Kabbalistische levensboom

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De kabbalistische levensboom met de 10 sefirot

De kabbalistische levensboom is een model waarmee hermetische kabbalisten het gehele universum en het ontstaan ervan symbolisch voorstellen. Deze levensboom heeft een andere vorm dan degene die de joodse kabbalisten kenden.

De eerste publicatie waarin deze levensboom voorkwam was Athanasi Kirchers Oedipus Aegypticus uit 1652. Robert Fludd nam dit diagram in aangepaste vorm over in zijn Complete Works uit 1617.

Beschrijving[bewerken]

De tien sefirot samen met de paden ertussen worden de tweeëndertig paden van de wijsheid genoemd. De sefirot worden in de kabbala gezien als de 10 attributen / emanaties waarmee God de wereld heeft geschapen en waardoor hij zich manifesteert:

  1. Kether of De Kroon
  2. Chokmah of Wijsheid
  3. Binah of Begrip
  4. Chesed of Genade
  5. Geburah of Gestrengheid
  6. Tiphareth of Schoonheid
  7. Netzach of Overwinning
  8. Hod of Glorie
  9. Yesod of Fundering
  10. Malkuth of Koninkrijk

Tussen Binah en de volgende sefira is er een onzichtbare sefira die "Daath" of Kennis wordt genoemd.

De tien sefirot bevinden zich op een van de drie "zuilen"; de linkse zuil heet Strengheid, de middelste Mildheid en de rechtse Genade. Volgens de kabbala ontstond uit 'het Onbepaalde' eerst Kether, dan Chokmah en daarna Binah die de Hemelse Driehoek vormen. Daaruit ontstond de rest.

De kabbalistische levensboom wordt bij esoterische tarot gebruikt als meditatiemiddel. Aan de leden van het 19e-eeuwse magische genootschap van de Golden Dawn werden graden toegekend naarmate zij verder gevorderd waren op de paden van deze levensboom.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bron[bewerken]