Northrop F-5

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Northrop F-5 Freedom Fighter
Northrop (Canadair) NF-5B (CL-226), Netherlands - Air Force AN1018960.jpg
Algemeen
Rol jachtbommenwerper/trainer
Bemanning 1 of 2
Varianten F-5A,B,E,F,RF-5A
Status
Aantal gebouwd ca.1500
Gebruik zie artikel
Afmetingen
Lengte 14,6 m
Hoogte 4,1 m
Spanwijdte 8,1 m
Gewicht
Leeggewicht 4350 kg
Max. gewicht 11190 kg
Krachtbron
Motor(en) 2x General Electric J85-GE-13 turbojet
Stuwkracht resp zonder en met naverbrander 15,5 en 22,3 kN
Prestaties
Topsnelheid Mach 1,6
Actieradius 1040 km
Dienstplafond 16000 m
Bewapening
Boordgeschut 2x 20mm M39A2
Bommen max. lading 3200
Raketten max. lading 3200
Portaal  Portaalicoon   Luchtvaart
F-5

De Northrop F-5 Freedom Fighter is een lichte jachtbommenwerper van Amerikaans ontwerp. Het toestel werd ontworpen en gebouwd door de firma Northrop Aircraft Inc., in Hawthorne, Californië. Later werd de firmanaam gewijzigd in Northrop Corp. Aircraft Group.

Het toestel, dat eveneens als trainer is ingezet, was niet alleen succesvol bij de USAF; ook buiten de VS werd het een exportsucces. Het werd verkocht onder de namen F5A/B Freedom Fighter, F5E/F Tiger II en RF5E Tigereye en heeft in de loop van de jaren bij vele luchtmachten ter wereld dienst gedaan. Ook heden is het nog bij enkele luchtmachten operationeel. De uiterlijk nagenoeg identieke Northrop F-20 Tigershark was een doorontwikkeling van de F5, dit toestel kwam niet verder dan een prototype.

Geschiedenis[bewerken]

De eerste prototype vlucht vond plaats in juli 1959 en de vlucht in de volledige configuratie juli 1963. Al snel vielen de grote wendbaarheid en de goede vliegeigenschappen van het toestel op, die nagenoeg identiek bleken te zijn aan die van de Russische MiG-21 Fishbed.

De USAF heeft de F-5 in vrij geringe aantallen gekocht en nooit als gevechtsvliegtuig ingezet. Vanwege de wendbaarheid werd het toestel echter speciaal ingezet voor Dissimilar Air Combat Training (DACT). Deze actie werd speciaal genomen om de alarmerende USAF verliezen tijdens luchtgevechten in de oorlog in Zuidoost Azië tegen te gaan. Al eerder had de US Navy om dezelfde reden succes gehad met een identieke DACT vorm onder de naam “Top Gun”.

Daarom werden ook speciale USAF agressor squadrons geformeerd die getraind waren in de formaties en de vliegbewegingen van Russische vliegtuigtypen; met name die van de toen zeer veel voorkomende Mig-21.

Speciale agressor squadron (64 en 65 Fighter Weapons Sqn) werden in 1972 opgericht met als thuisbasis Nellis AFB, Las Vegas, Nevada. In eerste instantie werd gevlogen met F-5 voorgangers, Northrop T-38 Talon trainers. Deze hadden echter niet genoeg vermogen maar met de komst van de F-5 – die precies gelijke afmetingen en motorprestaties had als de Mig-21 - werd dit manco opgeheven.

In verband met de ineenstorting van Zuid-Vietnam kwamen begin 1975 opeens 70 F-5E’s beschikbaar die bestemd waren voor de luchtmacht van Zuid-Vietnam. Deze werden meteen overgedragen aan 64 en 65 Fighter Weapons Sqn. Later werden de squadron aanduidingen gewijzigd in 64 en 65 Tactical Fighter Training Aggressor Sqn en tenslotte in Agressor Sqn. De agressor F-5E’s hadden dezelfde camouflageschema’s als die van het Warschau Pact en voorzien van een rode ster en de 2 cijferige “Russische” neuscodes.

Tevens werden in april 1976 F-5E’s ingedeeld in 2 nieuwe USAF eenheden; 527h Aggressor Sqn in Engeland met als thuisbasis RAF Alconbury (in 1988 verhuisd naar RAF Bentwaters) en 26 Agressor Sqn op de Filipijnen met als thuisbasis Clark Airbase. Deze eenheden hadden als missie het trainen van NATO en USAF vliegers in luchtgevechten met toestellen van het Warschau Pact en bleven operationeel tot oktober 1990.

Ontwikkelde versies en export[bewerken]

F-5E’s van USAF 527 tactical training agressor sqn

In 1959 kwam men met serie N-156F. Het prototype waarvan 2 stuks werden gebouwd, gevolgd door nog eens 2 in 1963 onder de aanduiding YF-5A.

