Onze-Lieve-Vrouw van Guadalupe

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Deel van de serie over
Maria

Ook bekend als
"Heilige Maagd" of
"Moeder Gods"

Beslotentuinpiep.jpg
moeder van
Jezus

Onze-Lieve-Vrouw van Guadalupe (Spaans: Nuestra Señora de Guadalupe), kortweg de Maagd van Guadalupe (Spaans: Virgen de Guadalupe), is de beschermheilige van Mexico, en sinds 1945 van heel Latijns-Amerika. De viering van Nuestra Señora de Guadalupe vindt in Latijns-Amerika plaats op 12 december.

Onze-Lieve-Vrouw van Guadelupe op de originele mantel van de heilige Juan Diego

Inhoud

[bewerken] Geschiedenis

Onze-Lieve-Vrouw van Guadalupe zou, als Mariaverschijning, voor de eerste keer op zaterdag 9 december 1531 door de heilige Juan Diego Cuauhtlatoatzin (1474-1548) zijn aanschouwd. Juan Diego was een bekeerde Azteek, die die dag vroeg in de morgen op weg was naar de kerk van Santiago, in het dorp Tlatilolco. Het verhaal gaat dat hij bij de voet van de heuvel Tepeyac, in het huidige district Gustavo A. Madero vanuit de top van de heuvel een stem zijn naam hoorde roepen. Hij klom naar boven en zag een jonge vrouw van rond de veertien jaar oud, gekleed als een Indiaanse prinses. Ze vroeg hem in het Nahuatl: "Juanito, meest nederige van mijn zonen, waar ga je heen?" "Vrouwe, ik ben op weg naar de kerk voor de eucharistie." "Weet dan," zei de dame, "dat ik de heilige Maria, altijd maagd ben, moeder van de ware God. Ik wil dat er zonder uitstel hier een tempel wordt opgericht. Ga naar het bisschoppelijk paleis in Mexico-city en vertel de bisschop wat ik wil." Hij ging erheen, maar daar aangekomen lieten de dienaren hem uren wachten. De bisschop, de door Karel V in 1528 benoemde Spaanse Franciscaan Juan de Zumárraga, beluisterde hem via een tolk aandachtig, maar vroeg hem een andere keer terug te komen. Op zijn terugweg ontmoette Juan Diego Maria, en vroeg haar iemand anders te sturen die wel geloofd zou worden. Maria bemoedigde hem echter nogmaals naar de bisschop te gaan. Juan beloofde haar de volgende dag verslag te komen uitbrengen. De volgende dag, zondag, ging hij na de Mis opnieuw naar de bisschop, die hem intens ondervroeg. Ten slotte vroeg de bisschop Juan om een bewijs aan de Dame te vragen. Tevens stuurde hij in het geheim twee dienaren achter hem aan om zijn gangen na te gaan. Juan Diego verliet de bisschop, gevolgd door de twee, die hem echter in de buurt van Tepeyac kwijtraakten. Ze keerden onverrichter zake terug naar de bisschop met de mededeling dat het allemaal bedrog was. Juan Diego, echter, ontmoette Maria, die hem vertelde de volgende dag terug te komen voor het bewijs. Thuisgekomen vond hij zijn oom, met wie hij samenleefde, ernstig ziek. Hij bleef de volgende dag thuis om hem te verzorgen. Zijn oom, die zijn einde voelde naderen, vroeg hem om de volgende morgen vroeg na de Mis een priester te vragen om te komen. Dinsdag probeerde Juan Diego een eventuele verschijning van Maria te ontlopen om geen tijd te verliezen. Maar bij het passeren van de heuvel aan de andere kant, kwam zij die kant de berg af, vertelde hem dat zijn oom weer beter was en dat hij zich geen zorgen hoefde te maken. Ze vroeg hem de berg op te gaan, daar rozen te plukken en die naar haar te brengen. Met tegenzin - het was 12 december! - beklom hij de heuvel, en vond er tot zijn opperste verbazing verschillende soorten Castilliaanse rozen. Hij plukte ervan, bracht ze naar de Dame, die ze in zijn mantel ordende en hem zei dat hij die alleen aan de bisschop mocht laten zien. Hij droeg zijn bewijs in zijn cactusmantel, tilma, naar het paleis van de bisschop. De dienaren probeerden ze te pakken, maar dat lukte niet. In het bijzijn van de bisschop ontvouwde hij de mantel en liet de rozen op de grond vallen. Niet alleen waren dit de rozen waar de bisschop een tijd daarvoor in zijn gebed om gevraagd had als een teken van de hemel dat zijn missiewerk vruchten zou dragen, maar ook verscheen op de mantel de afbeelding van Maria zoals Juan Diego haar had gezien. Op het zien daarvan vielen de bisschop en zijn huisgenoten op hun knieën en baden om vergeving dat ze hem niet geloofd hadden. De bisschop stemde in met de bouw van een kapel, waar de afbeelding werd opgesteld. De oom van Juan Diego bleek bij thuiskomst helemaal genezen te zijn. Deze wonderen maakten zo'n indruk op de bevolking, dat alleen al in de jaren tot 1539 8 miljoen Indianen zich lieten dopen. De mantel wordt bewaard in de Basiliek van Guadalupe in Mexico-Stad.

