Politiek misdrijf

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een politiek misdrijf is een misdrijf dat zowel door zijn opzet als door zijn uitwerking een directe aanslag op de instellingen van het land uitmaakt

Deze politieke misdrijven zijn in twee categorieën onder te brengen:

  • Misdrijven die als zodanig altijd politiek zijn, zoals bijvoorbeeld het vervalsen van de verkiezingen. Dit zijn zuivere politieke misdrijven.
  • Misdrijven die normaliter gemeenrechtelijk strafbaar zijn maar die een politiek karakter krijgen door de omstandigheden, zoals bijvoorbeeld een moord op de Koning. Dit zijn gemengde politieke misdrijven.

Om te bepalen of het gaat om een politiek misdrijf wordt ook het bijkomende negatief criterium gehanteerd dat er geen winstbejag,… mag zijn.

Het Hof van Cassatie heeft op die manier het begrip politiek misdrijf een erg beperkte interpretatie gegeven. Net als bij drukpersmisdrijven wilde men op die manier zo veel mogelijk misdrijven onttrekken aan de bevoegdheid van het Hof van Assisen, dat volgens de Belgische Grondwet exclusief bevoegd is voor deze misdrijven. Dit leidt soms tot situaties die moeilijk over te brengen zijn naar de burger. Zo viel het Vlaams Blok-proces niet onder deze regeling omdat de feiten waarvoor ze vervolgd werden niet een rechtstreekse aanslag van de politieke instellingen uitmaakten.

Gevolgen van de kwalificatie als een politiek misdrijf:

  • Enkel het Hof van Assisen is bevoegd.
  • Er is geen voorlopige hechtenis mogelijk.
  • Men heeft recht op een eervolle behandeling op het proces (bepaalde beslissingen, zoals de deuren sluiten, kunnen enkel met eenparigheid genomen worden, zonder handboeien verschijnen voor het Hof, ... ).
  • Uitleveringsregime (zie hieronder).

Uitlevering naar een andere staat[bewerken]

Als een land meent dat een misdrijf waarvoor de uitlevering gevraagd wordt een politiek misdrijf is, zal het niet uitleveren. Dit principe werd uitgehold door een aantal uitzonderingen:

  • er volgt wel een uitlevering wanneer het gaat om een aanslag op een buitenlands staatshoofd,
  • wel uitlevering bij collaboratie met de vijand,
  • wel uitlevering in het geval van een aantal terroristische misdrijven, zoals bepaald in een verdrag van de Raad van Europa uit 1977 en het nieuwe protocol bij dit verdrag na 11 september 2001,
  • wel uitlevering inzake het kaderbesluit over het Europees aanhoudingsbevel, waarbinnen de exceptie van het politiek misdrijf volledig wordt uitgesloten,

Deze regeling met betrekking tot de uitlevering werd in België uitgewerkt en werd later de algemene regel in het volkenrecht.

Na de omwenteling van 1830 heeft de grondwetgever dit bijzondere regime ingevoerd vanwege de vele vervolgingen van politieke dissidenten onder het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden.

In het Europees Uitleveringsverdrag 1957 staat in artikel 3.1:

Uitlevering wordt niet toegestaan, indien het strafbare feit waarvoor zij wordt verzocht, door de aangezochte Partij als een politiek delict of als een met dergelijk delict samenhangend feit wordt beschouwd.

In artikel 1 van het Europees Terrorismeverdrag 1977 worden een aantal strafbare feiten, bijvoorbeeld bomaanslagen, nadrukkelijk uitgesloten van het begrip 'politiek delict'.