Onze-Lieve-Vrouw van Guadalupe

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Deel van de serie over
Maria
Mariabeeld
moeder van
Jezus

Onze-Lieve-Vrouw van Guadalupe (Spaans: Nuestra Señora de Guadalupe), kortweg de Maagd van Guadalupe (Spaans: Virgen de Guadalupe), is de beschermheilige van Mexico, en sinds 1945 van heel Latijns-Amerika. De viering van Nuestra Señora de Guadalupe vindt wereldwijd plaats op 12 december.

Onze-Lieve-Vrouw van Guadelupe op de originele mantel van de heilige Juan Diego

Geschiedenis[bewerken]

Volgens een sterkte overlevering is Maria, de moeder van Jezus, voor de eerste keer op zaterdag 9 december 1531 aan de heilige Juan Diego Cuauhtlatoatzin (1474-1548) verschenen. Juan Diego was een bekeerde Azteek, die die dag vroeg in de morgen op weg was naar de kerk van Santiago, in het dorp Tlatilolco, gelegen in het huidige Mexico City. Het verhaal gaat dat hij bij de voet van de heuvel Tepeyac, in het huidige district Gustavo A. Madero vanuit de top van de heuvel een stem zijn naam hoorde roepen. Hij klom naar boven en zag een jonge vrouw van rond de veertien jaar oud, gekleed als een Indiaanse prinses. Ze vroeg hem in het Nahuatl: "Juanito, meest nederige van mijn zonen, waar ga je heen?" "Vrouwe, ik ben op weg naar de kerk voor de Heilige Mis." "Weet dan," zei de dame, "dat ik de heilige Maria, altijd maagd ben, de Moeder van de ware God, door wie wij bestaan. De Moeder van de Schepper van alle dingen, de Heer van de hemel en van de aarde. Ik zou graag hebben dat men hier tot mijn eer een kerk zou bouwen waar ik me wil openbaren. Zo wil ik aan de mensen heel mijn liefde, mijn medelijden, mijn hulp en bescherming aanbieden. Want ik ben uw Moeder vol barmhartigheid, de moeder van alle mensen op aarde, van allen die van mij houden, die mij aanroepen en die in mij hun vertrouwen stellen. Hier wil ik naar hun jammerklachten luisteren en hun ellende, hun nood en leed verzachten. Om mijn plannen uit te voeren, stuur ik u naar het bisschoppelijk paleis van Mexico. Zeg tegen de bisschop dat ik het ben die u stuurt en dat ik verlang dat hier een kerk wordt gebouwd." [1]

Hij ging erheen, maar daar aangekomen lieten de dienaren hem uren wachten. De aartsbisschop, de door koning Karel I van Spanje in 1528 benoemde Spaanse franciscaan Juan de Zumárraga (1468-1548),[2] beluisterde hem via een tolk aandachtig, maar vroeg hem een andere keer terug te komen. Op zijn terugweg ontmoette Juan Diego Maria weer op dezelfde plaats en vroeg haar iemand anders te sturen die wel geloofd zou worden. Maria bemoedigde hem echter nogmaals naar de bisschop te gaan. Juan beloofde haar de verslag te komen uitbrengen.

De volgende dag, zondag, ging hij na de Heilige Mis opnieuw naar de bisschop, die hem intens ondervroeg. Ten slotte vroeg de bisschop aan Juan Diego om een bewijs aan de Dame te vragen. Tevens stuurde hij in het geheim twee dienaren achter hem aan om zijn gangen na te gaan. Juan Diego verliet de bisschop, gevolgd door de twee, die hem echter in de buurt van Tepeyac kwijtraakten. Ze keerden onverrichter zake terug naar de bisschop met de mededeling dat het allemaal bedrog was. Juan Diego, echter, ontmoette Maria, die hem vertelde de volgende dag terug te komen voor het bewijs. Thuisgekomen vond hij zijn oom, bij wie hij woonde, ernstig ziek. Hij bleef de volgende dag thuis om hem te verzorgen. Zijn oom, die zijn einde voelde naderen, vroeg hem om de volgende morgen vroeg na de Mis een priester te vragen om te komen. Om geen tijd te verliezen probeerde Juan Diego een eventuele verschijning van Maria te ontlopen, door via de andere kant van de heuvel te gaan. Maar bij het passeren van de heuvel aan de andere kant, kwam zij van die kant de berg af en zei hem dat hij zich geen zorgen hoefde te maken: "Luister goed naar wat ik zeg en laat het doordringen in uw hart: laat niets u schrik aanjagen of verdrietig maken. Laat uw hart niet in verwarring brengen. Vrees die ziekte niet en geen enkele andere ziekte of angst. Ik ben er toch, ik die uw moeder ben! Wees niet bedroefd om de ziekte van uw nonkel, hij zal niet sterven. Je mag gerust zijn en weten dat hij al genezen is." [3]

