Brusselse tram

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De tram van Brussel in 2009.

De Brusselse tram is een netwerk van tramlijnen in Brussel en naar omliggende plaatsen. Hoewel het zeer omvangrijke netwerk de afgelopen decennia door de (pre)metro en de auto(bus) flink is ingekrompen, bestaat het nog steeds uit een behoorlijk aantal lijnen en kilometers spoor.

Geschiedenis tot de Eerste Wereldoorlog[bewerken]

De eerste paardentram reed in België in 1869 te Brussel. Het was een lijntje van de Naamsepoort naar het Ter Kamerenbos. In 1877 reed de eerste stoomtram in Brussel maar deze machine was niet krachtig genoeg voor de Brusselse heuvels en kon met moeite slechts één wagen trekken en de proefnemingen werden gestaakt. De Tramways Bruxellois experimenteerde tegelijkertijd met een in Tubeke gebouwde locomotief maar deze voldeed ook niet. De onderdelen bleken te broos voor het zware werk en het experiment werd wederom gestaakt. In 1887 werden experimenten gedaan met accumulatorentrams. Dit waren trams die dienst deden met een bepaalde hoeveelheid opgeslagen energie. Er kon niet naar tevredenheid mee worden gereden, er waren vele storingen en de actieradius was zeer beperkt. Het gebruik van een tramwagen met trolley in Luik werd ook in Brussel doorgevoerd en er ontstonden in 1894 de eerste Brusselse elektrische tramlijnen van het Stefanieplein naar Ukkel. Tot de eeuwwisselingen bouwden meerdere ondernemingen hun tramlijnen uit. Er zijn diverse trambedrijven geweest. De belangrijkste zijn:[1]

Tweeassige tram van de CFE bij het trammuseum
  • TB: Les Tramways Bruxellois: opgericht op 23 december 1874 met de fusie van de Belgian Street Railways and Omnibus Company Limited van Albert Vaucamp en de Société des voies ferrées Belges van William Morris (Morris & Sheldon Company)[2] De TB begon met vijf paardentramlijnen:
    • Schaarbeek - Kamerbos (Morris)
    • Ukkel - Stephanieplaats (Morris)
    • Liedtsplaats - Sint-Gilles (Vaucamp)
    • Laeken - Zuid (Vaucamp)
    • Laeken - Anderlecht (Vaucamp)
  • CFE: Les Chemins Général de Fer Economiques: voor 1880 bekend als Cie Général de Tramways. De CFE elektrificeerde haar lijnen vanaf 1904. Deze lijnen hadden de Beurs als centraal knooppunt.

Daarnaast waren er kleinere bedrijven:

  • Tramways de Bruxelles à Evere et Extensions: opgericht in 1883
  • Chemin de Fer à Voie Etroite de Bruxelles à Ixelles-Boondael: opgericht in 1884, overgenomen door de TB op 28 april 1899.

Deze laatste twee bedrijven reden op meterspoor en zijn gestart met stoomtractie in plaats van met paardentrams. In 1899 werd aan de TB een concessie verleend voor 45 jaar op voorwaarde dat elektrische tractie over het totale lijnennet werd ingevoerd. TB voldeed de jaren daarop aan deze eis. Tot de Eerste Wereldoorlog waren er in het net vele investeringen zoals zwaardere rails en een zwaarder motorvermogen in de trams. De buurtspoorwegen hebben in Brussel op hun regionaal spoornet stadsdiensten en lijnen opgezet.

Na de Eerste Wereldoorlog[bewerken]

Pas tegen 1925 zijn de normale tramdiensten hersteld. Tijdens de oorlog was er gebrekkig onderhoud, werden veel paarden opgevorderd en werd trammaterieel voor militaire doeleinden gebruikt. Op 1 januari 1928 kwam het tot een fusie van de netten van de TB en de CFE. Na de fusie reden alleen nog trams van de TB en de buurtspoorwegen. De CFE stond bekend om haar 'chocoladetrams' zo genoemd vanwege de donkerbruine kleuren die men hanteerde. (Diverse voorbeelden zijn nog in het Brusselse trammuseum te bewonderen.) Ook het CFE-personeel droeg bruine uniformen. In 1928 kregen de lijnen van de CFE lijnnummers binnen het systeem van de TB. In 1935 bedroeg de lengte van het Brusselse tramnet 240 kilometer en het was daarmee één van de grotere tramnetten van Europa. Er reden bijna 100 tramlijnen waarbij er veel rechtstreeks verbindingen tussen de diverse deelgemeentes bestonden. Voor de Wereldtentoonstelling van 1935 werden de befaamde '5000-serie' motorwagens in dienst gesteld. Het waren de eerste trams in Brussel met 2 draaistellen.