In de loop der eeuwen is de Maagd van Guadalupe uitgegroeid tot een nationaal symbool. In 1737 werd ze patroonheilige van Mexico-Stad en in 1895 van het land. Sinds 1945 is ze beschermvrouwe van heel Latijns-Amerika, en in 1946 werd ze door paus Pius XII uitgeroepen tot patrones van de beide Amerika's. Gedurende de geschiedenis van Mexico is ze het symbool geweest voor onafhankelijkheidsstrijders en voorvechters van meer rechten voor de oorspronkelijke bevolking - Juan Diego was immers indiaan. Onder anderen Miguel Hidalgo droeg Onze-Lieve-Vrouw van Guadalupe op zijn banier, maar zelfs de hedendaagse socialistische Zapatistas gebruiken haar als symbool. Hetzelfde geldt voor de aanhangers van de linkse bevrijdingstheologie. Ook is ze de patrones van de pro-life beweging in America, vanwege de zwarte sherp om haar middel, die het Indiaans teken is voor zwangerschap. Op de mantel van Maria is bovendien op de plaats waar ze Jezus in haar schoot draagt het Azteekse teken Nahui Ollin te vinden, dat staat voor het centrum van de wereld. Haar zwangerschap past precies bij de tijd van de verschijningen, die midden in de advent vallen, de tijd voor Kerstmis. Het feest van Onze Lieve Vrouw van Guadalupe wordt elk jaar gevierd op 12 december. De heiligverklaring van Juan Diego vond plaats in 2002. Veel Mexicaanse katholieken waren erg blij met de eerste canonisatie van een indiaan. Er was echter ook kritiek; volgens sommige historici zou Juan Diego namelijk nooit hebben bestaan. Volgens het Vaticaan zijn er echter genoeg historische bewijzen.

De bedevaartplaats van Onze-Lieve-Vrouw van Guadalupe is de Mariale bedevaartsplaats met de meeste bezoekers ter wereld.

[bewerken] Oorsprong

De etymologie van het woord "Guadalupe" is onzeker; Maria zou zichzelf zo genoemd hebben toen ze aan Juan Diego verscheen. Het is mogelijk een verbastering van het Nahuatl Coatlaxopeuh, dat wordt uitgesproken als "quatlasupe", wat lijkt op Guadalupe. Dit woord betekent "degene die de slang vernietigt", waarbij "Coa" staat voor slang, "tla" voor die, en "xopeuh" voor vertrappen. De slang zou dan slaan op Azteekse goden als de slangengod Quetzalcoatl en de uit slangen bestaande Godin Tonantzin, die door de christelijke religie verslagen zouden worden. De Spaanse missionarissen hebben er uiteindelijke "Guadalupe" van gemaakt, als verwijzing naar het beeld van de Zwarte Madonna van Guadalupe in Spanje. Uiteraard is de verwijzing ook naar Genesis 3,15, waarin de slang voor de Satan staat.