Getroost door deze woorden werd Juan Diego gevraagd door Maria om de berg op te gaan en daar rozen te plukken en die naar haar te brengen. Met tegenzin - het was 12 december! - beklom hij de heuvel, en vond er tot zijn opperste verbazing verschillende soorten Castiliaanse rozen. Hij plukte ervan, bracht ze naar de Dame, die ze in zijn tilma (mantel) ordende en hem zei dat hij die alleen aan de bisschop mocht laten zien. Hij droeg zijn bewijs in zijn cactusmantel, tilma, naar het paleis van de bisschop. De dienaren vroegen wat er in de mantel zat, maar Juan zei niets, en liet niet toe dat ze hem openden. Toch graaiden ze erin, maar voelden niets. In het bijzijn van de bisschop ontvouwde hij zijn tilma en liet de rozen op de grond vallen. Niet alleen waren dit de rozen waar de bisschop een tijd voordien in zijn gebed om gevraagd had, als een teken van de hemel dat zijn missiewerk vruchten zou dragen, maar ook verscheen op de mantel de afbeelding van Maria zoals Juan Diego haar had gezien. Op het zien daarvan vielen de bisschop en zijn huisgenoten op hun knieën en baden om vergeving dat ze hem niet geloofd hadden. De bisschop stemde in met de bouw van een kapel, waarmee direct werd begonnen en waar de afbeelding werd opgesteld. De oom van Juan Diego bleek bij thuiskomst helemaal genezen te zijn.

Verder verloop van de gebeurtenissen[bewerken]

Deze en andere wonderbaarlijke genezingen die vlak erna gebeurden, maakten zo'n indruk op de bevolking, dat alleen al in de jaren 1531-1539 8 miljoen Indianen zich lieten dopen. De mantel wordt bewaard in de Basiliek van Guadalupe in Mexico-Stad. In de loop der eeuwen is de Maagd van Guadalupe uitgegroeid tot een nationaal symbool. In 1737 werd ze patroonheilige van Mexico-Stad en in 1895 van het land. Sinds 1945 is ze beschermvrouwe van heel Latijns-Amerika. In 1745 heeft het Vaticaan Diego's visioen als a mirakel erkend. In 1946 werd ze door paus Pius XII uitgeroepen tot patrones van de beide Amerika's. Gedurende de geschiedenis van Mexico is ze het symbool geweest voor onafhankelijkheidsstrijders en voorvechters van meer rechten voor de oorspronkelijke bevolking - Juan Diego was immers indiaan.[4] Onder anderen Miguel Hidalgo droeg Onze-Lieve-Vrouw van Guadalupe op zijn banier, maar zelfs de hedendaagse socialistische Zapatistas gebruiken haar als symbool.[5] Hetzelfde geldt voor de aanhangers van de linkse bevrijdingstheologie. Het feest van Onze Lieve Vrouw van Guadalupe wordt elk jaar gevierd op 12 december. De heiligverklaring van Juan Diego vond plaats in 2002. Overigens was niet iedereen blij met de grootschalige verering van Onze Lieve Vrouw van Guadalupe. Op 14 November 1921, tijdens het bewind van de fel-antikatholieke Mexicaanse President Plutarco Calles, ontplofte er tijdens een hoogmis een bom op een paar meter afstand van de afbeelding. Hoewel alle gebrandschilderde ramen de kerk uitgeblazen werden, en een groot metalen kruis dat er vlak bij stond volledig verboog, was niemand gewond en de afbeelding met het dunne beschermglas ervoor nog geheel intact. Veel Mexicaanse katholieken waren echter erg blij met de eerste canonisatie van een indiaan.

