met haar broertje Al in het achterkamertje van hun huis, dat was gebouwd van planken en papier, lag te huilen, sprak ze met hem af dat zij eens de beste van de wereld zou worden.[1] Dat had haar grootmoeder Jeane Dixon op de dag dat Jackie geboren had, trouwens al voorspeld: ooit zou zij de first lady worden. Die voorspelling kwam uit. Dankzij de sport overwon Jackie Joyner armoe en tragedie, discriminatie en ziekte en werd één van de grootste atletes uit de geschiedenis.[1]

Overigens raakte Joyner geïnspireerd om aan atletiek te gaan doen door een TV-film die zij in 1975 zag over Babe Zaharias, ooit gekozen tot 'Grootste atlete van de eerste helft van de twintigste eeuw.' Vijftig jaar later zou Sports Illustrated for Women Joyner-Kersee uitroepen tot grootste atlete aller tijden.

Plaats afgedwongen[bewerken]

Jackie Joyner hield reeds als kind van uitdagingen. In haar jeugd had ze geen controle op discriminatie, maar doordat ze genoot van de sport werd ze afgeleid van de door alcohol en drugs veroorzaakte problemen in haar wijk. Toen ze op haar negende niet goed genoeg werd bevonden om deel uit te maken van het estafetteteam van haar school, ervoer ze dit als een enorme teleurstelling. "Ik ben keihard gaan trainen en heb zo mijn plaats afgedwongen. Toen ik twaalf was, zag ik er al uit als een cheerleader. Mijn moeder verbood mij om uit te gaan. Dat mocht pas toen ik achttien was. Op highschool was ik goed in volleybal, basketbal en atletiek. Ik kon ook nog eens goed leren en ging op de UCLA geschiedenis studeren."[1]

Doorbraak[bewerken]

Op de UCLA nam Jackie Joyner deel aan zowel atletiek- als basketbaltoernooien. In de periode van 1980 tot 1985 ontwikkelde zij zich tot een topspeelster op basketbalgebied. Later, in 1998, zou zij worden uitgeroepen tot één van de vijftien beste basketbalspeelsters ooit van de UCLA.
Maar ook op atletiekgebied liet zij zich niet onbetuigd. Zij ontmoette in Los Angeles Bob Kersee, de man van haar leven. Kersee, een voormalig marinesergeant, was een controversiële coach die keihard was voor het supertalent uit East St. Louis.[1] Het leidde er in elk geval toe dat Joyner op de Olympische Spelen van 1984 in Los Angeles internationaal doorbrak met een zilveren medaille op de zevenkamp. Het was de doorbraak waarvan zij reeds als tiener had gedroomd. "Ik was veertien toen ik voor het eerst de Olympische Spelen op TV zag. Daar wilde ik ook naartoe. Vanaf dat moment stond mijn leven elke dag opnieuw in het teken van een halve seconde sneller of een centimeter verder."[1]

Huwelijk[bewerken]

Buiten de atletiekbaan was Bob Kersee gevoelig en bleek hij ook geïnteresseerd in de persoonlijke kant van Jackie Joyner. Zij ontdekte dit toen haar moeder was overleden. "Ik was eerstejaars toen zij plotseling ziek werd. Mijn moeder lag al in coma en was hersendood toen wij in het ziekenhuis aankwamen. Ze was pas 37 toen ze overleed. Ik was 18." Mary Joyner leed aan het syndroom van Waterhouse-Friderichsen, een bijnieraandoening die wordt veroorzaakt door een massale infectie met meningokokken. "Terug op UCLA vertelde Bob dat zijn moeder ook op jonge leeftijd was gestorven. Als ik hem nodig had, kon ik altijd bij hem aankloppen. Bob gaf om mij als atlete maar ook als vrouw."[1]

Op 11 januari 1986 werd haar coach haar man, nadat hij haar tijdens een honkbalwedstrijd ten huwelijk had gevraagd.[1]

Hoogtepunt[bewerken]

Opvallend genoeg beschouwt Joyner-Kersee haar wereldrecord van 7148 punten op de Goodwill Games van 1986 in Moskou als het absolute hoogtepunt in haar carrière. "Ik wist dat ik heel getalenteerd was, maar ook dat ik heel hard moest werken en nooit tevreden mocht zijn. Om over de barrière van 7000 punten te gaan, heb ik heel, heel hard gewerkt. Inderdaad, toen was ik heel tevreden. Voor even."[1]

Voordat zij zich in Seoel meldde voor de Olympische Spelen van 1988, had Jackie Joyner negen zevenkampen op rij gewonnen, inclusief die op de wereldkampioenschappen in 1987 in Rome met een totaal van 7128 punten, waar zij en passant met een sprong van 7,36 m ook nog de wereldtitel bij het verspringen aan had toegevoegd. "Ik was toen al met Bob getrouwd en wilde zijn achternaam aannemen. Dat hield hij tegen. Eerst moest ik een wereldrecord neerzetten voordat ik mij Jackie Joyner Kersee mocht noemen."[1]

In Seoel maakte ze haar status van torenhoge favoriete helemaal waar. Ze werd olympisch kampioene op de zevenkamp, met een nieuw record van 7291 punten. En net als een jaar eerder in Rome veroverde zij vijf dagen later haar tweede gouden medaille op het verspringen met een sprong van 7,40, een nieuw olympisch record.

