Machinefabriek Breda

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Machinefabriek "Breda" was een Nederlandse machinefabriek, gevestigd te Breda, die nationale bekendheid kreeg door de bouw van stoomketels en van stoomlocomotieven, het laatste m.n. aan vele stoomtrambedrijven. De fabriek was enkele tientallen jaren een belangrijke leverancier van stoomlocomotieven aan de Nederlandse stoomtrambedrijven.

Ontstaan, fabrieksnaam[bewerken]

Een voorloper van de fabriek was De Bruyn Kops, Mannsbach & Cie., die in 1855 startte in Tilburg.

Plaatje Backer & Rueb op machine Stoomgemaal Hertog Reijnout.JPG

De fabriek bestond sinds 1862 in Breda onder de naam De Bruyn Kops & Backer. In 1870, nadat Mr. De Bruyn Kops zich had teruggetrokken en Mr. J.G. Rueb de compagnon werd van Jhr. F. Backer, werd de naam Backer en Rueb. In 1884 werd de naam gewijzigd in NV Machinefabriek Breda v/h Backer & Rueb.[1]

In 1967 trad de fabriek toe tot de Rijn-Schelde Combinatie, die later opging in het RSV-concern. Van 1973 tot het einde, in 1993, was de naam BV Machinefabriek Breda.

Activiteiten[bewerken]

Was het bedrijf in 1855 begonnen als machinefabriek en ijzergieterij, het produceerde ook stoomketels en stoommachines, huismangels, pompwerktuigen en metaalconstructiewerk.

Een andere activiteit was de productie van liften en paternosterliften, vanaf ongeveer de jaren '30 tot aan de sluiting van de fabriek. De liftenafdeling is later opgegaan in De Reus, later weer overgenomen door het Duitse ThyssenKrupp. Liften van Backer en Rueb waren onder andere te vinden in het voormalige stadhuis in Den Haag op het Burgemeester de Monchyplein (gesloopt in 1996), in het voormalige belastingkantoor in Rotterdam aan de Puntgaalstraat en ook de liften voor de perrons van station Rotterdam centraal. Voor Hoog Catharijne in Utrecht leverde Backer en Rueb begin jaren '70 tientallen liften, welke tot op heden nog in gebruik zijn, echter zijn deze allemaal gemoderniseerd.

Backer & Rueb bouwde zijn eerste stoomtramlocomotieven voor Nederland in 1883, zijn laatste in 1912. Tussen 1887 en 1910 leverde de fabriek meer stoomlocomotieven aan de Nederlandse tramwegen dan alle andere fabrikanten samen.[2]

Vanaf circa 1900 werd ook elektrotechnische apparatuur gebouwd, zoals elektromotoren en generatoren, en daarnaast ook industriemachines zoals cacaomolens, houtbereidingsinstallaties, lichtbokken en drijfwerk.

De 'vierkante' stoomtramlocomotieven van Backer & Rueb werden Breda-locomotieven of backertjes genoemd. Het meest karakteristiek, en typerend voor Nederland, was het uiterlijk van de backertjes met 'huilogen', een kopwand met een klein vierkant raam met aan weerszijden een smal hoog, aan boven- en onderkant afgerond raam.

De fabriek bouwde in totaal 306 stoomlocomotieven, 216 daarvan voor de Nederlandse tramwegen. Het aantal Nederlandse stoomtrambedrijven waaraan de fabriek rechtstreeks leverde, ligt rond de 28 (afhankelijk van hoe men bedrijven bij elkaar neemt). De bedrijven met de meeste rechtstreeks geleverde Breda-locomotieven waren:

De Betuwsche Stoomtram, de Stoomtram Tiel - Buren - Culemborg, de stoomtram Eindhoven-Geldrop en de NHT/TNHT hebben uitsluitend 'backertjes' in dienst gehad.

De machinefabriek Breda bouwde ook andere locomotieven, o.a. een tweeassige tramwegachterstandslocomotief voor de Landsspoorweg Suriname ('Para'. 1916), en voor de Staatsspoorwegen een aantal lokaalspoorlocomotieven (NS-serie 6800) en zelf ontworpen rangeerstoomlocomotieven (NS-serie 8100).