De bedevaartplaats van Onze-Lieve-Vrouw van Guadalupe kent de meeste katholieke pelgrims ter wereld: 20 miljoen per jaar.[6]

Oorsprong[bewerken]

De etymologie van het woord "Guadalupe" is onzeker; Maria zou zichzelf zo genoemd hebben toen ze aan Juan Diego verscheen. Het is volgens Mariano Jacobo Rojas van Tepoztlán in de 1890er jaren, en zijn leerling Ignacio Davila Gáribi,[7] mogelijk een verbastering van het Nahuatl Coatlaxopeuh,[8] dat wordt uitgesproken als "quatlasupe", wat lijkt op Guadalupe. Dit woord betekent "degene die de slang vernietigt", waarbij "Coa" staat voor slang, "tla" voor die, en "xopeuh" voor vertrappen. De slang zou dan slaan op Azteekse goden als de slangengod Quetzalcóatl[9] en de uit slangen bestaande godin Tonantzin, die door de christelijke religie verslagen zouden worden. De Spaanse missionarissen hebben er uiteindelijke "Guadalupe" van gemaakt, als verwijzing naar het beeld van de Zwarte Madonna van Guadalupe in Spanje. Uiteraard is de verwijzing ook naar Genesis 3,15, waarin de slang voor de satan staat.

De verering van maagd van Guadalupe kan op meerdere manieren gezien worden als de voortzetting van de verering van de Azteekse godin Tonantzin. Tonantzin was evenals Maria een moederfiguur, en een tempel die aan haar gewijd was bevond zich precies op de plaats waar Juan Diego Maria aanschouwd zo hebben. Kerkelijke autoriteiten hebben destijds dan ook alle zeilen bijgezet om te voorkomen dat de verschijning zou worden opgevat als een verschijning van Tonantzin. Tegenwoordig wordt de Maagd van Guadalupe door sommige indianen weer vereerd als Tonantzin, en is Tonantzin in deze verschijningsvorm ook populair bij Mexicaans-Amerikaanse organisaties als MEChA.

Beeld van paus Johannes Paulus II met Onze-Lieve-Vrouw van Guadalupe, dit beeld is gemaakt van sleutels die door Mexicanen zijn gedoneerd. De kunstenaar wil aantonen dat de Mexicanen de paus de sleutel van hun hart hebben gegeven, Francisco Cárdenas Martínez ("Pancho Cárdenas")

Het is overigens zeer twijfelachtig of de Maagd van Guadalupe echt een voortzetting is van Tonantzin, althans op de manier waarop voorstanders van deze hypothese dat voorstellen. Tonantzin, waarvan een beeld in het Antropologisch museum van Mexico-City staat, was een godin bestaande uit slangen. Maria staat in haar afbeelding op de tilma juist op de slang, die in de Joods-Christelijke traditie staat voor de satan, die door de Moeder Gods vertrapt wordt zoals voorspeld in gen. 3,15.

Volgens anderen is het echter waarschijnlijk dat de franciscanen bewust een op Tonantzin lijkende cultus hebben bevorderd om zo de evangelisatie te bevorderen. Sommige indianen zien de Maagd van Guadalupe dan ook juist helemaal niet als indiaans symbool, maar als teken van katholieke onderdrukking van de oorspronkelijke indiaanse cultuur.

Andere bekende mariaverschijningen in Mexico zijn Onze-Lieve-Vrouw van Ocotlán in Tlaxcala en Onze-Lieve-Vrouw van Zapopan en Onze-Lieve-Vrouw van San Juan de los Lagos, beiden uit Jalisco.

