Jagdtiger

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jagdpanzer VI Jagdtiger
Jagdtiger in Aberdeen
Jagdtiger in Aberdeen
Soort
Bemanning 6
Lengte 7,52 m
Breedte 3,65 m
Hoogte 3,09m
Gewicht 70,6 ton
Pantser en bewapening
Pantser 250 mm
Hoofdbewapening 128mm PAK 44 L/55 kanon
Secundaire bewapening 2×7,92 mm MG34 mitrailleur
Motor Maybach HL230 P30 (V-12 benzine)
Snelheid (op wegen) 35 km/u
Rijbereik 120 km

De Jagdpanzer VI Jagdtiger Ausf. B, Sd.Kfz. 186, was een Duitse tankjager uit de Tweede Wereldoorlog.

Ontwikkelingsgeschiedenis[bewerken]

De Jagdtiger was niet de eerste Duitse tankjager die op het slagveld verscheen, er waren al eerder van dit soort voertuigen gebouwd, meestal een antitankkanon op het onderstel van een Panzerkampfwagen. Dat waren eerst Panzerjäger met een open opbouw. De Jagdtiger was echter een Jagdpanzer met een gesloten opbouw, net als de Jagdpanther.

Terwijl de PzKpfw VI Ausf.B Königstiger (of Tiger II) nog in ontwikkeling was, werd al voorzien dat het hoofdvoordeel van deze tank: het bezit van het krachtige 88 mm Lang 71 kanon, weer ten dele tenietgedaan zou worden door dreigende tekorten aan wolfraam dat nodig was om de speciale subkaliberpenetratoren van de meest krachtige pantsergranaten van te maken. Hierom werd in februari 1943 besloten dit te compenseren door het installeren van een kanon van groter kaliber: de 128 mm PanzerAbwehrKanone 44 Lang 55. Het was echter onmogelijk dit nog in een toren op het chassis in te bouwen: er moest dus een nieuw voertuig ontwikkeld worden in de vorm van een gemechaniseerd geschut.

In 1943 werd het ontwerp van de Jagdtiger getekend. Op 20 oktober 1943 werd een houten model op ware grootte getoond. In februari werden twee casco's afgeleverd. Het eerste prototype was echter pas in mei 1944 klaar. Dat gebruikte nog een Porscheophanging als bij de Ferdinand maar nu met vier paar loopwielen geveerd door in de lengterichting liggende torsiestaven. Het tweede werd goedgekeurd voor massaproductie en had de standaardophanging van de Tiger II in een verlengde romp. In feite werden er nog tien andere voertuigen bij Henschel met het Porschesysteem uitgerust. Een bestelling werd gedaan voor 150 voertuigen; daarna moest, volgens een besluit uit oktober, de productiecapaciteit gebruikt worden voor de Panther. In januari 1945 werd dit herzien en moest de productie worden voortgezet. Er werden er uiteindelijk maar 83 gemaakt vanaf juli 1944 omdat in april 1945 de productie stopgezet werd. De totale productie beliep dus 85: 49 in 1944 en 36 in 1945. De laatste vier werden uitgerust met het 88 mm Lang 71 kanon, wegens tekorten aan elevatiemechanismen voor het 128 mm kanon: de Panzerjäger Tiger mit 88mm Pak 43/3 (Sf) Sd.Kfz.185.

De productieaantallen per maand zijn, gevolgd door de serienummers:

Maand Productie Serienummers
Februari 1944 2 305001-305002
Juli 1944 3 305003-305005
Augustus 1944 3 305006-305008
September 1944 8 305009-305016
Oktober 1944 9 305017-305025
November 1944 6 305026-305031
December 1944 20 305032-305051
Januari 1945 10 305052-305061
Februari 1945 13 305062-305074
Maart 1945 3 305075-305077
April 1945 7 305078-305084
Mei 1945 4 305085-305088

Beschrijving[bewerken]

Bij het omwerken van een normale tank tot een gemechaniseerd geschut is het vaak mogelijk tot een zekere gewichtsbesparing te komen. Bij de Jagdtiger was dat zeker niet het geval. De opbouw werd nog zwaarder gepantserd dan de voorkant van de Tiger II: 250 in plaats van 185 mm. Daarbij was die opbouw zeer breed en vormde één geheel met de zijkanten van de romp. Dit alles was nodig om het enorme 128 mm kanon een plaats te geven. Het gevolg was dat de Jagdtiger bij de standaardversie met een 26 cm langere romp 70,6 ton woog. Het is daarmee het zwaarste gevechtsvoertuig met een vlakbaangeschut dat ooit operationeel geweest is. De kortere Porscheversie woog nog altijd 68 ton. Het type was dus nog zwaarder overbelast dan de Tiger II wiens motor en transmissie het deelde. De betrouwbaarheid was daarom erg slecht. Hier stond niet eens tegenover dat de bewapening duidelijk sterker was want het PAK44 128 mm Lang 55 kanon bleek in feite tot op middellange afstand een slechter doorslagvermogen te hebben dan de 88 mm Lang 71. Pas na 1500 meter begon de lichtere 88 mm granaat zo sterk door de luchtweerstand afgeremd te worden dat de doorslag lager lag, maar zelfs op 2000 meter was het verschil maar zestien millimeter: 132 tegenover 148. Krupp stelde voor een Lang 66 128 mm kanon voor de Jagdtiger te bouwen maar daar is het niet van gekomen. Ondanks een bemanning met twee laders was de vuursnelheid laag en er was maar een munitievoorraad van veertig. Eigenlijk was de Jagdtiger dus een mislukt ontwerp dat alleen maar diende voor propagandadoeleinden en om schwere Panzerjägerabteilung 653 een bij haar naam passend wapen te geven, nu er geen Ferdinands meer gebouwd werden.

Operationele Geschiedenis[bewerken]

De Jagdtiger werd vanaf september 1944 toebedeeld aan twee eenheden: de schwere PanzerjägerAbteilung 653 en de schwere PanzerjägerAbteilung 512. De laatste eenheid werd opgericht in de zomer van 1944 en had maar twee compagnies. Ze deed in 1945 mee aan Operatie Frühlingserwachen in Hongarije. sPzJägAbt 653 kreeg zijn eerste voertuigen pas in het late najaar van 1944 — het moest eigenlijk opnieuw worden opgericht — en het deed mee aan het Ardennenoffensief en verdere gevechten bij de Rijn. Het was nooit veel sterker dan een compagnie. Een vijftal Jagdtiger werd helemaal op het eind van de oorlog nog in dienst genomen door de schwere SS PanzerAbteilung (101) 501. De meeste voertuigen gingen verloren door mechanische storingen, slechte brandstofbevoorrading en luchtaanvallen.

Tegenwoordig zijn er nog drie Jadtiger over: één met Porscheonderstel in het Bovington Tank Museum in Engeland, één met Henschelonderstel in het Ordnance Museum te Aberdeen Maryland en één met Henschelonderstel in de historische verzameling van Koebinka, Rusland.