Johanna van Constantinopel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Johanna van Constantinopel
omstreeks 1194- 1244
Johanna van Constantinopel in het begijnhof van Kortrijk
Johanna van Constantinopel in het begijnhof van Kortrijk
Gravin van Vlaanderen
Gravin van Zeeland
Periode 1205 - 1244
Voorganger Margaretha I
Opvolger Margaretha II
Gravin van Henegouwen
Periode 1205 - 1244
Voorganger Boudewijn VI
Opvolger Margaretha
Vader Boudewijn van Constantinopel
Moeder Maria van Champagne
Blason comte-des-Flandres.svg
Wapen van Johanna.

Johanna van Constantinopel (omstreeks 1194 - Marquette, 5 december 1244), gravin van Vlaanderen en Henegouwen van 1205 tot 1244, was de oudste dochter van graaf Boudewijn IX van Vlaanderen (VI van Henegouwen) en van Maria van Champagne, die in mei 1204 ook keizerin van Constantinopel werd.

Vroege leven[bewerken]

Na het overlijden van haar moeder (1204) en de spoorloze verdwijning van haar vader (april 1205) liet de Franse koning Filips II Augustus haar met haar zuster Margaretha in 1208 naar zijn hof in Parijs overbrengen om haar te onttrekken aan anti-Franse invloeden. Sanderus vermeldt in zijn Flandria Illustrata dat de Franse vorst wilde voorkomen dat Johanna zou huwen met een Engelse prins. Boudewijns broer markgraaf Filips I van Namen werd regent over Vlaanderen en Henegouwen en voogd van de minderjarige Johanna.

Heerschappij[bewerken]

Met koninklijke goedkeuring trad Johanna in januari 1212 in het huwelijk met Ferrand van Portugal, zoon van koning Sancho I van Portugal. Reeds bij het begin van hun regering werden Johanna en haar echtgenoot gedwongen Aire en Sint-Omaars aan Filips II af te staan (door het Verdrag van Pont-à-Vendin, 25 februari 1212). Ferrand schaarde zich spoedig achter koning Jan zonder Land en de Duitse keizer Otto IV tégen Frankrijk.

Nadat hij tijdens de Slag bij Bouvines (27 juli 1214) in Franse handen was gevallen moest de jonge gravin gedurende dertien jaar alleen regeren. Haar troon kwam even in gevaar toen de kluizenaar Bertrand van Rains zich ten onrechte uitgaf voor de teruggekeerde Boudewijn IX. Ook had zij af te rekenen met haar zwager Burchard van Avesnes, de eerste echtgenoot van haar zuster Margaretha, maar zij slaagde erin dit huwelijk in 1221 te laten verbreken. Na het sluiten van de vernederende Vrede van Melun mocht Ferrand in januari 1227 eindelijk na lange jaren de gevangenis verlaten.

Omstreeks 1231 werd hun enige kind, Maria, geboren. Zij werd uitgehuwelijkt aan Robert I van Artesië, broer van de Franse koning Lodewijk IX, maar overleed reeds in 1236.

Nadat Ferrand op 27 juli 1233 overleden was, onderhield gravin Johanna goede relaties met Frankrijk én Engeland. Ook al hertrouwde zij nog in 1237 met Thomas van Savoye, toch overleed zij kinderloos op 5 december 1244 en werd opgevolgd door haar zuster Margaretha.

Johanna van Constantinopel

Successieoorlog[bewerken]

Doordat Johanna's enige kind vóór haar eigen overlijden gestorven was, kwamen de twee tronen in 1244 bij haar jongere zuster Margaretha terecht. Uit haar eerste huwelijk, dat in 1221 ontbonden werd, had Margaretha al drie kinderen gekregen, waaronder Jan van Avesnes. In 1223 hertrouwde Margaretha met Willem II van Dampierre, waaruit de kinderen Willem III van Dampierre en Gwijde van Dampierre voortkwamen. Toen Margaretha haar zus Johanna opvolgde als gravin van beide graafschappen barstte er een openlijke strijd los tussen de halfbroers Jan van Avesnes en Willem van Dampierre, de Vlaams-Henegouwse Successieoorlog.

Geloofsleven[bewerken]

De slotzusters van de abdij Nonnenbos, die door de gravin in haar testament begunstigd werden, lazen elk jaar op 5 december in het martyrologium de volgende tekst: Zij schonk ons tien duizend halecum, een tiende van Coilge en van Gits. Geen enkel geschiedenisboek maakt er echter melding van hoe Johanna in Markete om het leven kwam.

Johanna ging de geschiedenis in als een wilskrachtige en vrome vrouw. Zij begunstigde het kloosterleven en onder haar impuls ontstonden vele kloosters en abdijen. Ze steunde de bestaande hospitalen en leprozerieën en stichtte er nieuwe (onder meer de Hospice Comtesse in Rijsel). Onder haar bewind namen de economische macht en welvaart van de Vlaamse steden aanzienlijk toe. Haar standbeeld staat in de tuin van het begijnhof in Kortrijk, alsook in het Groot Begijnhof Sint-Elisabeth in Gent, in een nis boven de ingang van de Dr. Decrolyschool in de Begijnhofdries.

Zie ook[bewerken]