Afbeeldingen in ogen van afbeelding[bewerken]

In beide ogen van de afbeelding van Onze Lieve Vrouw van Guadalupe zijn afbeeldingen van mensen gevonden.[10] [11] De eerste die dit opviel was de fotograaf Alfonso Marcué in 1926, die er in 1929 een notitie over schreef. Op 29 mei 1951 herontdekte Jose Carlos Salinas Chavez het beeld van een bebaarde man. 27 Maart 1956 bekeek Dr. Javier Torroella Bueno en iets later in dat jaar ook Dr. Rafael Torrija Lavoignet de ogen met een ophthalmoscoop. Zij observeerden een duidelijke menselijke figuur in beide ogen, waarbij de locaties en vervormingen van de 3 reflecties precies overeenkwamen met die van een levend oog (de zgn. Purkinje-Sanson beelden).[12] In 1979 ontdekte Jose Aste Tonsmann op hoge-resolutie afbeeldingen van de ogen (2500x vergroot) nog meer mensen, wel 13 totaal. Dezelfde mensen zijn in beide ogen present, maar onder verschillende hoeken, volgens de verhoudingen van echte ogen.[13] Ze laten de mensen zien die op het moment van het openen van de tilma in de kamer waren, zoals Juan Diego, de bisschop en de dienaren. Recentelijk zijn in beide pupillen ook afbeeldingen van gezinnen gevonden.[14]

Controverses over de bovennatuurlijke aard van de verschijning en afbeelding[bewerken]

Hoewel de Maagd van Guadalupe in Mexico ongekend populair is, heeft zij herhaaldelijk tot controverses inzake de interpretatie en de echtheid van het gebeuren en zelfs het bestaan van Juan Diego geleid.

De Maagd op het banier van Miguel Hidalgo

Zelfs enkele prominente katholieken hebben hun twijfels geuit over de historiciteit van de Mariaverschijning. In 1995 was het Guillermo Schulenberg, rector van de Basiliek van Guadalupe, die de goddelijke oorsprong van de afbeelding van de Maagd van Guadalupe ontkende,[15] waarna hij onder druk moest aftreden.

Daarnaast waren er zorgen over de pastorale consequenties. Al in de zestiende eeuw bekritiseerden franciscaner monniken de verering van de Maagd van Guadalupe, omdat ze bang waren dat deze schildering door indianen zou worden opgevat als goddelijk, maar dan wel van de 'verkeerde' god, namelijk Tonantzin, die vóór de verschijning op dezelfde heuvel Tepeyac werd vereerd.[16] Reeds op 8 sept. 1555 heeft Fray Francisco Bustamante, O.F.M. een preek gehouden, waarin hij de cultus afwees op grond van het gevaar van het verwarren van de cultus van beelden en de ware God.[17]

Historisch onderzoek naar de gebeurtenissen[bewerken]

In 1556 werd na een officieel onderzoek al vastgesteld dat de afbeelding gewoon geschilderd was, en wel door een indiaan genaamd Marcos.[18] De conclusie van het onderzoek werd echter zeker niet door iedereen gedeeld. De toenmalige aartsbisschop hield het jaar voorafgaand aan het onderzoek nog een preek die getuigde van zijn vaste geloof in de bovennatuurlijke oorsprong van de afbeelding, en heeft in de jaren erna zelfs een nog grotere kerk voor de tilma laten bouwen. In 1666 heeft er een wetenschappelijk onderzoek plaats gevonden door medici en schilders, die geen vervalsing konden constateren. Meer nog, in 1788 heeft men een andere afbeelding op een tilma opgehangen naast de oorspronkelijke; deze was binnen 8 jaar in de hete en vochtige atmosfeer vergaan.