Favorietenrol[bewerken]

In de jaren die volgden was Joyner-Kersee het ijkpunt voor elke zichzelf serieus nemende meerkampster ter wereld. Zelf was ze steevast de grote favoriete voor de overwinning bij elk toernooi van enige importantie. Wat overigens niet wil zeggen, dat het ook bij haar nooit eens mis kon gaan. Op de wereldkampioenschappen van 1991 in Tokio had ze de winnende vertesprong van 7,32 al afgeleverd, toen zij bij een volgende poging op de afzetbalk wegglipte en ongelukkig landde. Het leverde haar een enkelblessure op.[2] Toen ze een dag later op de eerste dag van de zevenkamp bovendien een hamstring verrekte, moest zij haar pogingen om ook op dit onderdeel haar titel te prolongeren, opgeven. Een jaar later veroverde zij op de Olympische Spelen in Barcelona echter haar tweede gouden medaille op de zevenkamp. Met 7044 punten was zij voor de concurrentie twee maatjes, dat wil zeggen 200 punten, te groot. Een herhaling van Seoel werd het echter niet. Bij het verspringen zette de Duitse Heike Drechsler haar met 7,14 de voet dwars en veroverde de Amerikaanse met 7,07 'slechts' brons.

Na 1992 werden de prestaties van Jackie Joyner-Kersee langzaam maar zeker minder. Gezien het haast onaantastbare niveau dat zij ooit had bereikt, was ze overigens nog lang de te kloppen atlete en dus ook op de wereldkampioenschappen van 1993 nog voor iedereen te sterk. Maar Sabine Braun kwam op de zevenkamp met haar 6797 punten toch dicht in de buurt van de Amerikaanse, die met haar totaal van 6837 punten wel aantoonde, dat de Duitse zevenkampster de titel twee jaar eerder alleen maar had kunnen veroveren vanwege het voortijdig uitvallen van Joyner-Kersee.

Laatste medaille[bewerken]

In 1995 werd ze op de wereldkampioenschappen in Göteborg met 6,74 slechts zesde bij het verspringen en toen ze zich een jaar later bij de Amerikaanse olympische trials wilde kwalificeren voor haar vierde Olympische Spelen, raakte ze geblesseerd aan haar rechter hamstring. Niet volledig hersteld probeerde ze het in Atlanta toch nog, maar na het eerste nummer van de zevenkamp, de 100 m horden, moest ze kermend van de pijn opgeven. Wonderlijk genoeg slaagde zij er enkele dagen later toch weer in om zich bij het verspringen te kwalificeren voor de finale, waarin zij in haar laatste poging tot 7,00 kwam. Hiermee veroverde zij brons, haar laatste olympische medaille.

Nog in datzelfde jaar startte Joyner-Kersee een profcarrière als basketbalster bij de Richmond Rage, dat in de Amerikaanse Basketball League voor vrouwen speelde. Hoewel ze erg populair was bij de fans, scoorde zij nooit meer dan vier punten in één wedstrijd. Ze speelde totaal in zeventien wedstrijden mee. In 1998 deed zij nog weer een keer mee aan een zevenkamp tijdens de Goodwill Games en kwam hierbij tot 6502 punten. In 2000 kwam er definitief een einde aan haar carrière, toen zij op de olympische trials bij het verspringen niet verder kwam dan een zesde plaats.

Joyner-Kersee werd in 1994 verkozen tot IAAF atlete van het jaar.

Doping[bewerken]

Gedurende haar loopbaan heeft Jackie Joyner-Kersee regelmatig te maken gehad met verhalen over dopinggebruik. Hoewel zij nooit positief werd bevonden, zucht ze als dit beladen onderwerp ter sprake komt. "Natuurlijk was in die tijd het klimaat goed als je praat over dopinggebruik. Ik zag ook atleten die opeens een heel hoge piek bereikten en daarna in een diep dal terechtkwamen. Of die een heel korte carrière beleefden. De geruchten waren ongegrond en gebaseerd op jaloezie. Ik heb mij vier keer gekwalificeerd voor de Olympische Spelen, zat in de VS altijd in de top drie en ben pas op mijn 38ste gestopt. Move on."[1]

