Plestiodon anthracinus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Plestiodon anthracinus
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2007)
Skink.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Reptilia (Reptielen)
Orde: Squamata (Schubreptielen)
Onderorde: Lacertilia (Hagedissen)
Familie: Scincidae (Skinken)
Geslacht: Plestiodon
Soort
Plestiodon anthracinus
(Baird, 1849)
Verspreiding van de twee ondersoorten: P.a. anthracinus (blauw), P.a. pluvialis (oranje) en gemengde populaties (groen).
Verspreiding van de twee ondersoorten: P.a. anthracinus (blauw), P.a. pluvialis (oranje) en gemengde populaties (groen).
Plestiodon anthracinus op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Reptielen

Plestiodon anthracinus is een hagedis uit de familie skinken (Scincidae). Lange tijd behoorde de soort tot het geslacht Eumeces, maar dit wordt beschouwd als verouderd.[2]

Beschrijving[bewerken]

Deze skink behoort tot de zogenaamde vierstreepskinken, vanwege de vier strepen op de rug, een sterk gelijkende soort is Plestiodon tetragrammus. De kleur van de rug is bruin, en aan weerszijden van de rug lopen twee geelbruine strepen, evenals twee strepen op de onderzijde van de flank. Deze strepen lopen van vooraan de kop tot op de staart. Tussen de streep op de rug en die aan de onderzijde van de flank is de kleur veel donkerder dan op de rug, meestal bijna zwart. De staart is erg lang en dik, de poten relatief klein en de schubben zijn erg glad. Tijdens de paartijd zijn de zijkanten van de kop van de mannetjes in een aantal streken roodachtig gekleurd.

Voorkomen en habitat[bewerken]

Plestiodon anthracinus komt voor in het oosten van de Verenigde Staten, het verspreidingsgebied verschilt per ondersoort. Ze leven in open gebieden met een houtige begroeiing en veel bladeren of vegetatie waar ze in kunnen schuilen, en liefst enkele stenen die boven het maaiveld uitsteken zodat ze goed kunnen zonnen en de omgeving in de gaten houden. Stenige hellingen, weilanden en bosranden zijn geschikte biotopen. Ze komen vaak voor in de buurt van vennetjes en heldere stroompjes en opmerkelijk is dat ze bij gevaar in het water springen en enige tijd op de bodem onder een steen schuilen. De paring vindt plaats in de lente of vroege zomer, er worden ongeveer 8 of 9 eitjes gelegd. Zoals bijna alle Eumeces-soorten hebben de juvenielen een helder blauwe staart om vijanden af te leiden maar deze kleur vervaagt naarmate ze ouder worden. Het voedsel bestaat uit insecten en andere kleine ongewervelden.

Ondersoorten[bewerken]

Er zijn twee ondersoorten die uiterlijk niet veel verschillen maar wel wat het verspreidingsgebied betreft;

  • 'Noordelijke' variatie (P.a. anthracinus); komt voor in de staten New York en Pennsylvania en heeft enkele geïsoleerde populaties in de Appalachen, blauw in de figuur. Deze ondersoort heeft wat duidelijkere strepen, vooral de juvenielen maar ook volwassen dieren.
  • 'Zuidelijke' variatie (P.a. pluvialis); komt voor in het oostelijke Mexicaanse Golfkust in de staten Florida, Louisiana, Mississippi, Kansas, Missouri en Texas, oranje in de figuur. Juveniele dieren hebben zeer lichte, nauwelijks waarneembare strepen op de rug.

In de staten Alabama en Georgia komen beide ondersoorten voor, groen in de figuur.

Bronvermelding[bewerken]

Referenties

Bronnen

  • (en) Peter Uetz & Jakob Hallermann - The Reptile Database – Plestiodon anthracinus - Website Geconsulteerd 2 februari 2012