Markus-Passion (J.S. Bach)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Zie Marcuspassie voor verwijzingen naar passies naar het Evangelie volgens Marcus van andere componisten.

De Markus-Passion, BWV 247, is een verloren gegaan oratorium van Johann Sebastian Bach.

Geschiedenis[bewerken]

De opzet en de indeling van deze passiemuziek, zoals die moet zijn uitgevoerd op Goede Vrijdag 1731, zijn wel bekend. De tekst van de recitatieven is afkomstig uit het Evangelie volgens Marcus, de hoofdstukken 14 en 15. De wel bewaard gebleven teksten van de koren en aria's zijn geschreven door Bachs vaste tekstschrijver Christian Friedrich Henrici (pseudoniem Picander). Daarnaast verwerkte Bach in de Markus-Passion relatief minder aria's en veel meer koralen dan in de Johannes-Passion en Matthäus-Passion. Daarom is wel verondersteld dat Bach in de Markus-Passion een aantal koraalfantasieën - voor solozang of koor met uitgewerkte instrumentale partijen - had opgenomen.

Reconstructie[bewerken]

De muziek van de Markus-Passion is verloren gegaan, maar Picanders tekst, de gebruikte liedteksten van de koralen en uiteraard het bijbelverhaal van de evangelist Markus zijn bewaard gebleven. In de 20e en 21e eeuw hebben vele Bach-vorsers (onder wie Alfred Dürr, Diethard Hellmann, Gustav Adolf Theill, Andor Gomme, Rudolf Kelber, Simon Heighes, Johannes Koch, Alexander Ferdinand Grychtolik, Volker Bräutigam, Jos van Veldhoven en Ton Koopman) geprobeerd de Markus-Passion te reconstrueren. Zij pasten daarbij de zogenaamde parodietechniek toe. Ten tijde van Bach was het gebruikelijk om de muziek van aria's, koren en koralen te hergebruiken (parodiëren). Bach zelf parodieerde regelmatig, vooral uit de zogenaamde wereldlijke cantates: cantates met een niet-religieus thema die vaak geschreven werden voor bijzondere gelegenheden, zoals een koninklijke geboorte of huwelijk. Aria's en koren daaruit gebruikte hij, met een andere tekst, opnieuw in kerkcantates.

Bij de reconstructies werden uit ander werk van Bach aria's en koren gezocht die qua melodie en structuur op de overgeleverde tekst pasten. Muziekwetenschappers hebben lang geleden, op grond van tekstvergelijkingen, de conclusie getrokken dat de aria's en koren van de Markus Passion te vinden moeten zijn in de wel bewaard gebleven cantate BWV 198 "Laß Fürstin, laß noch einen Strahl" uit 1727, de Trauerode voor keurvorstin Christiane Eberhardine von Brandenburg-Bayreuth. Dit leidde tot verschillende reconstructies op basis van deze cantate. Die van Ton Koopman echter toonde aan dat het ook mogelijk is delen uit geheel andere cantates (o.a. BWV 25 "Es ist nichts Gesundes an meinem Leibe" en BWV 179 "Siehe zu, daß deine Gottesfurcht nicht Heuchelei sei") hiervoor te gebruiken. Zijn reconstructie is - zolang Bachs oorspronkelijke muziek onvindbaar blijft - uiteraard even hypothetisch als alle andere.

Een probleem bij de reconstructie was bovendien dat Bach recitatieven nooit parodieerde. De melodielijnen van de recitatieven uit Bachs cantates zijn zozeer toegesneden op de tekst dat het niet mogelijk is ze voor Marcus' evangelietekst te gebruiken. Op verschillende manieren is geprobeerd hiervoor een oplossing te vinden. Koopman besloot zelf recitatieven in de stijl van Bach te componeren. Andere bewerkers gebruikten recitatieven uit de Markus-Passion van Bachs tijdgenoot Reinhard Keiser (een werk dat Bach eigenhandig kopieerde) of lieten de evangelietekst declameren door een spreekstem.

Literatuur[bewerken]

  • Butt, John: Reconstructing Bach. Early Music. November 1998, 673-675.
  • Melamed, Daniel R.: Hearing Bach’s Passions. Parody and Reconstruction: the Saint Mark Passion BWV 247. New York: Oxford University Press, 2005.
  • Terry, Charles Sanford: Bach: The Cantatas and Oratorios, the Passions, the Magnificat, Lutheran Masses, and Motets. New York: Johnson Reprint Corporation, 1972, 5 dln.
  • Theill, Gustav Adolf: Die Markuspassion von Joh. Seb. Bach (BWV 247). Steinfeld : Salvator, 1978.