Rudolf Kempe

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Rudolf Kempe (Dresden, 14 juni 1910 - Zürich, 12 mei 1976) was een Duitse dirigent.

Leven vanaf 1910[bewerken]

In zijn geboorteplaats studeerde hij vanaf zijn 14e jaar aan de school van de Dresdense Staatsopera. Daarna was hij hoboïst in het opera-orkest van Dortmund. In 1929 werd hij 1e hoboïst van het Gewandhausorchester in Leipzig. Daarnaast trad hij op als pianist, zowel als solist, als begeleider of in kamerensembles. Dit leidde in 1933 tot zijn benoeming als koorrepetitor van de opera van Leipzig; later werd hij er dirigent.

Leven vanaf 1940[bewerken]

In de Tweede Wereldoorlog werd hij als dienstplichtige opgeroepen, maar in plaats van in actieve dienst kon hij zijn tijd uitdienen met muzikale activiteiten voor de troepen. Later werd hij chef-dirigent van de opera van Chemnitz. Vanaf 1949 tot 1952 was hij dirigent van de opera van Dresden en daarmee van de Staatskapelle Dresden waarmee hij zijn eerste plaatopnamen maakte. Hij bleef daarna voor altijd verbonden aan de Staatskapelle Dresden. Daarnaast kreeg hij een internationale carrière toen hij in 1951 een aantal keren dirigeerde bij de Weense Staatsopera, waarmee hij ook opnamen maakte. Door deze concerten en opnamen werd hem gevraagd Georg Solti op te volgen als chef-dirigent van de Bayerische Staatsoper in München (1952-1954). Hij kreeg daarvoor zowaar toestemming van de Oost-Duitse autoriteiten. Met de Beierse Staatsopera gaf hij in 1953 een dermate goede uitvoering in het Royal Opera House Covent Garden te Londen, dat hem direct gevraagd werd te blijven. Kempe weigerde deze aanbieding (hij zou nergens meer vaste dirigent worden van een operagezelschap), maar keerde regelmatig naar Covent Garden terug, waar hij immens populair werd. Hij bleef daarnaast ook uitvoeringen geven in München.

Leven vanaf 1960[bewerken]

In 1960 was de tijd rijp voor een optreden in Bayreuth met een uitvoering van de Der Ring des Nibelungen van Richard Wagner. Sinds 1955 werkte hij ook als dirigent bij het Royal Philharmonic Orchestra en werd hiervan op verzoek van de mede-oprichter van het orkest Thomas Beecham van 1961 tot 1975 chef-dirigent. Hij voerde een beleidswijziging in door ook vrouwelijke musici aan te stellen; het tot dan toe alleen uit mannen bestaande orkest deed hem te veel denken aan het leger. Vanaf 1962 werkte hij ook met het Tonhalle Orchester Zürich (tot 1972), en vanaf 1967 tot zijn dood met de Münchner Philharmoniker. Met dit laatste orkest nam hij zelfs quadrafonische opnamen op. In 1972 dirigeerde hij de muzikale omlijsting van de Olympische Zomerspelen te München. In 1976 werd hij chef-dirigent van het BBC Symphony Orchestra. De opening van de Proms (Henry Wood Promenade Concerten) op 16 juli 1976 met (Missa Solemnis van Ludwig van Beethoven) werd een herdenkingsconcert. Kempe genoot groot gezag door zijn interpretaties van de werken van Richard Strauss.