Translatio imperii

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

Translatio imperii (letterlijk: overdracht van de macht) is het middeleeuws idee dat het Romeins keizerschap wordt overgedragen van het ene volk op het andere.

Het is ontwikkeld om het ideaal van het imperium christianum te verwezenlijken. Eén God, één Kerk, één keizer.

Dit principe werd toegepast toen Karel de Grote tot keizer werd gekroond door paus Leo III. Ook werd dit principe toegepast toen de Duitse koning Otto I op initiatief van paus Johannes XII tot keizer werd gekroond.

[bewerken] Ontstaan begrip

Kerkvader Hiëronymus introduceerde een periodisering van de wereldgeschiedenis die gebaseerd was op het Bijbelboek Daniël. Hierin wordt koning Nebukadnezars droom uitgelegd door Daniël. De koning zou een schrikwekkend beeld hebben gezien met een hoofd van zuiver goud, borst en armen van zilver, buik en lendenen van koper, benen van ijzer en de voeten deels van ijzer deels van leem. Het beeld zou hierna langzaam ineen storten. Volgens Daniël stond het rijk van Nebukadnezar voor het gouden hoofd, maar na hem zou de neergang beginnen met een zilveren koninkrijk, gevolgd door een derde koninkrijk van koper. Het vierde koninkrijk zou hard als ijzer zijn, gevolgd door het eeuwige rijk Gods.

Hiëronymus zag deze rijken in zijn eschatologisch geschiedwerk als;

  1. Het Babylonische rijk,
  2. Het Medisch-Perzische rijk,
  3. Het Macedonische rijk,
  4. Het Romeinse rijk

Pompeius Trogus had overigens al een dergelijke indeling gemaakt, niet gebaseerd op Daniël.

Na de ondergang van het West-Romeinse Rijk was dit niet meer houdbaar, aangezien het rijk Gods niet gekomen was. Aan het Karolingische hof stelden geleerden echter dat er geen einde was gekomen aan het Romeinse rijk, maar dat dit via het Byzantijnse rijk over was gegaan op Karel de Grote. Dit is de leer van de translatio imperii Romani. Na het uiteenvallen van het Karolingische rijk werden de Duitse Ottonen beschouwd als de voortzetters van het Romeinse rijk, waarbij de paus een steeds belangrijker rol kreeg in de bevestiging daarvan.

Otto van Freising zag in zijn kroniek Chronica sive Historia de duabus civitatibus van 1146 de overgang van het Romeinse rijk via de Grieken - het Byzantijnse rijk - naar de Franken - het Frankische Rijk - op de Langobarden naar de Duitse Franken - het Heilige Roomse Rijk.

Chrétien de Troyes zag in zijn gedicht Cligès van 1176 juist Frankrijk als opvolger van Rome en daarvoor Griekenland.

Richard de Bury zag in de veertiende eeuw Engeland, via Frankrijk, weer als opvolger van het Romeinse rijk.

[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

  • Lettinck, N. (1983): Geschiedbeschouwing en beleving van de eigen tijd in de eerste helft van de twaalfde eeuw, Verloren, Amsterdam, ISBN 9065502017
 
Persoonlijke instellingen
Boek maken