De verering van maagd van Guadalupe kan op meerdere manieren gezien worden als de voortzetting van de verering van de Azteekse godin Tonantzin. Tonantzin was evenals Maria een moederfiguur, en een tempel die aan haar gewijd was bevond zich precies op de plaats waar Juan Diego Maria aanschouwd zo hebben. Kerkelijke autoriteiten hebben destijds dan ook alle zeilen bijgezet om te voorkomen dat de verschijning zou worden opgevat als een verschijning van Tonantzin. Tegenwoordig wordt de Maagd van Guadalupe door sommige indianen weer vereerd als Tonantzin, en is Tonantzin in deze verschijningsvorm ook populair bij Mexicaans-Amerikaanse organisaties als MEChA.

Beeld van paus Johannes Paulus II met Onze-Lieve-Vrouw van Guadalupe, dit beeld is gemaakt van sleutels die door Mexicanen zijn gedoneerd. De kunstenaar wil aantonen dat de Mexicanen de paus de sleutel van hun hart hebben gegeven, Francisco Cárdenas Martínez ("Pancho Cárdenas")

Het is overigens zeer twijfelachtig of de Maagd van Guadalupe echt een voortzetting is van Tonantzin, of althans niet op de manier waarop voorstanders van deze hypothese dat voorstellen. Tonantzin, waarvan een beeld in het Antropologisch museum van Mexico-City staat, was een godin bestaande uit slangen. Maria staat in haar afbeelding op de tilma juist op de slang, die in de Joods-Christelijke traditie staat voor de satan.

Volgens anderen is het echter waarschijnlijk dat de Franciscanen bewust een op Tonantzin lijkende cultus hebben bevorderd om zo de evangelisatie te bevorderen. Sommige indianen zien de Maagd van Guadalupe dan ook juist helemaal niet als indiaans symbool, maar als teken van katholieke onderdrukking van de oorspronkelijke indiaanse cultuur.

Andere bekende mariaverschijningen in Mexico zijn Onze-Lieve-Vrouw van Ocotlán in Tlaxcala en Onze-Lieve-Vrouw van Zapopan en Onze-Lieve-Vrouw van San Juan de los Lagos, beiden uit Jalisco.

[bewerken] Afbeeldingen in ogen van afbeelding

In beide ogen van de afbeelding van Onze Lieve Vrouw van Guadalupe zijn afbeeldingen van mensen gevonden.[1] De eerste die dit opviel was de fotograaf Marcué in 1926, die er in 1929 een notitie over schreef. In 1956 bekeken onafhankelijk van elkaar de ophthalmoloog Dr. Rafael Torrija Lavoignet en Dr. Javier Torroella Bueno de ogen met een ophthalmoscoop. Zij observeerden een duidelijke menselijke figuur op de hoornvliezen van beide ogen, waarbij de locatie en vervorming precies overeenkwamen met een levend oog (de zgn. Purkinje-Sanson beelden). In 1979 ontdekte Dr. Jose Aste Tonsmann op hoge-resolutie afbeeldingen van de ogen (2500x vergroot) nog meer mensen, wel 13 totaal. Dezelfde mensen zijn in beide ogen present, maar onder verschillende hoeken, volgens de verhoudingen van echte ogen.[2] Ze laten de mensen zien die op het moment van het openen van de tilma in de kamer waren, zoals Juan Diego, de bisschop en de dienaren. Recentelijk zijn in beide pupillen ook afbeeldingen van gezinnen gevonden.

[bewerken] Controverses

De Maagd op het banier van Miguel Hidalgo

Hoewel de Maagd van Guadalupe in Mexico ongekend populair is, heeft zij herhaaldelijk tot controverses geleid. Haar echtheid wordt bijvoorbeeld niet geaccepteerd door sceptici[3] maar ook enkele prominente katholieken hebben hun twijfels geuit over de echtheid van de Mariaverschijning. In 1996 uitte Guillermo Schulenberg, abt van de Basiliek van Guadalupe, zijn twijfels over de goddelijke oorsprong van de Maagd van Guadalupe, waarna hij onder druk moest aftreden.