Er zijn in de afgelopen jaren[19] bovendien verschillende 16e-eeuwse documenten opgedoken, die aantonen dat er wijdverbreid geloof was in de wonderbaarlijke verschijning van Maria van Guadalupe. Lang werd er gesproken van "de vier evangelisten" van Guadalupe:
1. de Mexicaanse priester Miguel Sánchez (1594-1674), die 1648 zijn Imagen de la Virgen María, Madre de Dios de Guadalupe schreef;
2. de kapelaan van het heiligdom Luis Laso de la Vega (c. 1600-1660), die in 1649 in het Nahuatl een eenvoudig verhaal schreef met de naam Huei tlamahuizoltica Omonexiti ilhuicac tlatocaçihuwapilli Sancta María totlaçolatzin Guadalupe in nican huei altepenahuac México itocayocan Tepeyacac[20] (De grote gebeurtenis waarin Onze Lieve Vrouw, koningin van de hemel, de heilige Maria, verscheen op de berg Tepeyac in Mexico), met twee delen, de Nican mopohua ("Dat wat is verteld"),[21] dat de verschijningen bevat, en de Nican moctepana dat de latere wonderen verhaalt;
3. de erudiete Luis Becerra Tanco (1603-1672) die in 1666 een wijd verbreid traktaat schreef; en
4. de jezuïet Francisco de Florencia, die in 1688 zijn studie La Estrella del Norte de México liet verschijnen.[22]
Later zijn er vier Azteekse jaarboeken ontdekt door Mariano Cuevas[23] en Bravo Ugarte, waarin de chronologie van de gebeurtenissen is opgetekend. Daarna werd ook het oorspronkelijke relaas achter het zojuist genoemde Nican Mopohua van Luis Laso de la Vega gevonden[24], namelijk het verhaal van de Indiaan Antonio Valeriano (1520-1605), dat geschreven is tussen 1540 en 1545.[25] Uit 1573 stamt verder het "Primitief relaas" van de Spaanse historicus Juan de Tovar die het heeft overgeschreven van een nog ouder origineel.
In 1995 ontdekte de Jezuïet Xavier Escalada de ook naar hem genoemde Codex uit het midden van de 16e eeuw, de Codex 1548 oftewel de Codex Escalada. Deze lijkt na verschillende onderzoeken authentiek te zijn, en bevestigt hiermee o.a. het bestaan van Juan Diego.[26] Volgens het Vaticaan waren er zo voldoende historische bewijzen om de canonisatie van Juan Diego in 2001 niet langer te laten ophouden.[27]

Wetenschappelijk onderzoek van de tilma[bewerken]

De laatste jaren is er flink wat wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de afbeelding op de tilma. Veel symbolen zijn gevonden.[28] Infraroodfotografie heeft aangetoond dat er geen voorschets voor de afbeelding is gemaakt, maar dat bepaalde later toegevoegde delen van de afbeelding, zoals de stralen, met behulp van schetslijnen zijn gemaakt, en dat voor het schilderen van die delen ook een kwast is gebruikt.[29] Deze laatste delen bladeren geleidelijk af. Het ontstaan van de essentie van de afbeelding blijft echter voor alle onderzoekers onverklaarbaar, hoewel sommige sceptici claimen dat er verfstoffen op de afbeelding zijn gevonden.[30] De manier waarop de kleuren op de ongeprepareerde ruwe stof van cactusplanten zijn aangebracht blijft echter een raadsel. De afbeelding brokkelt na al die eeuwen nog steeds niet af. Bovendien is de levensduur van een normale tilma zo rond de 20 jaar (zoals bleek uit kopieën die van de afbeelding werden gemaakt op tilma's), terwijl de vereerde mantel nu nog geen tekenen van verval vertoont. Een ander interessant feit is dat Father Mario Sanchez en Dr. Juan Hernandez Illescas in 1981 ontdekt hebben dat de plaats van de sterren op de mantel precies overeenkomt met de constellaties ten tijde van de verschijningen in de morgen van 12 december 1531, de dag van het wintersolstitium, de dag waarop de overwinnnig van de zon op de duisternis gevierd werd door de indianen.[31]

Pastorale en culturele interpretaties[bewerken]

Onder indianen, bij wie de Maagd van Guadalupe het populairst is, is door enkelen kritiek geleverd op de Spaanse afkomst van Guadalupe, en sommigen beschouwen haar dan ook niet als werkelijk indiaans. Sommige andere indianen zien pogingen te bewijzen dat de 'indiaanse' Maagd van Guadalupe niet bestaan heeft dan weer als racisme.[32]

Patrones van de Pro-Life beweging[bewerken]

Onze Lieve Vrouw van Guadalupe is de patrones van de pro-life beweging in America, vanwege twee verwijzingen naar haar zwangerschap op de afbeelding. De eerste is de zwarte sherp om haar middel, die het Indiaans teken is voor het in verwachting zijn. Op de mantel van Maria is bovendien op de plaats waar ze Jezus in haar schoot draagt het Azteekse teken Nahui Ollin te vinden, dat staat voor het centrum van de wereld. Haar zwangerschap past precies bij de tijd van de verschijningen, die midden in de advent vallen (9-12 dec), de tijd voor Kerstmis. Een volgens aanwezigen daarmee samenhangende wonderlijke gebeurtenis vond plaats op 24 april 2007, toen voor het oog van duizenden mensen tijdens een Mis voor het ongeboren leven gedurende een uur een lichtende vorm van een embryo op de afbeelding verscheen. Precies op deze dag werd voor Mexico City een wet aangenomen die abortus tot de 12e week legaal mogelijk maakte.[33] [34]

Genoemd naar de Maagd van Guadalupe[bewerken]

De Orde van Onze Lieve Vrouwe van Guadalupe

Externe links[bewerken]

Algemene sites[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Carl Anderson, Eduardo Chávez, Our Lady of Guadalupe. Mother of the Civilization of Love (New York: Doubleday, 2009)
  • Thomas Ascheman, The Conversion of the Missionary. An Interpretation of the Guadalupan Narrative (Unpublished Ph.D. Thesis, Washington, DC: Catholic University of America, 1991);
  • Paul Badde, Maria of Guadalupe: Shaper of History, Shaper of Hearts (Mexico City: Buena Prensa, 2005);
  • D.A. Brading, Mexican Phoenix: Our Lady of Guadalupe: Image and Tradition, 1531-2000 (New York: Cambridge University Press, 2001);
  • François Brune, La Vierge du Mexique, ou le miracle le plus spectaculaire de Marie (Paris: Le gardin des livres, 2008);
  • Eduardo Chavez, auteur (Carmen Trevino en Veronica Montano, vertalers) Our Lady of Guadalupe and Saint Juan Diego: The Historical Evidence [Celebrating Faith: Explorations in Latino Spirituality and Theology] (Rowman & Littlefield Publishers, Inc., 2006);
  • J. C. Espriella, "The Tilma of Guadalupe", in: International Workshop on the Scientific Approach to the Acheiropoietos Images (IWSAI), Frascati, 4– 6 mei 2010, pp. 197 – 20;
  • Fidel Gonzáles Fernández, Eduardo Chávez, José Luis Guerrero, Encuentro de la Virgen de Guadalupe y Juan Diego (Ed. Porrúa, 1999);
  • Lars A. Fischer, Nicht von Menschenhand – das Wunder von Guadalupe (Güllesheim: Silberschnur, 2007);
  • Javier Garcia, La Vergine Guadalupe (Camerata Picena: Shalom, 2008);
  • Meg Garduño, Immaculate Immigrant (Trafford Publishing, 2010);
  • Jean Mathiot, L'Indien Juan Diego et Notre-Dame de Guadalupe (Paris: Téqui, 2003);
  • Francis Johnston, The Wonder of Guadalupe. The Origin and Cult of the Miraculous Image of the Blessed Virgin in Mexico (Rockford, Ill.: Tan Books, 1981);
  • Francis Johnston, A Handbook on Guadalupe (Waite Park, MN: Park Press, 1997);
  • Jacques Lafaye, Quetzalcoatl and Guadalupe. The Formation of Mexican National Consciousness (Chicago: University of Chicago Press, 1976)
  • Miguel Leatham, "Indegenista hermeneutics and the historical meaning of Our Lady of Guadalupe of Mexico", in: Folklore Forum 22(1989)1/2, pp. 27-39 (https://scholarworks.iu.edu/dspace/bitstream/handle/2022/2068/22(1,2)%2027-39.pdf?sequence=1)
  • Timothy Matinova, "Theologies of Guadalupe: From the Spanish Colonial Era to Pope John Paul II", in Theological Studies 70(2009), pp. 61–91;
  • Xavier Noguez, Documentos guadalupanos, un estudio sobre las fuentes de información tempranas en torno a las mariofanías del Tepeyac (Fondo de Cultura Económica, 1993);
  • Xavier Noguez, The Apparition and the Early Cult of the Virgin of Guadalupe in Tepeyac, Mexico City: A Study of Native and Spanish Sources Written in the Sixteenth and Seventeenth Centuries (Tulane University, 1985);
  • Mary O'Connor, "The Virgin of Guadalupe and the Economics of Symbolic Behavior", in: The
  • Ramon A. Pedrosa, TEPEYAC -- Our Lady of ‘Guadalupe’ revisited. (Central Books. 2006)
  • Claudio Perfetti, La madonna di Guadalupe. Fascino e mistero d'una immagine (Messico, 1531) (San Paolo Edizioni, 2003);
  • Stafford Poole, Our Lady of Guadalupe. The Origins and Sources of a Mexican National Symbol (1531-1797) (Tucson, Ar.: University of Arizona Press, 1995);
  • Stafford Poole, The Guadalupan Controversies in Mexico (Stanford, CA: Stanford University Press, 2006);
  • Christopher Rengers, OFM Cap., Mary of the Americas (New York, St. Pauls, Alba House, 1989);
  • Jeanette Rodríguez, Fr. Virgilio Elizondo, Our Lady of Guadalupe: faith and empowerment among Mexican-American women (Austin: University of Texas Press, 1994);
  • Carlos Salinas Saucedo, Descubrimiento en los ojos de la Virgen de Guadalupe (Ediciones Ruz, 2008)
  • L. Schiatti, La Madonna di Guadalupe. Dono di Dio o dipinto dell'uomo? (San Paolo Edizioni, 2008)
  • Jody Brant Smith, The Image of Guadalupe (Macon, GA: Mercer University Press, in association with Gracewing/Fowler Wright Books Ltd., 1994);
  • The Story of Guadalupe. Luis Laso de la Vega's Huei tlamahuiçoltica of 1649. Edited and Translated by Lisa Sousa, Stafford Poole, and James Lockhart (Stanford, Cal.: Stanford University Press, 1998);
  • Manuela Testoni, Jordan Aumann, Our Lady of Guadalupe. History and Meaning of the Apparitions (Publ. St. Paul, 2001)
  • José Aste Tönsmann, El Secreto de sus Ojos: Estudio de los Ojos de la Virgen de Guadalupe (México: Tercer Milenio S.A., 1999)

