Tiger I

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Panzer VI Tiger
TigerITankTunis.jpg
Soort
Bemanning 5
Lengte 8,24 m
Breedte 3,73 m
Hoogte 2,86 m
Gewicht 55 ton
Pantser en bewapening
Pantser 25-100 mm
Hoofdbewapening 88 mm kanon
Secundaire bewapening 7,92 mm coaxiaal machinegeweer
Motor Maybach 12-cilinder benzinemotor 522 kW
Snelheid (op wegen) 38 km/u
Rijbereik 100 km

De Tiger I is één van de succesvolste tanks uit de Tweede Wereldoorlog die door Duitsland werd ingezet. De Amerikaanse M4 Sherman en de Sovjet-T-34 hadden veel moeite om deze tank uit te schakelen. [1]

Inhoud

Achtergronden[bewerken]

Duitsland was vanaf het begin van de openlijke herbewapening in 1935 begonnen met het produceren van een aantal clandestien tijdens de Weimarrepubliek ontwikkelde tanks. Al deze tanks waren vrij licht bepantserd; toen Hitler door het lobbywerk van Heinz Guderian in 1937 besefte dat zijn land een achterstand had bij de tankontwikkeling, beval hij tot de bouw van zwaardere types over te gaan. Er werd een reeks specificaties opgesteld voor een tank van dertig ton: de VK (VersuchsKraftwagen) 3001, uit te rusten met een 75 mm houwitser. Op 9 september 1938 autoriseerde het Waffenamt de bouw van een prototype bij de Henschel-fabriek. In het voorjaar van 1940 werd een voorserie van acht besteld; het eerste prototype was klaar in maart 1941 en twee voorserievoertuigen in oktober 1941. In mei van dat jaar was echter besloten een zwaardere tank te ontwikkelen met een 75 mm kanon dat in staat was 100 mm pantserplaat te doorslaan op 1500 meter afstand: de VK 3601. Al in juli werd dit project afgeblazen omdat bleek dat de speciale wolfraam subkalibermunitie niet in voldoende hoeveelheden geproduceerd zou kunnen worden. Er was dus een tank nodig die het 88 mm kanon kon dragen.

Ondertussen was al op 26 mei de opdracht voor de ontwikkeling van het chassis van zo'n voertuig, de VK 4501, gegeven aan zowel Henschel als Porsche. Krupp zou de koepel produceren. Het Porsche-voertuig werd later doorontwikkeld tot de Ferdinand tankjager, een gemechaniseerd geschut; het Henschel-type werd aanvaard voor productie als de Panzerkampfwagen VI Ausf. E (Sd.Kfz. 181). Later kreeg de tank de officiële naam Tiger. De eerste tank werd in juli 1942 afgeleverd en de eerste inzet was op 23 september; de maandproductie piekte in april 1944 met 104 en de productie liep door tot in augustus 1944, toen de tank werd uitgefaseerd voor de Tiger II. Er waren er toen 1347 geproduceerd, inclusief het prototype.

Beschrijving[bewerken]

De Tiger heeft een uitermate massief uiterlijk. De romp heeft de vorm van een rechthoekige bak met een pantserplaat van 100 mm aan de voorzijde en 80 mm aan de zij- en achterkant. Daarop is een hoefijzervormige toren geplaatst met dezelfde pantserspecificaties, behalve dat de rechte kanonmantel op sommige plaatsen tot 110 mm dik kon zijn. Hoewel de tank in 1942 bijna onkwetsbaar was voor de pantsergranaten van andere tanks, ook door de hoge kwaliteit van het pantserstaal, duurde dit niet lang. De tank heeft weliswaar een reputatie van extreme bepantsering maar die is onverdiend. In verhouding tot het voor die tijd enorme gewicht van 57 ton was hij in feite bijzonder slecht gepantserd, een gevolg van het falende Duitse tankontwerp van die jaren: slechts een enkel voorbeeld daarvan is dat door de loodrechte platen er geen gebruik werd gemaakt van het afketsingseffect en het volume van het voertuig erg inefficiënt was omgeven. De Duitsers hadden ook niet de capaciteit om grote stalen onderdelen met gebogen vormen te gieten. De Panther was aan de voorzijde aanzienlijk beter bepantserd dan de Tiger.

De tank heeft tegenwoordig ook de reputatie een langzaam, log en onbetrouwbaar voertuig te zijn geweest. Hoewel dat een juiste typering is van zijn opvolger, de Tiger II (waar hij vaak mee verward wordt), was de Tiger I met zijn 38 km/u niet echt langzamer dan eerdere Duitse tanks — mede door zijn torsiestaafophanging met overlappende loopwielen, die leidde tot een lage bodemdruk, en een 700 pk Maybach motor. De tank was ook wendbaarder en betrouwbaarder dan de Panther door een superieur differentieel en een duurdere transmissie.