Al in de zestiende eeuw bekritiseerden franciscaner monniken de verering van de Maagd van Guadalupe, omdat ze bang waren dat deze schildering door indianen zou worden opgevat als goddelijk, maar dan wel van de 'verkeerde' god, namelijk Tonantzin, die vóór de verschijning op dezelfde heuvel Tepeyac werd vereerd. In 1556 werd na een officieel onderzoek al vastgesteld dat de afbeelding gewoon geschilderd was, en wel door een indiaan genaamd Marcos.[4] De conclusie van het onderzoek werd echter zeker niet door iedereen gedeeld. De toenmalige aartsbisschop hield het jaar voorafgaand aan het onderzoek nog een preek die getuigde van zijn vaste geloof in de bovennatuurlijke oorsprong van de afbeelding, en heeft in de jaren erna zelfs een nog grotere kerk voor de tilma laten bouwen. Er zijn in de afgelopen jaren bovendien verschillende 16e eeuwse documenten opgedoken, die aantonen dat er wijdverbreid geloof was in de wonderbaarlijke verschijning van Maria van Guadalupe. Zo zijn er vier Azteekse jaarboeken ontdekt door Mariano Cuevas en Bravo Ugarte, waarin de chronologie van de gebeurtenissen is opgetekend. Later werd ook het oudste relaas, "Dat wat is verteld", Nican Mopohua van de Indiaan Antonio Valeriano (1520-1605) gevonden, dat geschreven is tussen 1540 en 1545. Deze Nican Mopohua werd in 1649 opnieuw uitgegeven door Luis Laso de la Vega onder de titel Huei tlamahuiçoltica. Uit 1573 stamt verder het "Primitief relaas" van de Spaanse historicus Juan de Tovar die het heeft overgeschreven van een nog ouder origineel.

De laatste jaren is er flink wat wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de afbeelding op de tilma. Infraroodfotografie heeft aangetoond dat bepaalde later toegevoegde delen van de afbeelding, zoals de stralen, met behulp van schetslijnen zijn gemaakt, en dat voor het schilderen van die delen ook een kwast is gebruikt. Deze delen bladeren geleidelijk af. Het ontstaan van de essentie van de afbeelding blijft echter voor alle onderzoekers onverklaarbaar.[5] Hetzelfde infraroodonderzoek heeft nl. aangetoond dat er geen voorschets voor de afbeelding is gemaakt. Maar, belangrijker nog, ook de kleurstoffen zijn niet bekend, en de manier waarop de kleuren op de ongeprepareerde ruwe stof van cactusplanten zijn aangebracht blijft een raadsel. De afbeelding brokkelt na al die eeuwen nog steeds niet af. Bovendien is de levensduur van een normale tilma zo rond de 20 jaar (zoals bleek uit kopieën die van de afbeelding werden gemaakt op tilma's), terwijl de vereerde mantel nu nog geen tekenen van verval vertoont. Een ander interessant feit is dat Father Mario Sanchez en Dr. Juan Hernandez Illescas in 1981 ontdekt hebben dat de plaats van de sterren op de mantel precies overeenkomt met de constellaties ten tijde van de verschijningen in de morgen van 12 december 1531, de dag van het wintersolstitium, de dag waarop de overwinnnig van de zon op de duisternis gevierd werd door de indianen.[1][6]

Onder indianen, bij wie de Maagd van Guadalupe het populairst is, is door enkelen kritiek geleverd op de Spaanse afkomst van Guadalupe, en sommigen beschouwen haar dan ook niet als werkelijk indiaans. Sommige andere indianen zien pogingen te bewijzen dat de 'indiaanse' Maagd van Guadalupe niet bestaan heeft dan weer als racisme.

[bewerken] Genoemd naar de Maagd van Guadalupe

De Orde van Onze Lieve Vrouwe van Guadalupe

[bewerken] Externe links

[bewerken] Algemene sites

[bewerken] De ogen van de afbeelding

[bewerken] Het feest van O.L. Vrouw van Guadalupe

[bewerken] Video

Voor de onderstaande videofilms op YouTube is Adobe Flash benodigd.