Noten[bewerken]

  1. http://www.blogimages.bloggen.be/willibrord/attach/149917.pdf Lezing op Radio Maria Nederland van E.H. Kapelaan Karel Loodts, p. 5
  2. Anacleto Ma. Vázquez, Mariano Cuevas, Leopoldo Campos, O.F.M. Cango. Lic. J. Garcia Gutierrez, Lic. José Vasconcelos, Alfonso Cerezo, José Bravo Ugarte, Fidel de J. Chauvet, Raymundo Solando, Estudios sobre Fray Juan de Zumarraga (Numero extraordinario de los anales de la provincia del Santo Evangelio, ano VII, numero 2), Mexico, 1950; José Bravo Ugarte, Diócesis y obispos de la iglesia mexicana, 1519-1965 Colección "México heroico," no. 39 (University of Michigan: Editorial Jus, 1965)
  3. http://www.blogimages.bloggen.be/willibrord/attach/149917.pdf Lezing op Radio Maria Nederland van E.H. Kapelaan Karel Loodts, p. 7
  4. vgl. Eduardo A. Ortiz-Ramirez, The Virgin of Guadalupe and Mexican Nationalism: Expressions of Criollo patriotism in colonial images of the Virgin of Guadalupe, M.A., Reno,University of Nevada, 2008
  5. Vgl. Ernesto De la Torre Villar, En Torno a1 guadalupanismo, México: Miguel Angel Porrúa, 1985
  6. http://www.arcworld.org/downloads/ARC%20pilgrimage%20statistics%20155m%2011-12-19.pdf
  7. zie zijn Breve estudio histórico-etimológico acerca del vocablo "Guadalupe", México: Imp. Emilio Pardo e Hijos, 1936, 4e druk
  8. Vgl. https://en.wikipedia.org/wiki/Coatlaxopeuh
  9. ; J. Lafaye, Quetzalcóatl y Guadalupe. La formación de la conciencia nacional en México, México, 1977
  10. http://www.youtube.com/watch?v=b_mhXe7pvsM ; http://www.youtube.com/watch?v=Ds7nD_QNeKA ; http://www.cathetel.com/guadalupe.htm
  11. http://www.sancta.org/eyes.html; http://infallible-catholic.blogspot.nl/2012/04/miraculous-image-of-our-lady-of.html; http://www.youtube.com/watch?v=c1bC1A-cHXc; http://www.youtube.com/watch?v=-m4QiDjd4jY
  12. vgl. http://www.youtube.com/watch?v=Mu1s-Ck3s4E
  13. José Aste Tönsmann, El Secreto de sus Ojos: Estudio de los Ojos de la Virgen de Guadalupe (México: Tercer Milenio S.A., 1999)
  14. http://www.ewtnnews.com/catholic-news/Americas.php?id=6066
  15. Vgl. zijn uitspraken in Ixtus (Espiritu y Cultura) (1995)nr. 15
  16. Vgl. R. Nebel, Santa María Tonantzin, virgen de Guadalupe. Religiöse Kontinuität und Transformation in Mexico, Immensee: Neue Zeitschrift für Missionswissenschaft, 1992 (NZM, Supplementa, vol. 40). Een recensie van dit boek is: Teodoro Hampe Martínez, in: Historia mexicana: México, D.F.: El Colegio de México, Centro de Estudios Históricos: v. 43, no. 4 (172) (abr.-jun. 1994), pp. 709-712 (http://codex.colmex.mx:8991/exlibris/aleph/a18_1/apache_media/CDY6Y9TCPJQQTIMKHKHBTLTSTDP6VY.pdf)
  17. Jacques Lafaye, Quetzalcoatl and Guadalupe: The Formation of Mexican National Consciousness 1531-1813, Chicago: University of Chicago Press, 1976, pp. 238vv.; Robert Ricard, The Spiritual Conquest of Mexico: An Essay on the Apostolate and the Evangelizing Methods of the Mendicant Orders in New Spain, 1523-1572, University of California Press, 1982, pp. 189vv.
  18. http://www.csicop.org/sb/show/miraculous_image_of_guadalupe/
  19. Vgl. Eduardo Chávez, Our Lady of Guadalupe and Saint Juan Diego: The Historical Evidence, Lanham, MA: Rowman & Littlefield Publ., 2006
  20. México: Impressora de Juan Ruíz, 1649
  21. vgl. voor de tekst:http://web.archive.org/web/20071022042328/www.interlupe.com.mx/nican-e.html
  22. http://www.arcaneknowledge.org/catholic/guadalupe.htm
  23. J. Bravo Ugarte, "El P. Mariano Cuevas, S.J., 1879–1949", in: Revista de historia de América 27(1949), pp. 103–107
  24. Zie de bijlage van: http://immaculateimmigrant.org/images/immaculate-immigrant.pdf (pp. 72-91)
  25. A. Valeriano, Nican Mopohua, Mexico: M. Rojas, 1998; J.L. Guerrero, El Nican Mopohua, un intento de exegesis, 2vols., México: Universidad Pontificia de México, 1998
  26. http://www.cronica.com.mx/notas/2002/38362.html
  27. http://www.ewtn.com/library/MARY/JDIEGO.HTM
  28. http://anthonybrach.tripod.com/guadalupe.html
  29. Philip Serna Callahan, The Tilma Under Infra-Red Radiation: An Infrared and Artistic Analysis of the Image of the Virgin Mary in the Basilica of Guadalupe (Washington, DC: Center for Applied Research in the Apostolate, 1981; http://www.youtube.com/watch?v=DIbT3FBaPTU&feature=related
  30. http://www.csicop.org/sb/show/miraculous_image_of_guadalupe/
  31. http://catholicintl.com/new-discoveries-of-the-constellations-on-the-tilma-of-our-lady-of-guadalupe/
  32. Thomas Ascheman, The Conversion of the Missionary. An Interpretation of the Guadalupan Narrative (Unpublished Ph.D. Thesis, Washington, DC: Catholic University of America, 1991);
  33. http://www.igw-resch-verlag.at/resch/index.html?artikel/guadalupe.html
  34. http://www.youtube.com/watch?v=KRXUCqiBKP4