Jacobsdraaistel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een "serie 423" op jacobsdraaistellen
Overzicht van draaistellen. Boven een trein met conventionele draaistellen; in het midden jacobsdraaistellen; onder draaistellen met een enkele as, zoals gebruikt in treinen van het type Talgo.
Het jacobsdraaistel is genoemd naar de Duitse spoorwegingenieur Wilhelm Jakobs (1858–1942)

Een jacobsdraaistel is een type draaistel voor treinstellen en trams.

Op een jacobsdraaistel rusten de uiteinden van twee rijtuigbakken. Het draaistel bevindt zich dan ook niet onder de rijtuigbak maar onder de koppeling van de beide bakken.

Een nadeel van jacobsdraaistellen is, dat het niet eenvoudig is om rijtuigbakken aan of af te koppelen. Alleen in een werkplaats is afkoppelen mogelijk, als er een nooddraaistel onder de rijtuigbak wordt geschoven.

Een ander nadeel is dat rijtuigen minder lang gemaakt kunnen worden, waardoor per rijtuig minder inwendige ruimte beschikbaar is. Dit komt doordat in bogen (spoorwegterm voor bocht) de ruimte binnen het omgrenzingsprofiel aan de buitenkant van de boog (ruimte die er toch moet zijn voor de voor- en achterkant van de trein en eventueel voor ander materieel op het traject) verder niet benut kan worden, doordat de overgang tussen de twee rijtuigen precies boven het draaistel en boven het spoor zit.

Voordelen zijn de korte overgang tussen de bakken en betere loopeigenschappen van de draaistellen. Een ander voordeel is dat de gevolgen van een ontsporing beperkt blijven doordat de bakken aan elkaar blijven hangen via de draaistellen. Ook rijden er per trein minder assen op het spoor, waardoor de geluidsoverlast wordt beperkt.

Trams[bewerken]

Tot de opkomst van de lagevloertram, werden er bij gelede trams meestal jacobsdraaistellen gebruikt.

Nederlandse en Belgische treinen met jacobsdraaistellen[bewerken]

Afbeeldingen[bewerken]