Serie N-156A was de eerste Amerikaanse productielijn uit 1963 van 621 operationele toestellen onder aanduiding F-5A. Dit type werd tevens verkocht aan de luchtmacht van Ethiopië, Griekenland, Iran, Libië, Marokko, Noorwegen, de Filipijnen, Zuid-Korea, Zuid-Vietnam, Taiwan, Thailand en Turkije.

Serie N-156B was de eerste Amerikaanse serieproductie uit 1964 van 180 2-persoons trainers onder de aanduiding F-5B. Naast de levering aan de USAF die deze trainers graag wilde werden ze ook geleverd aan Brazilië, Ethiopië, Griekenland, Iran, Jordanië, Libië, Maleisië, Noorwegen, de Filipijnen, Saoedi-Arabië, Zuid-Korea, Zuid-Vietnam, Taiwan, Thailand en Turkije.

Serie N-156C was de in 1968 gebouwde Amerikaanse serie van 89 RF-5A fotoverkenners. Deze onbewapende toestellen hadden een langere neus waarin de camera’s waren gebouwd en zijn geleverd aan Griekenland, Iran, Marokko, Noorwegen, Zuid-Korea, Zuid-Vietnam, Thailand en Turkije.

Serie CL-219 werd de in 1968 bij Canadair Ltd. Montreal in Canada in licentie gebouwde serie van 89 CF-5A jachtbommenwerpers en 46 CF-5D trainers. Deze toestellen hadden t.o.v. de Amerikaanse series verbeterde motoren met meer vermogen.

Serie E-168. De in 1968 bij Construcciones Aeronauticas SA (CASA), Madrid in Spanje in licentie gebouwde serie van 19 SF-5A jagers, 17 SRF-5A fotoverkenners en 34 SF-5B trainers. Deze hadden overigens dezelfde specificaties als de Amerikaanse series.

Serie CL-226 was de in 1969 in Canada in licentie gebouwde serie van 75 NF-5A jachtbommenwerpers en 30 NF-5B trainers ten behoeve van de Nederlandse luchtmacht. Deze toestellen waren gelijk aan de Canadese CF-5A en D types en hadden wat meer vermogen. Zij kregen respectievelijk de Nederlandse registratienummers K-3001 - K-3075 (voor de NF-5A’s) en K-4001 - K-4030 (voor de NF-5B’s).

De Koninklijke Luchtmacht (KLu) kreeg de eerste NF-5B, K-4001 op 7 oktober 1969. De eerste NF-5’s waren toegewezen aan 313 Sqn op de toenmalige vliegbasis Twente. 313 Sqn werd de conversie eenheid en schoolde vliegers om op de NF-5. De laatste NF-5 (NF-5A K-3075) was op 20 maart 1972 afgeleverd.

In de KLu waren NF-5A/B’s ingedeeld bij.

  • 313 Sqn, Twente (over op F-16 in 1988)
  • 315 Sqn, Twente (over op F-16 in 1986)
  • 314 Sqn, Eindhoven en in 1988 naar Gilze-Rijen (over op F-16 in 1990)
  • 316 Sqn, Gilze Rijen en in 1988 naar Eindhoven (over op F-16 in 1991)
  • Testgroep NF-5, Twente

Bij de overschakeling op de F-16 werden de zeer goed onderhouden NF-5’s opgeslagen op de vliegbases Gilze-Rijen en Woensdrecht. Daarna werden er 60 stuks verkocht aan Turkije, 11 aan Griekenland en 7 aan Venezuela. Enkele overgebleven vliegtuigen zijn nog terug te vinden in musea of op technische scholen in Nederland.

Serie N-156. De in 1972 in Amerika gestarte productielijn van 1150 F-5E jachtbommenwerpers. Deze werd in 1974 nog gevolgd door een serie van 255 F-5F’s en in 1982 door een serie van 3 F-5G (later F-20A) Tigersharks en 12 RF-5F verkenners. Naast levering van 50 stuks aan de USAF en 30 aan de US Navy werden deze op de exportmarkt geleverd aan Bahrein, Brazilië, Chili, Ethiopië, Indonesië, Iran, Jordanië, Kenia, Maleisië, Mexico, Marokko, Jemen, Saoedi-Arabië, Singapore, Zuid-Korea, Zuid-Vietnam, Soedan, Zwitserland, Taiwan, Thailand en Tunesië. De Oostenrijkse luchtmacht kon in 2005 haar verouderde Saab 35 Draken nog niet door de Eurofighter Typhoon vervangen en heeft als noodmaatregel tussen 2004-2008 van Zwitserland geleende F-5E Tiger II's gebruikt.

Trivia[bewerken]

  • In de film Top Gun worden F-5's met een aangepaste beschildering gebruikt als vijandige toestellen onder de naam Mig-28, een niet bestaand vliegtuig.

Externe links[bewerken]

Galerij[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Northrop F-5/F-20, Jerry Scutts, Ian Allan Ltd, 1986.
  • Northrop F-5, Jon Lake and Robert Hewson, World Airpower Journal, Vol 25, 1996.
  • Rise and fall of the aggressors, Lindsay Peacock, Air International, July 1995