Lijnennet in 1935[bewerken]

Trams van lijn 3 en 83 wachtend bij het Station Schaarbeek

Ten tijde van de wereldtentoonstelling van 1935 reden de volgende tramlijnen geëxploiteerd door de maatschappij "Les Tramways Bruxellois s.a.".[3] De beurs was het centrale knooppunt van het net. Dit was een zeer dicht net waarbij in de binnenstad de tramstraten minstens twee tramlijnen hadden en de Maurice Lemonnierlaan zelfs elf.

De (oude) plaatsnamen zijn in de oude spelling!

  • 2 : Verboeckhoven Plaats – Schaerbeekse P. – Park – 4 Armen – Louisa Pl – Louise Laan – Bosch
  • 3 : Schaerbeek stat. – Verboeckhv Pl – Schaerbeekse P. – Park – Naamse Poort – Louisa Pl – Louise Laan – Bosch
De beurs was vroeger een groot tramknooppunt waar heel veel lijnen samen kwamen.
  • 4 : Beurs – 4 Armen – Louisa Pl – Louise Laan – Bosch
  • 5 : Beurs – Kapel – Halle Poort – Barreel – Plaats van Meenen
  • 6 : Beurs – 4 Armen – Louisa Pl – Vanderkindere – Wolvend. – Carsoel – Ukkel (Fort Jaco)
  • 7 : Berchem – Basiliek – Simonis – Schaerbeekse P. – Kunst-Wet – Naamse Poort – Louisa Pl – Barreel – Hoogte punt 100
  • 8 : Plaats E. Bockstael – Liedts – Schaerbeekse P. – Park – 4 Armen – Louisa Pl – Vanderkindere – Av. Longchamp L.
  • 9 : Gasthuis Brugmann – Jette – Simonis – IJzerplein – Begijnhof plaats – Van Artevelde straat – Anderlecht Poort – Halle Poort – Barreel – Ukkel Calevoet
  • 10 : Berchem – Basiliek – Simonis – Schaerbeekse P. – Kunst-Wet – Naamse Poort – Louisa Pl – Janson Pl – Vanderkindere – Wolvend. – Carsoel – Ukkel (Fort Jaco)
  • 11 : Jette – Plaats E. Bockstael – Liedts – Schaerbeekse P. – Park – Naamse Poort – Louisa Pl – Janson Pl – Vanderkindere – E. Danco – Ukkel (centrum)
  • 12 : Plaats E. Bockstael – Liedts – Schaerbeekse P. – Park – Naamse Poort – Louisa Pl – Janson Pl – Vanderkindere – Av. Longchamp L.
  • 14 : Jette – Simonis – IJzerplein – Schaerbeekse P. – Kunst-Wet – Naamse Poort – Louisa Pl – Barreel – Wielemans Plaats
  • 15 : Zuid – Anderlecht Poort – Ninoofse Poort – Vlaamse Poort – Antwerpse Poort – Schaerbeekse P. – Kunst-Wet – Naamse Poort – Louisa Pl – Halle Poort – Zuid (Ringlijn kleine ring)
  • 16 : Heysel – Leopold Square – Av Charles Woeste – IJzerplein – Schaerbeekse P. – Kunst-Wet – Naamse Poort – Heilige Kruis plaats (nu Eug. Flagey plaats) – Boschvoorde
  • 18 : Heysel – Leopold Square – De Trooz Sq. – IJzerplein – Antwerpse Poort – Beurs – Zuid – Klein eiland
  • 20 : Schaerbeek stat – Lambertmont – laan Meiser – St Michiel L. (nu Montgomery) – Tervuurse Poort – Belliard straat – Leopoldswijk station – Luxemburg – Zavel – Kapel – Halle Poort – Bara Plaats – Clemenceau – West Station – V.D.Pereboomlaan – St.Annekerk – Simonis – Basiliek
Vooroorlogse tram met aanhangwagen tijdens een museumrit
  • 22 : S.Michiels L. (nu Montgomery) – Tervuurse Poort – Belliard straat – Leopoldswijk station – Luxemburg – Zavel – Kapel – Halle Poort – Bara Plaats – Bergsche Steenweg – Rondpunt Meir – Anderlecht park
  • 23 : Beurs – Park – Wet straat – Nervier laan – Tervuurse Poort – S.Michiels L.
  • 24 : Beurs – Park – Wet straat – Auderghem laan – Waversche steenweg – Artillerie Kazerne – Ruiterij Kazerne – Bosch
  • 25 : Beurs – Park – Wet straat – Auderghem laan – Waversche steenweg – Artillerie Kazerne – Auderghem
  • 26 : Beurs – Park – Wet straat – Auderghem laan – Waversche steenweg – Artillerie Kazerne – S.Michiels L.
  • 27 : Beurs – Park – Wet straat – Cortenberg laan – Roodebeek laan – Br. Whitlock laan – Georges Henri Laan – Kerkh. Etterbeek
  • 28 : Beurs – Park – Wet straat – Cortenberg laan – Roodebeek laan – Br. Whitlock laan – Georges Henri Laan – Kerkh. Etterbeek – Woluwe S. Lamb.
  • 29 : Beurs – Park – Wet straat – Cortenberg laan – Tervuurse Poort – S.Michiels L. – Leopold II plaats – Woluwe brug – St. Pieters Woluwe
  • 30 : Treurenberg – Kunst-Wet – Naamse Poort – Heilige Kruis plaats (nu Eug. Flagey plaats) – Boschvoorde
  • 31 : Beurs – Park – Wet straat – Cortenberg laan – Tervuurse Poort – S.Michiels L. – Leopold II plaats – Woluwe brug – Boschvoorde
  • 33 : Zuid – Halle Poort – Kapel – Zavel – Luxemburg – Leopoldswijk station – Troonstraat – Ruiterij Kazerne – Boschvoorde
  • 34 : Naamse Poort – Troonstraat – Ruiterij Kazerne – Bosch
  • 35 : Naamse Poort – Troonstraat – Waversche steenweg – Artillerie Kazerne – Auderghem
  • 39 : Treurenberg – Leuvense poort (Madou) – Ambiorix plein – Tervuurse Poort – S.Michiels L. – Leopold II plaats – Woluwe brug – Stockel
  • 40 : Treurenberg – Leuvense poort (Madou) – Ambiorix plein – Tervuurse Poort – S.Michiels L. – Leopold II plaats – Woluwe brug – 4 Armen – Tervueren
  • 41 : Naamse Poort – Troonstraat – Waversche steenweg – Auderghem laan – Tervuurse Poort – S.Michiels L. – Leopold II plaats – Woluwe brug – Stockel
  • 45 : Naamse Poort – Troonstraat – Waversche steenweg – Auderghem laan – Tervuurse Poort – S.Michiels L. – Leopold II plaats – Woluwe brug – 4 Armen – Tervueren
  • 46 : Plaats E. Bockstael – De Trooz Sq. – Antwerpse Straat – Antwerpse Poort – Anderlecht Poort – Bergsche Steenweg – Anderlecht Veeweyde
  • 47 : N.O. Heembeek – Van Praet brug – Vilvoorde Steenweg – De Trooz Sq. – Antwerpse Straat – Antwerpse Poort – Beurs
  • 48 : Beurs – Kapel – Halle Poort – Barreel – Hoogte punt 100
  • 49 : Plaats E. Bockstael – De Trooz Sq. – Vooruitgang Straat – Rogier Plaats – Beurs – Zuid – Th. Verhaegen – Barreel – Vanderkindere – A.Longchamp Laan – Bosch
  • 52 : A. Astrid L – Van Praet brug – Teichmanbrug – Liedts – Rogier Plaats – Beurs – Zuid – Wielemans Plaats – Van Volxem Laan – Vorst (St Denis)
  • 53 : Vilvoorde – Teichmanbrug – Liedts – Rogier Plaats – Beurs – Zuid – Wielemans Plaats – Van Volxem Laan – Vorst (St Denis)
  • 56 : Evere (Vredesplaats) – Verboeckh. – Plaats Liedts – Rogier Plaats – Beurs – Bara Plaats – Bergsche Steenweg – Rondpunt Meir – Anderlecht park
  • 58 : Vilvoorde – Teichmanbrug – Liedts – Rogier Plaats – Beurs – Zuid – Wielemans Plaats – Brug van Luttre Laan – Vorst (St Denis) – Ukkel centrum
  • 59 : Zuid – Beurs – Rogier Plaats – Noord – Sint-Joost – Claeys – Dailey Plaats – Noyer Straat – Tervurens. Pt
  • 60 : Karreveld – West Station – Clemenceau – Zuid – Beurs – Rogier Plaats – Noord – Sint-Joost – Claeys – Dailey Plaats – Noyer Straat – Tervurens. Pt
  • 61 : Noord – Sint-Joost – Claeys – Dailey Plaats – Noyer Straat – Tervurens. Pt
  • 63 : Beurs – Madou – St. Joostplaats – Geuzen Pl. – Milcamps – Gen. Meiser Plaats
  • 64 : Evere – Terdelt Plaats – Louis Bertrand Laan – Rogier Laan – Haechtse Steenweg – Schaerbeekse P. – Rogier Plaats – IJzerplein – Ribaucourt straat – Schoolstraat – Olifantstraat – Hertogin van Brabant Plaats – Birmingham Straat – Aumale – Anderlecht Park.
  • 65 : Plaats Gen. Meiser – Rogier Laan – Haechtse Steenweg – Schaerbeekse P. – Moeras straat – Wolven – De Brouckere – Begijnhof Pl.
  • 66 : Evere – Terdelt Plaats – Louis Bertrand Laan – Rogier Laan – Haechtse Steenweg – Schaerbeekse P. – Moeras straat – Wolven – De Brouckere – Begijnhof Pl.
  • 67 : Beurs – Madou – St. Joostplaats – Geuzen Pl.
PCC 7586 – enkelgelede zogenaamde Eurotram op lijn 103 bij het Rogierplein
  • 72 : Noord – Liedts – Weldoeners Plaats – Milcamps – Tervurens. Pt
  • 74 : Zuid – Beurs – Rogier Plaats – Noord – Liedts – Weldoeners Plaats – Milcamps – Tervurens. Pt
  • 76 : Beurs – Ninoofse Poort – Hertogin van Brabant Plaats – Birmingham Straat – Aumale – Anderlecht Park.
  • 77 : Beurs – Ninoofse Poort – Hertogin van Brabant Plaats – West Station – Scheut
  • 80 : Zuid – Th. Verhaegen – Barreel – P. Janson Pl – Heilige Kruis plaats (nu Eug. Flagey plaats) – Jacht – Tervurens. Pt – St Michiel L. (nu Montgomery) – Whitlock laan – Georges Henri Laan – Kerkh. Etterbeek
  • 81 : E. Bockstael Plaats – Liedts – Noord – Rogier Plaats – Beurs – Zuid – Th. Verhaegen – Barreel – P. Janson Pl – Heilige Kruis plaats – Jacht – Tervurens. Pt
  • 83 : Schaerbeek stat. – Verboeckhv Pl – Liedts – Noord – Rogier Plaats – Beurs – Zuid – Th. Verhaegen – Barreel – P. Janson Pl – Heilige Kruis plaats – Jacht – Tervurens. Pt
  • 85 : Berchem Stat. – Gentse Steenweg – Vlaamse Poort – Beurs
  • 86 : Basiliek – Pantheonlaan – Simonis – Gentse Steenweg – Vlaamse Poort – Beurs
  • 87 : Basiliek – Nationale glorielaan – Simonis – Gentse Steenweg – Vlaamse Poort – Beurs
  • 88 : Stw. Dieleghem – Gasthuis Brugmann – Av Charles Woeste – IJzerplein – Begijnhof Pl. – Beurs
  • 89 : Av. Houba de Strooper L. – Leopold Square – Scheldestraat – IJzerplein – Begijnhof Pl. – Beurs
  • 90 : Noord – Liedts – Weldoeners Plaats – Gen. Meiser Plaats Br. – Whitlock laan – S.Michiels L. – Artillerie Kazerne – Ruiterij Kazerne – Bosch
  • 93 : Evere – Haechtse Steenweg – Schaerbeekse P. – Park – Luxemburg – Leopoldswijk station – Troonstraat – H. Kruis Plaats – Plaats B.Brugmann
  • 94 : Evere – Haechtse Steenweg – Schaerbeekse P. – Park – Luxemburg – Leopoldswijk station – Troonstraat – H. Kruis Plaats – Boendael
  • 96 : Naamse Poort – Troonstraat – Watermael
  • 98 : Zuid – Halle Poort – Kapel – Zavel – Luxemburg – Leopoldswijk station – Troonstraat – Watermael
  • 99 : Schaerbeek stat. – Av. Mon Plaisir – Verboeckh. Plaats – Metsys Straat – Heuvelen Straat – St. Joostplaats – Ambiorix plein – Jordaan Plaats – Gray straat – H. Kruis Plaats / Deze lijn was oorspronkelijk een metersporige buurtspoorlijn, die omgebouwd is naar normaalspoor en door de Brusselse tram werd geëxploiteerd.

Trolleybus[bewerken]

In Brussel werd een trolleybuslijn in 1939 in dienst genomen. Dit is de lijn 54 van Vorst tot Machelen via station Luxemburg.[4] In 1964 is de trolleybusexploitatie gestaakt.

Na de Tweede Wereldoorlog[bewerken]

PCC 7087 op lijn 81 bij Rogierplein in de beginjaren 1970 (De Noord-Zuid premetro was nog niet in dienst). De eerste serie van de Brusselse PCC-car — herkenbaar aan de 'invallende' hoekige ruiten

Omdat de concessie van de TB op 31 december 1945 verliep is een overeenkomst gesloten tussen de Staat en de provincie Brabant om de exploitatie van de Brusselse tram te kunnen continueren. Er werd een voorlopige beheerscommissie ingesteld die gefunctioneerd heeft tot de oprichting, op 1 januari 1954 van de 'Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Brussel' (MIVB). De naoorlogse inspanningen waren groot. Er was veel achterstallig onderhoud en de tramrijtuigen waren geheel versleten. Er werden grootscheepse investeringen gedaan in het materiaal en dit resulteerde in de modernisering van 787 motorwagens tot het Brusselse standaardtype. In deze wagens deed de elektropneumatische beremming haar intrede en kregen conducteur en bestuurder (in België Wattman genoemd) een vaste zitplaats. Na de Tweede Wereldoorlog gingen er stemmen op de tramlijnen ondergronds te brengen en de straten van de stad te reserveren voor het aldoor groeiende autoverkeer. De snelheid van de trams ging door verkeersopstoppingen steeds verder omlaag, waardoor het Brusselse vervoerbedrijf besloot waar mogelijk vrije trambanen aan te leggen en de lijnen in het centrum door tunnels te laten lopen. In 1957 werd de eerste tunnel geopend nabij het overbelaste Grondwetplein, tussen het Zuidstation en het huidige station Lemonnier. Zie voor het hoofdontwerp het artikel Brusselse premetro.

PCC 7165 van de tweede serie – herkenbaar aan de 'Haagse' ronde ruiten – nabij Zuidstation. Buiten de premetro tunnels reed men in Brussel nog met de trolleystang

Naast de grote verbouwing van de standaardwagens had de MIVB ten behoeve van de Wereldtentoonstelling in 1958 (Expo 58) grote behoefte aan nieuw modern materieel omdat het één van de voornemens was de tentoonstelling met het openbaar vervoer door middel van rechtstreekse verbindingen uit alle windstreken te bedienen. Daartoe werden op het tentoonstellingsterrein ook grote keerlussen voor honderden trams aangelegd. Tussen 1951 en 1953 deed de PCC-car haar intrede in Brussel met motorwagen 7001; de start van een serie van 172 wagens. Zie voor het hoofdontwerp het artikel Brusselse PCC-car. In de loop van de jaren volgde vele series van enkelgelede versies (series 7500 en 7700; 128 stuks) en dubbelgelede (serie 7900; 61 stuks). Uiteindelijk zou de PCC-car de alleenheerschappij verkrijgen en verdween de combinatie motorwagen met bijwagen uit het straatbeeld. De ontwikkelingen rond de premetro, een tramonvriendelijk beleid en een voortdurend tekort aan fondsen hebben de Brusselse tram tot ver in de jaren 1990 parten gespeeld. Pas met de investeringen in nieuw materieel (tramserie 2000) en de opwaardering en verbetering van het tramnet werd de balans positiever. Tot die tijd zijn vele klassieke tramtrajecten in Brussel verdwenen en vervangen door busdiensten. Ook werden vele tramlijn geslachtofferd aan metro-uitbreidingen.

Heden[bewerken]

De Brusselse tram wordt geëxploiteerd door de Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Brussel (MIVB).