[bewerken] Literatuur

  • Carl Anderson, Eduardo Chávez, Our Lady of Guadalupe. Mother of the Civilization of Love (New York: Doubleday, 2009)
  • Thomas Ascheman, The Conversion of the Missionary. An Interpretation of the Guadalupan Narrative (Unpublished Ph.D. Thesis, Washington, DC: Catholic University of America, 1991);
  • D.A. Brading, Mexican Phoenix: Our Lady of Guadalupe: Image and Tradition, 1531-2000 (New York: Cambridge University Press, 2001);
  • François Brune, La Vierge du Mexique, ou le miracle le plus spectaculaire de Marie (Paris: Le gardin des livres, 2008);
  • Eduardo Chavez, auteur (Carmen Trevino en Veronica Montano, vertalers) Our Lady of Guadalupe and Saint Juan Diego: The Historical Evidence [Celebrating Faith: Explorations in Latino Spirituality and Theology] (Rowman & Littlefield Publishers, Inc., 2006);
  • Meg Garduño, Immaculate Immigrant (Trafford Publishing, 2010)
  • Jean Mathiot, L'Indien Juan Diego et Notre-Dame de Guadalupe (Paris: Téqui, 2003);
  • Francis Johnston, The Wonder of Guadalupe. The Origin and Cult of the Miraculous Image of the Blessed Virgin in Mexico (Rockford, Ill.: Tan Books, 1981);
  • Francis Johnston, A Handbook on Guadalupe (Waite Park, MN: Park Press, 1997);
  • Jacques Lafaye, Quetzalcoatl and Guadalupe(American Council of Learned Societies, Benjamin Keen, Octavio Paz, 1987);
  • Timothy Matinova, "Theologies of Guadalupe: From the Spanish Colonial Era to Pope John Paul II", in Theological Studies 70(2009), pp. 61–91
  • Xavier Noguez, Documentos guadalupanos, un estudio sobre las fuentes de información tempranas en torno a las mariofanías del Tepeyac (Fondo de Cultura Económica, 1993);
  • Xavier Noguez, The Apparition and the Early Cult of the Virgin of Guadalupe in Tepeyac, Mexico City: A Study of Native and Spanish Sources Written in the Sixteenth and Seventeenth Centuries (Tulane University, 1985);
  • Stafford Poole, Our Lady of Guadalupe. The Origins and Sources of a Mexican National Symbol (1531-1797) (Tucson, Ar.: University of Arizona Press, 1995);
  • Jeanette Rodríguez, Fr. Virgilio Elizondo, Our Lady of Guadalupe: faith and empowerment among Mexican-American women (Austin: University of Texas Press, 1994);
  • Jody Brant Smith, The Image of Guadalupe (Macon, GA: Mercer University Press, in association with Gracewing/Fowler Wright Books Ltd., 1994);
  • The Story of Guadalupe. Luis Laso de la Vega's Huei tlamahuiçoltica of 1649. Edited and Translated by Lisa Sousa, Stafford Poole, and James Lockhart (Stanford, Cal.: Stanford University Press, 1998);
  • Manuela Testoni, Jordan Aumann, Our Lady of Guadalupe. History and Meaning of the Apparitions (Publ. St. Paul, 2001)
  • José Aste Tönsmann, El Secreto de sus Ojos: Estudio de los Ojos de la Virgen de Guadalupe (México: Tercer Milenio S.A., 1999)

[bewerken] Noten

  1. a b http://web.mac.com/alhernant/Agua_Viva/Testimonio_los_Misterios_de_la_Imagen_de_la_Virgen_de_Guadalupe_files/SCIENCE_GUADALUPE_VIRGIN.doc
  2. José Aste Tönsmann, El Secreto de sus Ojos: Estudio de los Ojos de la Virgen de Guadalupe (México: Tercer Milenio S.A., 1999)
  3. http://guadalupe.luxdomini.com
  4. http://www.csicop.org/sb/show/miraculous_image_of_guadalupe/
  5. Philip S. Callahan, The Tilma Under Infra-Red Radiation (Washington: CARA, 1981)
  6. http://www.catholicintl.com/catholicissues/New_Discoveries_on_the_Tilma.pdf
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen