Laaggeletterdheid

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Laaggeletterdheid (of: functioneel analfabetisme) houdt in dat mensen moeite hebben met de vaardigheid lezen en/of schrijven. Dit is iets anders dan ongeletterdheid, analfabetisme, waarbij het gaat om mensen die helemaal niet kunnen lezen en schrijven. Geletterdheid, gecijferdheid en probleemoplossend vermogen hangen nauw samen. De internationaal gehanteerde 'officiële' definitie van geletterdheid (2011) luidt: Geletterdheid is het gebruiken van gedrukte en geschreven informatie om te functioneren in de maatschappij, om de eigen doelen te bereiken en om de eigen kennis en mogelijkheden te ontwikkelen.[1] Laaggeletterdheid is een vorm van meer of minder geletterdheid.

Facetten[bewerken]

  • De arbeidsmarkt doet een sterk beroep op geletterdheid. Een laag niveau van vaardigheden is sterk verbonden met slechte economische kansen voor het individu; in extreme vorm leidt het tot uitsluiting uit de arbeidsmarkt.
  • Volwassenen met een laag geletterdheidniveau lopen meer risico op werkloosheid en zijn daardoor vaker aangewezen op een vervangend inkomen. Het verband tussen lage taal-, reken- en digitale vaardigheden enerzijds en inkomen (of armoede) anderzijds heeft implicaties voor het sociaal beleid.
  • De beste manier om taal- en rekenvaardigheden op peil te houden of te verbeteren is deelname aan een of andere vorm van volwasseneneducatie. De cijfers zijn weinig hoopgevend. Vlaanderen presteert onder het Europese gemiddelde. De participatie aan opleidingen stijgt licht, maar deze stijging is vrijwel volledig op rekening van hooggeschoolden te schrijven.
  • Bij het maken van verantwoorde maatschappelijke keuzes is geletterheid essentieel; het is een noodzakelijk onderdeel van burgerschap en deelname aan het maatschappelijk leven.
  • Het beheersen van de Nederlandse taal blijkt essentieel voor het verwerven en behouden van een positie op de arbeidsmarkt.
  • Door bezuinigingen van de overheid is het aantal taalcursussen sterk verminderd.

De rol van bibliotheken bij het bestrijden van laaggeletterdheid[bewerken]

Veel openbare bibliotheken hebben speciale collecties voor mensen die hun lees- en schrijfvaardigheid willen verbeteren. Ook mensen die moeten inburgeren (inburgeraars) en mensen die de Nederlandse taal willen leren maken hier gebruik van. De tekst van deze boeken is vaak hertaald naar eenvoudiger Nederlands: kortere zinnen, grotere letters en geen volle bladspiegel (Groot-letterboeken).

Nederland[bewerken]

Nederland kent 1,5 miljoen laaggeletterden (ongeveer 10% van de bevolking). Daarvan behoort 1,1 miljoen tot de potentiële beroepsbevolking tussen 16-65 jaar. 70% van de laaggeletterden is autochtoon, de helft werkt, vrouwen zijn oververtegenwoordigd en bij allochtonen komt het relatief vaker voor.

In 2011 heeft de overheid het Actieplan Laaggeletterdheid 2012-2015 'Geletterdheid in Nederland' uitgegeven met daarin maatregelen om geletterdheid in Nederland verder te bevorderen.[2]

Er wordt gestreefd naar een daling van het aantal laaggeletterden. Dit gebeurt in samenwerking met onder andere stichtingen als Taalkracht en Stichting Lezen & Schrijven. Op ROC's en bij andere "taalaanbieders" worden Lees- & Schrijfcursussen en lessen Nederlandse taal gegeven. Er werden in 2013 vele regionale samenwerkingsverbanden gesloten tussen taalaanbieders, gemeenten, bedrijven en bibliotheken om samen te werken bij het bestrijden van laaggeletterdheid.

Vlaanderen[bewerken]

In Vlaanderen is één op de zeven mensen functioneel laaggeletterd. Dit wil zeggen dat ze niet voldoende kunnen lezen, schrijven of rekenen om zelfstandig te kunnen functioneren en groeien in de samenleving. Bij de Centra voor basiseducatie kunnen zij hun basisvaardigheden opnieuw aanleren of inoefenen.

Wereldwijd[bewerken]

Vooral in ontwikkelingslanden zijn er veel laaggeletterden. In China is het aantal mensen dat laaggeletterd is erg hoog, wat deels wordt verklaard door het complexe Chinese schrift.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. [1] Laaggeletterdheid in Nederland
  2. [2] Actieplan 2012]