Brussel heeft tegenwoordig nog een uitgebreid stadsnet (20 tramlijnen), dat in beperkte mate zelfs nog uitgebreid wordt / zal worden. Sommige tramlijnen maken ook gebruik van premetrotunnels. In tegenstelling tot Antwerpen, Den Haag en Charleroi doet de premetrotunnel in Brussel zijn naam eer aan en zijn gedeelten van de tramtunnels inmiddels omgebouwd tot volwaardige metro.

De spoorwijdte is 1435 millimeter (normaalspoor), de bovenleidingspanning 600 volt en het netwerk is geschikt voor tweerichtingtrams.

Lijnennet[bewerken]

Het lijnennet bestaat in zijn huidige vorm sinds 1 september 2011.

Gelede tram van het type PCC 7700-7800 op lijn 44.
3
Esplanade - Churchill
4
Noordstation - Stalle P
7
Vanderkindere - Heizel
19
De Wand - Groot-Bijgaarden
25
Boondaal station - Rogier
31
Noordstation - Marius Renard
32
Da Vinci- Drogenbos Kasteel
39
Montgomery - Ban-Eik
44
Montgomery - Tervuren station
51
Stadion - Van Haelen
55
Da Vinci - Rogier
62
Kerkhof van Jette - Da Vinci
81
Montgomery - Marius Renard
82
Berchem station - Drogenbos Kasteel
83
Berchem station - Montgomery
92
Schaarbeek station - Fort-Jaco
93
Stadion - Legrand
94
Louiza - Trammuseum
97
Louiza - Dieweg

De lijnen 81 en 82 rijden alleen overdag, de lijnen 31, 32 en 83 daarentegen alleen in de avonduren(na 20.00). Het aantal bediende trajecten is evenwel gedurende de hele dag gelijk. Overdag wordt de noord-zuidtunnel bediend door twee hoogfrequente tramlijnen (3 en 4). Een aantal radiale lijnen eindigt dan aan de rand van het centrum, waar men moet overstappen. 's Avonds zijn meer doorgaande diensten over de noord-zuidas, waarbij de frequentie tussen het Noordstation en Zuidstation nauwelijks lager is, maar op de uitlopers van de lijnen 3, 4, 31 en 32 gelden lagere frequenties.

De lijnen 39 en 44 zijn streektramlijnen naar het Vlaams Gewest. Daarnaast heeft tramlijn 19 twee haltes (in Groot-Bijgaarden) en lijn 32/82 drie haltes (in Drogenbos) in Vlaanderen. Het overgrote deel van het tramnet ligt echter binnen de grenzen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Vroeger reed tramlijn 58 door naar Vilvoorde in Vlaanderen. Deze tram is nu vervangen door de buslijn 58.

Reorganisatie[bewerken]

Het tramnetwerk, en aansluitend ook het busnetwerk, wordt momenteel grondig gereorganiseerd. De belangrijkste bedoeling is om de groeiende reizigersaantallen op een paar belangrijke assen beter op te vangen. Het traject van veel lijnen is door de jaren heen amper gewijzigd en voldoet soms niet meer aan de huidige vraag.

De twee zwaartepunten van het tramnetwerk zijn de noord-zuidverbinding in het centrum en de zogenaamde Grote ring, het traject langs de grote ringlanen in het oosten van Brussel. Deze beide trajecten zijn helemaal (noord-zuidverbinding) of deels (Grote ring) ondergronds (premetro). De reorganisatie van de Grote ring is intussen grotendeels uitgevoerd; daar rijden nu de tramlijnen 7 en 25 die grotendeels met moderne lagevloertrams (type 3000 en 4000) gereden worden.

De noord-zuidverbinding werd in twee etappes gereorganiseerd in juli van 2007 respectievelijk juni 2008. Voorheen reden er vijf tramlijnen op deze verbinding, die buiten het centrum vaak nog een lang traject hebben en daarbij vaak tussen het autoverkeer moeten rijden. Als gevolg was de regelmaat op sommige momenten ver te zoeken. Bovendien was de noord-zuidverbinding ook meer dan verzadigd en voldeden de oudere trams op de bestaande lijnen niet meer aan de huidige eisen. De MIVB loste dit op door slechts twee sterke tramlijnen over te houden: de al langer bestaande tramlijn 3 en een nieuwe tramlijn 4. Deze beide tramlijnen hebben een traject dat (bijna) helemaal afgescheiden is van het gewone verkeer en bovendien zouden ze met moderne lagevloertrams (type 3000 en 4000) en zeer frequent gereden worden, wat de doorstroming en regelmaat flink moet verbeteren.