De ware kracht van de tank lag in zijn 88mm KwK 36 L/56 kanon: hij was in feite de eerste tank die een krachtig antitankkanon droeg. Op wat grotere afstand had dit kanon geen moeite het pantser van de voorkant van de romp bij een T-34 of (boven de twee kilometer) zelfs M4 Sherman te doorslaan. Theoretisch gezien zouden deze tanks zelfs afdoende beschermd zijn geweest (althans tegen de standaard Panzergranate 39 zonder wolfraam kern met een penetratievermogen van zo'n 100 mm op 1000 meter) — het feit dat hun afgeschuinde pantser het door de grote massa van de 88 mm granaat toch catastrofaal kon begeven, werd ze echter vaak fataal. Het langere 75 mm kanon van de Panther had nominaal een beter doorslagvermogen.

De tank vormde vooral een gevaar doordat de bemanning van vijf geselecteerd werd uit de beste troepen en de tanks aan speciale elite-eenheden werden toebedeeld die beter logistiek ondersteund werden dan het normale leger.

Operationele geschiedenis[bewerken]

De tank werd ingedeeld bij afzonderlijke Schwere Panzerabteilungen met ieder 45 voertuigen, genummerd 501 tot 510, die vanaf augustus 1942 tot het eind van de oorlog werden ingezet als pantserreserves voor het opvangen van vijandelijke offensieven. In die rol vernietigden ze vele duizenden tanks. In oktober 1943 werden er drie aparte SS-bataljons gevormd met de nummers 101 tot 103. Daarnaast bezat ook het derde bataljon van het Panzerregiment van de elite Grossdeutschland-divisie de Tiger. De maximale feitelijke sterkte gemeten aan het begin van de maand was op 1 juli 1944 met 671 tanks. De inzetbaarheid van de Tiger was daarmee beter dan die van de tanks bij de reguliere pantserdivisies, die daarbij ook nog last hadden van grote materieeltekorten.

Hoewel de Tiger I al in augustus/september 1942 voor het eerst werd ingezet in Rusland, bleven de successen in eerste instantie uit. Niet alleen waren de omstandigheden bij deze eerste inzet ongeschikt voor de Tiger, maar de tank was officieel ook nog in de ontwikkelingsfase wat resulteerde in verschillende mechanische problemen.

Ondanks deze mechanische problemen was de Tiger I bij zijn inzet in Tunesië wél een succes. Dit was grotendeels te danken aan de terrein-omstandigheden met grote open vlakten. Hier bewees het 88 mm kanon van de Tiger dat het evenals de 88 mm FlaK een superieur antitankwapen was.

In de daarop volgende twee jaren — de Tiger diende de Wehrmacht bijna drie jaar — bleek de Tiger een uitermate dodelijk wapen te zijn. Het was niet ongewoon dat commandanten er tijdens hun carrière in slaagden tientallen vijandelijke tanks uit te schakelen vooraleer ze zelf het slachtoffer werden van een vijandelijke antitankgranaat. Dertien slaagden er zelfs in meer dan honderd tanks uit te schakelen, waarvan Kurt Knispel recordhouder was met 168 bevestigde 'kills'. Gemiddeld vernietigde een sPzAbt. per eigen verloren tank 5,74 vijandelijke tanks: 1.715 verliezen tegen ongeveer 9.850 vijandelijke tanks. Het succes van de Tiger in gevechten met andere tanks blijkt ook uit andere statistieken: de meeste Tigers gingen verloren door logistieke problemen (mechanisch falen en brandstoftekort), daarna door luchtaanvallen en pas als laatste door toedoen van vijandelijke tanks.

Een bekend voorbeeld van de potentie van de Tiger I was de confrontatie tussen SS-Haupsturmführer Michael Wittmann en een volledige Britse tankbrigade (22nd Armoured Brigade, 7th Armoured Division "Desert Rats"). Wittmanns compagnie, bestaande uit nog slechts vijf Tiger I's (de 6e had mechanische problemen) kreeg opdracht het strategisch belangrijke dorpje Villers-Bocage te verdedigen tegen een Britse aanval. Toen de voertuigen van de 22nd Armoured Brigade het dorpje binnenreden besloot Wittmann aan te vallen en stuurde de vier andere Tiger I's in een flankerende beweging om het dorp heen. Hijzelf viel rechtstreeks aan. De andere vier Tiger werden vertraagd maar Wittmann reed het dorpje in en vernietigde, al rijdend, een M4 Sherman Firefly, zeven Cromwell tanks, negen halftracks, twee 6-pdr AT-kanonnen, vier Bren-carriers en drie Stuart tanks. De 75mm-kanonnen van de Cromwells richtten niets uit, terwijl de Tiger op nog geen tien meter afstand reed. Pas toen het aandrijfwiel werd beschadigd door een derde 6-pdr AT-kanon werd Wittmann gedwongen zijn tank te verlaten. Die dag vernietigden de vijf Tiger in totaal twintig Cromwells, vier Sherman Firefly's, drie M4 Shermans, drie Stuarts, veertien half-tracks, zestien Bren Carriers en twee 6 pdr AT-kanonnen.

