Musculus temporalis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Slaapspier
Musculus temporalis
Spier
Gray382 muscle temporal.png
Synoniemen
Oudgrieks Κροταφίτης μῦς[1]
Nederlands Slaapkauwspier[2]
Indeling
Hoort bij Kauwspieren
Functie Opheffen en retractie van de mandibula
Gegevens
Origo Fossa temporalis, tussen linea temporalis inferior en crista infratemporalis
Insertie Mediaal en voorste aspect van de processus coronoides mandibulae
Zenuw Nervus mandibularis
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De musculus temporalis[3] of slaapspier[4] is een van de kauwspieren.[5] De musculus temporalis bevindt zich voor het grootste gedeelte in de fossa temporalis (de ruimte boven de jukboog), tussen de laterale schedelwand en de fasica temporalis. Taak van de musculus temporalis is het sluiten van de mond en het terugtrekken van de onderkaak.[6]

Men onderscheidt drie delen aan de spier, de pars anterior, de pars posterior (enkel van elkaar te onderscheiden in trekrichting) en de pars profunda. De pars anterior en pars profunda kunnen het makkelijkst van elkaar onderscheiden worden door hun insertie (aanhechting van de spier op het bewegende deel), namelijk de ramus mandibulae en de processus coronoides mandibulae. De spier is het dikst aan de voorzijde en wordt naar achteren toe steeds dunner. Het grootste deel van de spiervezels komt van de zijkant van de schedel, van een gebied dat boven begrensd wordt door de linea temporalis inferior en onder door onder andere de crista infratemporalis van het os sphenoides

De musculus temporalis wordt geïnnerveerd door de nervi temporales profundi en de nervus mandibularis.[6] Net als de andere kauwspieren, stamt de musculus temporalis af van de eerste viscerale boog.

De musculus temporalis kan gevoeld worden op de slapen, wanneer men knarsetandt.[6]

Zie ook[bewerken]

Literatuurverwijzingen[bewerken]

  1. Liddell, H.G. & Scott, R. (1940). A Greek-English Lexicon. revised and augmented throughout by Sir Henry Stuart Jones. with the assistance of. Roderick McKenzie. Oxford: Clarendon Press.
  2. Broek, A.J.P. van den, Boeke, J & Barge, J.A.J (1954). Leerboek der beschrijvende ontleedkunde van de mens. Deel I. Geschiedenis der ontleedkunde, bewegingsorganen, vaatstelsel (8ste druk). Utrecht: N.V. A. Oosthoek’s Uitgeverij Mij.
  3. His (1895). Die anatomische Nomenclatur. Nomina Anatomica. Der von der Anatomischen Gesellschaft auf ihrer IX. Versammlung in Basel angenommenen Namen. Leipzig: Verlag von Veit & Comp.
  4. Pinkhof, H. (1923). Vertalend en verklarend woordenboek van uitheemsche geneeskundige termen. Haarlem: De Erven F. Bohn.
  5. Federative Committee on Anatomical Terminology (1998). Terminologia Anatomica. Stuttgart: Thieme
  6. a b c Putz, R. & Pabst, R. (Red.) (2000). Sobotta. Atlas van de menselijke anatomie. Deel 1. Hoofd, hals, bovenste extremiteit. (2de druk). Houten/Diegem: Bohn Stafleu Van Loghum.