In juli 2007 werd tramlijn 4 in dienst gesteld en werden sommige lijnen opgedoekt of gingen een ander traject volgen. Op 30 juni 2008 werd de reorganisatie voltooid en ontstond het huidige net.

In september 2013 werd lijn 94 (tot dan de langste van het netwerk) gesplitst in lijn 93 van Stadion tot Legrand en lijn 94 van Louiza tot Trammuseum, hiermee is de frequentie tussen Louiza en Legrand ook verdubbeld.

Op 10 maart 2014 is lijn 62 (tot dan de kortste van het netwerk) verlengd van Weldoeners tot het Kerkhof van Jette langs het traject van lijn 25 tussen Weldoeners en Liedts en lijn 93 tussen Liedts en Jette. Daarmee komt er ook een rechtstreekse verbinding tussen Schaarbeek (Meiser) en Laken (Bockstael) en worden de lijnen 25 en 93 versterkt. Lijn 51 verliet ook op 10 maart 2014 zijn terminus van Heizel en gaat nu naar Stadion, dit om meer plaats te laten voor het terminus van tramlijn 7 op het Heizel.

Op 22 april 2014 wordt tramlijn 62 verlengd tussen Da Vinci en Eurocontrol.

Materieel[bewerken]

Op de verschillende tramlijnen wordt een zestal type trams gebruikt. De oudere trams zijn van het type PCC-car, de recentere trams zijn lagevloertrams. Per tramtype is er een gedetailleerdere pagina, maar dit is al een kort overzicht:

  • PCC-trams 7700-7800: deze PCC-trams zijn gemiddeld twintig jaar jonger dan de eerste PCC-trams en zijn dus al een stuk moderner. Ze zijn bijvoorbeeld allemaal geleed en nu voorzien van twee stuurcabines, één in elke richting. Dit type werd gebouwd in 1971-'72. Er zijn totaal 127 wagens gebouwd. Dit tramtype is in alle tramremises aanwezig en wordt dan ook op de meeste lijnen aangetroffen, vooral op de lijnen 25, 56, 81, 82, 92 en 97. Ook op de lijnen 39, 44, 55 en 94 zijn ze regelmatig aan te treffen.
Gelede tram van het type PCC 7900.
  • PCC-trams 7900: de PCC-trams van de serie 7900 lijken uiterlijk op die van de serie 7700-7800, maar er zijn, ook gezien het latere bouwjaar, verschillen. Het meest in het oog springend is de middenbak, die deze trams een stuk langer maakt. Ook zijn deze trams een stuk krachtiger en is het interieur anders, volgens de meeste reizigers comfortabeler. Nadelen van dit materieel zijn het ontbreken van deuren in de middenbak, wat aan drukke haltes meer oponthoud veroorzaakt en vooral de onzuinige 'klassieke' elektronicagestuurde doch sterkere tractie, die in feite neerkomt op twee blijvend gekoppelde PCC-installaties in treinschakeling. Ombouwen tot stroombesparende chopper-sturing is wel overwogen, maar niet uitgevoerd. Dit type werd gebouwd in 1977-'78. Er zijn totaal 61 wagens gebouwd, die evenals de Haagse GTL8, op alle 8 assen zijn aangedreven. Deze trams worden vooral ingezet op de lijnen 19, 32, 55 en 82. Ook op de lijnen 56 en 81 zijn ze regelmatig te zien.
  • Lagevloertram 2000: de eerste (en lange tijd enige) lagevloertrams van de MIVB, gebouwd in de jaren 90. Hoewel deze trams ook een aantal negatieve eigenschappen hebben (ze zijn bijvoorbeeld nogal lawaaierig), betekenden ze toch een grote vernieuwing ten opzichte van de oudere PCC-trams, vooral door de betere toegankelijkheid. Dit type werd gebouwd in 1993-'95. Er zijn totaal 51 wagens gebouwd. Ze hebben in het verleden op de lijnen 91, 92, 93 en 94 gereden; sinds de reorganisatie van het tramnetwerk in 2007 zijn ze momenteel enkel op lijn 24 en 94 te zien. Het was oorspronkelijk de bedoeling om ze op lijn 25 in te zetten, maar door technische problemen is men hier (wellicht definitief) van afgestapt.
  • Lagevloertram 3000-4000: de lagevloertrams van de nieuwe generatie (type Flexity Outlook Cityrunner), gebouwd vanaf 2005. Deze trams rijden pas sinds 2006 rond op het MIVB-netwerk en moeten het capaciteitsprobleem op veel tramlijnen helpen oplossen. De T3000 bestaat uit vijf bakken en is daarmee een paar meter langer dan de oudere T7900's. De T4000 is met zeven bakken nog langer, maar verder min of meer identiek aan de T3000. De T3000 wordt op bijna alle lijnen ingezet, de T4000 is voorlopig alleen op lijnen 3, 4 en 7 te zien. Dit omdat de T4000 te lang zijn voor de meeste haltes op het bovengrondse net.

