Stadhuis van Rotterdam

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het stadhuis aan de Coolsingel
Toren van het stadhuis
Wandschildering in de Burgerzaal
Standbeeld van Johan van Oldenbarnevelt

Het stadhuis aan de Rotterdamse Coolsingel is gebouwd tussen 1914 en 1920 naar een ontwerp van Henri Evers. Het is een van de weinige gebouwen in het centrum van Rotterdam die het bombardement van 14 mei 1940 hebben doorstaan.

Geschiedenis[bewerken]

Sinds de 14e eeuw was het Rotterdamse stadhuis gevestigd bij de Hoogstraat. De gangbare naam was het Gasthuis, wat in een moderne context wel eens verwarring oproept met een ziekenhuis. In 1606 werd het gebouw voorzien van nieuwe gevels. In 1832 werd het gebouw uitgebreid tot aan de Kaasmarkt.[1]

In 1904 werd besloten de Coolsingel, die toen nog Coolvest heette, te dempen en er een boulevard met allure van te maken. De sloppenwijk rond de Zandstraat moest hiervoor wijken. Na een besloten prijsvraag werd het nieuwbouwplan van professor Evers, met motto S.P.Q.R., in 1913 door de Gemeenteraad onder burgemeester Zimmerman aanvaard. Er was enige kritiek op de uitslag omdat velen de voorkeur gaven aan het ontwerp van Willem Kromhout en juryvoorzitter Zimmerman nauwe banden onderhield met Evers. De bouw kostte ƒ 2.850.000,-.[2] De eerste paal werd geslagen op 12 augustus 1914. Op 1 september 1920 werd het gebouw tijdens een speciale zitting van de gemeenteraad officieel in gebruik genomen.[3]

Het gebouw[bewerken]

Het stadhuis heeft een grondoppervlakte van 86 bij 106 meter en is gebouwd rond een groot binnenterrein met aan weerszijden twee doorgangen naar de Stadhuisstraat en het Doelwater. Evers ging uit van een Beaux-Artsstijl met Byzantijnse, Romaanse en Art deco invloeden.

Het stadhuis heeft een betonnen skelet. De gevels zijn bekleed met zandsteen boven een hardstenen plint. De enorme hitte die het gebouw teisterde in de dagen na 14 mei 1940 droogde het beton zodanig uit dat het ook vandaag nog met speciale zorgvuldigheid wordt omgeven. Het poreuze zandsteen was in de loop der jaren zwart geworden, maar in 2000 is het stadhuis met een speciale techniek gereinigd, waardoor het zijn oude uiterlijk weer heeft teruggekregen.

Het gebouw is sinds 1997 een rijksmonument.

Toren[bewerken]

De klokkentoren is 71 meter hoog en staat boven de centrale hal. Bovenop de toren staat het beeld van een gouden vredesengel door beeldhouwer Johan Keller. Vanuit de centrale hal zijn de Raadzaal en de Burgerzaal te bereiken.

Burgerzaal[bewerken]

De Burgerzaal is de grote zaal op de eerste verdieping. Over de volle lengte heeft het een ondiep maar breed balkon aan de Coolsingel. De zaal wordt gebruikt voor officiële ontvangsten, boekpresentaties, prijsuitreikingen, culturele bijeenkomsten en recepties na huwelijksvoltrekkingen in de naastgelegen trouwzaal. Er bevindt zich een orgel uit 1920 en de zaal is gedecoreerd met wandschilderingen van Johan Thorn Prikker.[4] Zijn semi-monochrome allegorische doeken op de lange wand met voorstellingen als "Dijkdoorbraak" en "Brand" werden aanvankelijk te sinister en modern gevonden. Een deel werd daarom opgeslagen en is pas na de oorlog aangebracht. Ook de kleurrijke wandschildering op het hoofdeind, een collage van wapenborden van geannexeerde randgemeenten en vlaggen van bevriende naties, gegroepeerd rond de gouden letters SPQR, werd met vertraging voltooid.[5]

Kunst[bewerken]

Een groot aantal beeldend kunstenaars heeft bijgedragen aan de verfraaiing van het stadhuis en de directe omgeving.

Tussen de beelden 'Verdraagzaamheid' en Onafhankelijkheid' aan de Coolsingel staat de spreuk "In legibus libertas" (In wetten is de vrijheid). Tussen de beelden 'Oplettendheid' en 'Waakzaamheid' aan de Doelwaterzijde staat de spreuk "Quid leges sine moribus et fides sine operibus" (Wat zijn wetten zonder zeden en wat is trouw zonder daden).

Bronnen, noten en/of referenties