Superreus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Superreus Betelgeuze

Een superreus is de aanduiding voor de helderste soort min of meer stabiele sterren (supernova's zijn nog veel helderder, maar die zijn niet stabiel: het zijn exploderende sterren).

De absolute helderheid van superreuzen bedraagt maximaal –9, dat wil zeggen 300.000 keer zo lichtsterk als de zon. De allerhelderste superreuzen noemt men ook wel hyperreus. Wanneer een ster een superreus is, wordt dat in het spectrum aangegeven met een c of, verfijnder, met aanduidingen als Ia–0 (extreem heldere superreus), Ia (heldere superreus), Ib (zwakkere superreus) of II ("heldere reus": overgang naar reuzensterren).

Superreuzen komen in alle spectraalklassen voor, van blauwe en hete O-type sterren tot rode en koele M-sterren. Het zijn zeer zware sterren, met een massa van tien tot misschien honderd zonsmassa's. De diameter van blauwe superreuzen is ongeveer 20 à 30 keer zo groot als die van de zon. Rode superreuzen hebben, omdat hun temperatuur lager is, een groter oppervlak nodig om dezelfde hoeveelheid energie uit te stralen dan blauwe.

Rode superreuzen ontstaan echter door het uitdijen van blauwe superreuzen en zijn daardoor meestal groter, enkele honderden malen de diameter van de zon, waardoor ze hun helderheid behouden. Ze dijen uit doordat de kern van de ster steeds heter wordt naarmate de ster ouder wordt, vanwege de kernfusie van steeds zwaarder gevormde scheikundige elementen in hun kern.

Dit heter worden van de kern en het uitdijen van de lagen eromheen, waarbij het oppervlak dus juist koeler wordt, gaat door tot de ster uiteindelijk explodeert in een supernova.
De buitenste lagen van de ster worden de ruimte in geblazen en alleen de kern blijft over: deze stort onder zijn eigen zwaartekracht in tot een neutronenster, of tot een zwart gat indien de kern daar genoeg massa voor heeft.

Superreuzen zijn erg zeldzaam, maar doordat ze zoveel licht uitstralen zijn ze op grote afstanden nog zichtbaar. Sommige superreuzen behoren daardoor, ondanks hun enorme afstanden, tot de schijnbaar helderste sterren aan de hemel: vijf van de twintig helderste sterren aan de hemel zijn superreuzen, namelijk Canopus op 290-330 lichtjaar afstand, Rigel op 780-940 lichtjaar, Betelgeuze tussen de 500 en 800 lichtjaar, Antares op 600 lichtjaar, en Deneb op ongeveer 1200-1800 lichtjaar.