Strategische blunder[bewerken]

Een Tiger I in de berm

Hoewel tactisch een groot succes, bestaat de theorie dat het gebruik van de Tiger een strategische ramp voor Duitsland inhield. De beslissing om tot de fabricage van een hele nieuwe generatie zwaardere tanks over te gaan, als reactie op het ontdekken van de superieure T-34, kan beschouwd worden als één van de beslissende fouten die de Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog maakten. Volgens de theorie werd een belangrijk deel van de productiecapaciteit en de brandstofvoorraad verspild aan het in dienst brengen en houden van kwalitatief betere tanks, terwijl Duitslands grootste probleem zijn kwantitatieve achterstand op de geallieerden was. Het verschijnen van een Tiger aan het front betekende dat er vijf Panzerkampfwagen IV's niet aan dat front verschenen. Deze fout werd nog verergerd door Hitlers opvatting dat er ieder jaar een nieuwe generatie tanks in het veld gebracht zou worden, waardoor hij de opdracht gaf tot het ontwikkelen van de Tiger II, Maus en Ratte.

Versies[bewerken]

Anders dan bij de meeste Duitse tanks, waren er van de Tiger geen verschillende Ausführungen. Wel verschillen de productieseries onderling in vele details. Sommige voertuigen waren uitgerust als Befehlspanzer (commandotank) met verbeterde radioapparatuur.

Drie Tigers zijn in 1944 omgebouwd tot Bergepanzer, waarbij de hoofdbewapening werd verwijderd en een kraan aangebracht. De berging van de zware Tigers vormde altijd een enorm probleem.

Van de Tiger werd de Panzersturmmoerser afgeleid, een zware gemechaniseerde mortier die enorme raketondersteunde granaten kon wegslingeren. Van dit voertuig, dat ná de oorlog bekend zou worden als de "Sturmtiger", zijn er van augustus tot oktober 1944 18 stuks gebouwd op chassis die van het front naar de fabriek gestuurd werden. Hiernaast waren er nog andere mortierprojecten die (ten dele) op het chassis van de Tiger gepland waren, maar die zijn nooit verder gekomen dan een bouwtekening.

Heden[bewerken]

De Tiger is tegenwoordig een van de bekendste tanks uit de Tweede Wereldoorlog: al tijdens die oorlog was hij erg gevreesd door geallieerde tankbemanningen, die vaak in iedere Duitse tank een Tiger zagen. De Duitse propaganda droeg haar steentje aan de mythevorming bij. Tigers waren echter zo zeldzaam dat het leeuwendeel van de soldaten er zelfs nooit een gezien heeft. Na de oorlog werden de meeste voertuigen verschroot of als oefendoel gebruikt zodat het merendeel verdwenen is. Nog zes Tiger I bestaan er. De tankmusea van Saumur, Bovington, Aberdeen (Maryland), Lenino en Koebinka stellen ieder een exemplaar tentoon; er staat ook een Tiger als monument in Frankrijk bij Vimoutiers.

Het tankmuseum te Bovington heeft in 2004 de eerste volledig gerestaureerde en rijdende Tiger I (nr. 131) aan het publiek gepresenteerd. Deze tank was al sinds 1951 in het museum te zien.

Trivia[bewerken]

  • In de film Een brug te ver uit 1977 (over o.a. de Slag om Arnhem tijdens de operatie Market Garden) laten de makers een Tiger over de Rijnbrug bij Arnhem rijden. In werkelijkheid werd een met bordkarton versierde Leopard 1 gebruikt.
  • In Saving Private Ryan is duidelijk te merken dat de Tiger I moeilijk uit te schakelen is, daarom gebruikt de team van John Miller zogenaamde 'kleefbommen'. Deze Tiger was gemaakt op het chassis van een T-34, en was dan ook aanzienlijk kleiner.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Voor de Amerikanen waren meestal vijf Shermans nodig om één Tiger uit te schakelen. Van die vijf Shermans keerden er vaak maar één of twee terug.