Eerste ontwerpen, eerste locomotieven[bewerken]

Het oudst bekende Breda-ontwerp voor een stoomtramlocomotief[3] dateert uit 1881, het jaar van de tramwegwedstrijd te Arnhem. Ir. J.G. Rueb was daar één van de juryleden geweest. Hier waren vier stoomtramlocomotieven in opdracht van de gemeente Arnhem onderworpen aan proeven om te zien welke het meest geschikt was voor de Arnhemse situatie.[4][5][6]

De locomotief op de tekening is voor normaalspoor en vertoont enige gelijkenis met een vroege Henschel-machine. Uit 1882 stamt een verwant ontwerp, bewaard in het bedrijfsarchief.[7] nu voor 1067 mm

In 1883 en 1884 bouwde Breda zijn eerste stoomtramlocomotieven: de fabriek bouwde een ontwerp na van de Belgische fabriek Carels Frères te Gent, voor de HSM. In de jaren 1885-1888 bouwde de fabriek nog enkele variaties hierop, eveneens voor de HSM. In 1883-1885 leverde de fabriek voor het eerst locomotieven volgens een eigen ontwerp, en wel aan de Ooster Stoomtram Maatschappij en de Geldersch-Overijsselsche Stoomtram Maatschappij[8][9], waarbij ir. J.W. Stous Sloot als adviseur optrad. Ook hij was jurylid te Arnhem geweest. Dit ontwerp was afgeleid van de constructiewijze van de Merryweather-locomotief, die Rueb en Stous Sloot bij de wedstrijd te Arnhem hadden leren kennen. In 1886 kwam J.G. Rueb met een wijziging van dit ontwerp. Deze machines voor de DSM waren de eerste machines van het 'normale type'.[10] Ze hadden nog een open kopwand, en een vergelijkbaar uiterlijk als de bewaarde lok Simbah in Indonesië. Vanaf 1891 (de Stoomtramweg-Maatschappij Oldambt – Pekela (SOP) 7 werd de kopwand van de locomotief meestal afgeleverd met de 'huilogen'.

Werkspoor-backertjes[bewerken]

Een zestal Backertjes was niet gebouwd door de Machinefabriek Breda, maar door Werkspoor, namelijk de RTM 35 - 40. Deze waren gebouwd in 1906 en technisch vrijwel identiek aan de RTM 16 - 34. Uiterlijk waren ze alleen herkenbaar aan de andere vorm van de fabrieksplaat.

Museumlocomotieven[bewerken]

Replica[bewerken]

Het RTM-museum is sinds 2010 bezig met de bouw van een replica van een Backertje. En wel van de RTM 37, een Werkspoor-backertje. Van de RTM-backertjes was het de 37 die het laatst, n.l. in 1956, afgevoerd werd. Daarom is het een replica daarvan die het meest geloofwaardig getoond kan worden in combinatie met het bewaard gebleven RTM dieselmaterieel uit begin jaren '50.

Stoomketels[bewerken]

in enkele suikerfabrieken (pabrik gula)op Java zijn anno 2010 nog steeds een paar mf Breda / Backer en Rueb stoomketels uit omstreeks 1920 in gebruik.

Literatuur[bewerken]

  • The Locomotives built by 'Machinefabriek "Breda" voorheen Backer & Rueb' - A.D. de Pater, Leiden, 1970;
  • Warme Backertjes, Breda locomotieven onder stoom - John Simons, Breda, 1987;
  • De Stoomlocomotieven der Nederlandse tramwegen - S. Overbosch, 3e geheel herziene druk, uitg. Bataafsche Leeuw, 1985
  • Van Stoomtram tot sneltram: de geschiedenis van tram- en bargediensten tussen Utrecht-Jutphaas-Vreeswijk en IJsselstein - W.J.F. van der Kuijlen; Buren, 1987

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. De Pater, pag. 1-2
  2. Overbosch, pag. 16
  3. Van der Kuijlen, pag. 26-32 (bijlage bij een B&W-besluit van 10-1-1882)
  4. De Pater, pag. 5-6
  5. Overbosch, pag. 50-51
  6. Simons, pag. 10-15
  7. De Pater, pag. 5-7 en fig. 3-4
  8. De Pater, pag. 11-12
  9. Overbosch pag. 67-69
  10. Overbosch, pag. 70 e.v