Deze laatste tramtypes zijn al afgeleverd in de nieuwe huiskleuren van de MIVB, voor de trams metaalgrijs (hoofdkleur) met zwarte en goudkleurige stukken. Deze kleuren vervingen het bekende geel-blauw, waarin alle trams en bussen sinds de jaren 90 tot dan toe gereden hadden. De overige trams (behalve de oude PCC-cars 7000 en een deel van de 7700/7800's) worden langzaamaan in deze nieuwe kleuren herschilderd.

In 2012 is een rijdende restauranttram geïntroduceerd, "Tram Experience", die rondrijdt terwijl de gasten een tweesterrendiner wordt geserveerd.[5]. Hiervoor wordt een oude gelede tram gebruikt.

Voormalig materieel[bewerken]

Dit overzicht is (nog) niet compleet; u kunt helpen door het uit te breiden.
PCC-car van het type PCC 7000-7100 op lijn 39.
  • PCC-trams 7000-7100: dit waren tot 2010 de oudste trams die in actieve dienst rondreden; de oudste exemplaren zijn gebouwd in 1951 hadden er al meer dan 55 jaar dienst opzitten. Dit type werd gebouwd tussen 1951 en 1971. Er zijn totaal 172 wagens gebouwd. Het zijn PCC-trams met één bak en een stuurcabine in slechts één richting. Dit materieel werd op het laatst enkel nog ingezet op de lijnen 39 en 44 (en een klein stuk van lijn 81 bij het binnen- en buitenrijden van de remise). Op 12 februari 2010 zijn deze trams uit de dienst genomen [6]

Toekomst[bewerken]

Tramverlenging in Evere bij de laatste halte. Zicht richting Navo hoofdkwartier. Uiterst links is een aansluitspoor zichtbaar naar de stelplaats en de lijn 55.
Het nieuwe keerspoor bij de halte Trammuseum in Woluwe.

In de toekomst zullen er meerdere bovengrondse lijnen binnen de vijfhoek aangelegd worden. Tegenwoordig (stand 2010) rijdt er slechts één lijn bovengronds binnen de vijfhoek, terwijl er vroeger veel meer waren (zie kopie "Lijnennet 1935" boven). De plannen zijn (onder meer):

  • Doortrekken van Tramlijn 94 (Brussel) naar het winkelcentrum Woluwe, het eerste deeltraject tot het Museum voor het Stedelijk Vervoer te Brussel is geopend op 15 maart 2011
  • 1 september 2011: Tramlijn 62 tussen het Weldoenersplein in Schaarbeek en Bordet, over de Leopold III-laan (verbinding van de Lambermontlaan aan het Meiserplein met de Stelplaats Bordet en later het Navo-hoofdkwartier)(De sporen op de Leopold III-laan waren al eerder in gebruik voor remiseritten van/naar Bordet)
  • Het doortrekken van de lijn 39 en 44 naar metrostation Schuman
  • Plan om de drukke buslijnen 71 en 95 te vertrammen
  • Een tramlijn (lijn 9) van metrostation Simonis over de Jetsebaan en de Eeuwfeestlaan naar het Universitair Ziekenhuis Brussel
  • Herinvoering van een tramlijn over de Ninoofse Steenweg vanaf de Ninoofse Poort

Trivia[bewerken]

Externe links[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Portal.svg Portaal Openbaar vervoer

Referenties[bewerken]

  1. website MIVB
  2. W.J.K. Davies: The Vicinal Story: Light Railways in Belgium 1885 – 1991. Uitg. Light Rail Transit Association, London, 2006. ISBN 0-948106-32-8, bladzijde 224-226
  3. Reisgids uitgegeven door "Les tramways Bruxellois" ten behoeve van de expo van 1935
  4. website Brusselse trolleybus
  5. AD reiswereld, blad 7, 24 maart 2012
  6. Trams 7000 uit dienst