Laaggeletterdheid

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Laaggeletterdheid (of: functioneel analfabetisme) houdt in dat mensen moeite hebben met lezen en/of schrijven. Dit in tegenstelling tot analfabeten, die helemaal niet kunnen lezen en schrijven. De internationaal gehanteerde definitie geldt voor mensen van vijftien jaar en ouder. Onder deze leeftijd worden de mensen geacht weinig of geen belemmeringen door laaggeletterdheid te ondervinden, dan wel nog in staat te zijn om voor hun vijftiende hun lees- en schrijfvaardigheid op een acceptabel peil te brengen[bron?]. Tegenwoordig is de definitie van laaggeletterdheid ruimer. Iemand wordt als laaggeletterd beschouwd als hij onvoldoende vaardigheden heeft op het gebied van lezen en schrijven, rekenen, en digitale vaardigheden heeft om in de huidige maatschappij zelfstandig te kunnen functioneren. De overheid heeft het Actieplan Laaggeletterdheid 2012-2015 'Geletterdheid in Nederland' uitgegeven. In Nederland werden in 2013 vele regionale bondgenootschappen gesloten door taalaanbieders, gemeenten, bedrijven en bibliotheken om samen te werken bij het bestrijden van laaggeletterdheid.

Facetten[bewerken]

  • De arbeidsmarkt doet een sterk beroep op geletterdheid. Een laag niveau van vaardigheden is sterk verbonden met slechte economische kansen voor het individu; in extreme vorm leidt het tot uitsluiting uit de arbeidsmarkt.
  • Doordat volwassenen met een laag geletterdheidniveau meer geconfronteerd worden met werkloosheidsrisico’s, zijn ze vanzelfsprekend meer aangewezen op een vervangingsinkomen. Het verband tussen lage taal-, reken en digitale vaardigheden enerzijds en inkomen (of armoede) anderzijds, heeft tevens grote implicaties voor het sociaal beleid.
  • De beste manier om taal- en rekenvaardigheden op peil te houden of te verbeteren is deelname aan een of andere vorm van volwasseneneducatie. De cijfers zijn weinig hoopgevend. Vlaanderen presteert onder het Europese gemiddelde. De participatie aan opleiding stijgt licht, maar deze stijging is quasi volledig op rekening van hooggeschoolden te schrijven.
  • Bij het maken van verantwoorde maatschappelijke keuzes is geletterheid essentieel; het is een noodzakelijk onderdeel voor burgerschap en deelname aan het maatschappelijk leven.
  • Het beheersen van de Nederlandse taal blijkt essentieel voor het verwerven en behouden van een positie op de arbeidsmarkt.
  • Door bezuinigingen van de overheid zijn het aantal taalcursussen sterk verminderd.

De rol van bibliotheken bij het bestrijden van laaggeletterdheid[bewerken]

Veel openbare bibliotheken hebben speciale collecties voor mensen die hun lees en schrijfvaardigheden willen verbeteren. Ook inburgeraars en mensen die de Nederlandse taal moeten leren maken hier gebruik van. De tekst van deze boeken is vaak hertaald naar eenvoudiger Nederlands: kortere zinnen, grotere letters en geen volle bladspiegel.

Nederland[bewerken]

Nederland kent 1,5 miljoen laaggeletterden (ongeveer 10% van de bevolking). Daarvan is van een derde deel autochtone en twee derde deel is van Nederlandse afkomst.

In Nederland wordt gestreefd naar een daling van het aantal laaggeletterden, dit gebeurt in samenwerking met onder andere stichtingen als Taalkracht en Stichting Lezen & Schrijven Op de ROC's en bij andere "taalaanbieders" worden Lees & Schrijf cursussen en lessen in de Nederlandse taal gegeven.

Vlaanderen[bewerken]

In Vlaanderen is één op de zeven mensen functioneel laaggeletterd. Dit wil zeggen dat ze niet voldoende kunnen lezen, schrijven of rekenen om zelfstandig te kunnen functioneren en groeien in de samenleving. Bij de Centra voor basiseducatie kunnen zij hun basisvaardigheden opnieuw aanleren of inoefenen.

Wereldwijd[bewerken]

Vooral in ontwikkelingslanden zijn er veel laaggeletterden. Vooral in China is het aantal mensen dat laaggeletterd is erg hoog, wat deels wordt verklaard door het complexe Chinese schrift.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]