Haar schoonzus, Florence Griffith-Joyner, was overigens net zo oud, toen zij op 21 september 1998 in haar slaapkamer overleed. 'Flo Jo' was getrouwd met Jackies broer Al, die zelf in 1984 olympisch kampioen hink-stap-springen was geworden. De sprintster, wereldrecordhoudster op de 100 en 200 m, was met haar lange nagels en flitsende outfit een opmerkelijke verschijning. Na sectie werd duidelijk dat een epileptische aanval haar fataal was geworden, de vele geruchten over dopinggebruik ten spijt.[1]

Jackie Joyner-Kersee Foundation[bewerken]

In 1988 vestigde Joyner-Kersee de Jackie Joyner-Kersee Foundation, een stichting die beoogt om kansarme jongeren, volwassenen en hun gezinnen uit East St. Louis middelen te geven om de kwaliteit van hun leven te verbeteren. Sinds 2000 zijn er duizenden gezinnen en kinderen in haar centrum opgevangen. "Bij ons krijgt men onderwijs en zorgen wij voor recreatie. Het centrum is in feite een veilige haven voor mensen die geen doel of uitzicht meer in hun leven hebben. Dankzij mijn sponsors heb ik sinds 2000 meer dan 12 miljoen dollar aan mijn centrum gegeven. Dat doe ik heel graag. Ik geef met mijn hart. Dat heb ik op jonge leeftijd geleerd."[1]

Zelf heeft Jackie Joyner-Kersee geen kinderen. Het huwelijk met Bob Kersee bleef kinderloos.

Titels[bewerken]

  • Olympisch kampioene zevenkamp - 1988, 1992
  • Olympisch kampioene verspringen - 1988
  • Wereldkampioene verspringen - 1987, 1991
  • Wereldkampioene zevenkamp - 1987, 1993
  • Amerikaans indoorkampioene 60 m horden - 1992
  • Amerikaans kampioene 100 m horden - 1994
  • Amerikaans indoorkampioene verspringen - 1992, 1994, 1995
  • Amerikaans kampioene verspringen - 1987, 1990, 1991, 1992, 1993, 1994, 1995, 1996
  • Amerikaans kampioene zevenkamp - 1982, 1987, 1991, 1992, 1993, 1995
  • NCAA-kampioene zevenkamp - 1982, 1983, 2004, 2006
  • Pan-Amerikaans jeugdkampioene verspringen - 1980

Statistieken[bewerken]

Persoonlijke records[bewerken]

Outdoor
Onderdeel Prestatie Datum Plaats
200 m 22,30 s 15 juli 1988 Indianapolis
400 m 53,64 s 1990
800 m 2.08,51 24 september 1988 Seoel
100 m horden 12,61 s 28 mei 1988 San José
400 m horden 55,05 s 1985
hoogspringen 1,93 m 15 juli 1988 Indianapolis
verspringen 7,49 m 22 mei 1994 New York City
hink-stap-springen 13,20 m 1985
kogelstoten 16,84 m 1988
speerwerpen 50,12 m 1986
zevenkamp 7291 p 24 september 1988 Seoel
Indoor
Onderdeel Prestatie Datum Plaats
50 m horden 6,67 s 10 februari 1995 Reno
60 m horden 7,81 s 1989

Opbouw PR meerkamp en potentieel record op basis van PR's[bewerken]

In de tabel staat de uitsplitsing van het persoonlijk record op de zevenkamp. In de kolommen ernaast staat ook het potentieel record, met alle persoonlijke records op de losse onderdelen en de bijbehorende punten. Jackie had een tamelijk groot verschil tussen haar persoonlijke records en wat ze in haar recordmeerkamp behaalde. Intussen is het puntentotaal van haar record hoger dan het puntentotaal dat welke andere zevenkampster ook uit persoonlijke records scoorde.

Uitsplitsing PR Potentieel record
Onderdeel Prestatie Wind (m/s) Punten Pers. record Punten
100 m horden 12,69 +0,5 1172 12,61 1184
hoogspringen 1,86 1054 1,93 1145
kogelstoten 15,80 915 16,84 985
200 m 22,56 +1,6 1123 22,30 1150
verspringen 7,27 +0,7 1264 7,49 1341
speerwerpen 45,66 776 50,12 862
800 m 2.08,51 987 2.08,51 987
Puntentotaal 7291 7654

Onderscheidingen[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Matthews, P. e.a. (1997) Athletics 1997 - The International Track & Field Annual SportsBooks Ltd ISBN 1-899807-02-0
  • Schaap, B. (16-05-'09) Altijd voorop Dagblad De Telegraaf

  1. a b c d e f g h i j k l Uit Altijd voorop door Bert Schaap, bron: zie hierboven
  2. Uit Athletics 1997 door Peter Matthews e.a., bron: zie hierboven

Externe links